Door: Maaike Boersma
Gepubliceerd: woensdag 1 september 2010 23:36
Update: woensdag 1 september 2010 23:35
Stedelingen willen terug naar de bron van hun eten en slaan aan het tuinieren of gaan de boer op.
‘Toen een van de kinderen laatst verteld werd dat melk niet uit een pak maar uit de koe komt, wilde ze een paar weken geen druppel meer drinken.’ Voor Menno Swaak is het tekenend voor datgene wat hij als coördinator met zijn Haagse project Gezonde Gronden wil bestrijden: de vervreemding van de burger en zijn dagelijks voedsel.

Foto's: Evert-Jan Daniels
Gezonde Gronden werd in 2007 opgericht en is inmiddels op drie terreinen actief: op het gebied van het bevorderen van contact tussen burger en boer, met een balkontuintjesproject en in drie eigen tuinen, waaronder het Eetbaar Park in het Haagse Zuiderpark.
‘Wauw, wat is er veel omgewaaid’, zegt Swaak als hij door de tuinen loopt en een maïsplant overeind probeert te zetten. Het Eetbaar Park is bedacht door de Engelse kunstenaar Nils Norman. Hij benaderde Gezonde Gronden en het Haagse Foodprint om samen te werken in dit project. ‘We willen stadsmensen inspireren om zelf voedsel te verbouwen.’
Kruidentheetje
De gemeente heeft er een stuk grond van 40 bij 20 meter voor aangewezen, naast de schooltuintjes en vlakbij de kinderboerderij. Er wordt hard gewerkt aan de afronding van het uit stro en leem opgetrokken paviljoen dat dienst gaat doen als educatief centrum en waar bezoekers vanaf volgend jaar een kruidentheetje uit eigen tuin kunnen komen drinken. En helpen tuinieren als ze dat leuk vinden.
Veel mensen vinden dat inderdaad leuk. Er is onder stedelingen een groeiende behoefte aan contact met de bron van het eten dat dagelijks op hun bord ligt. In alle grote steden zijn initiatieven om dit te bevorderen (zie kader). Niet alleen slaan ze zelf aan het tuinieren, er worden ook coöperaties opgericht, ‘voko’s’, om gezamenlijk in te kopen bij een biologische groothandel en bij lokale boeren.

Hoewel de eerste voko’s al in de jaren tachtig ontstonden, is er sinds kort hernieuwde belangstelling voor. Er zijn er inmiddels een stuk of tien. ‘Ik vind het niet leuk als voedsel iets onpersoonlijks is’, zegt Calanne Moroney, die daarom in Amsterdam coöperatie Vokomokum heeft opgezet. ‘Ik wil niet dat mijn eten eerst de hele wereld over reist. Wij horen gewoon te eten wat hier in de buurt groeit.’
Naast de ‘gewone’ voko’s is campagneorganisatie A Seed bezig met het opzetten van speciale versvoko’s, zodat de leden van de coöperaties rechtstreeks groente, fruit en zuivel kunnen inkopen bij boeren in de omgeving.
Permacultuur
Het Eetbaar Park in Den Haag is vorig jaar aangelegd volgens het principe van de permacultuur. Dat krijgt de laatste drie jaren veel belangstelling. ‘Permacultuur is in de eerste plaats een ontwerpsysteem, afgekeken van de natuur’, zegt Swaak. ‘Hoe creëert de natuur een climaxbos dat duizend jaar overeind blijft?’ Idee is dat je voor de aanleg van een (moes)tuin zo veel mogelijk gebruik maakt van de juiste plaatsing en dat je planten die elkaar versterken zodanig neerzet dat ze elkaar in hun groei bevorderen.’
‘Zo hebben we eerst het maïs ingezaaid en iets later eromheen tuinbonen. Als de tuinbonen later opkomen, gebruiken ze de maïsplant als steun. En daarna zaaien we pompoenen als bodembedekkers, die houden het onkruid tegen.’
Zo staat in de tuin de rucola naast de munt en naast de rode snijbieten. Iets verderop groeit de kool naast Afrikaantjes, ‘die trekken bijen’. Volgend jaar hoopt Swaak honderd verschillende eetbare planten in de tuin te hebben.
Gezonde Gronden heeft op nog twee locaties tuinen; die worden gebruikt voor cursussen en workshops. ‘Cursussen als moestuinieren, daar is steeds meer vraag naar’, zegt Swaak. Zelf vindt hij het ook erg belangrijk om kinderen in de tuin te krijgen.
‘Eerst vinden ze het een beetje vies en eng, omdat er beestjes in en op de grond zitten, maar later trekken ze bij en vinden ze het geweldig. Bijvoorbeeld als je laat zien dat je brandnetelblad gewoon kunt eten.’

Initatieven
Niet alleen in Den Haag, ook elders zijn initiatieven om ons voedsel beter te leren kennen. Utrecht kent sinds 2009 het project Lekker Utregs, dat vooral consumptie van lokaal geproduceerd voedsel wil promoten. Het Rotterdamse initiatief Eetbaar Rotterdam wil de ‘voedselketen weer zichtbaar maken in de stad’ en in Amsterdam probeert Boerenstadwens het contact tussen stad en platteland te bevorderen.