Door: Camil Driessen 
Gepubliceerd: woensdag 29 september 2010 23:12
Update: donderdag 30 september 2010 09:34
Dankzij de mysterieuze Britse street artist Banksy is straatkunst een wereldwijde hype. Van Los Angeles tot Londen worden op veilingen tonnen neergeteld voor urban canvas. Nu Nederland nog.
Een gesmolten Britse telefooncel (605.000 dollar), een schilderij van een man met apenhoofd onder de graffiti (198.000 pond), een portret van Jim Morrison gemaakt van kapotte lp’s (100.000 dollar). Straatkunst is hét. Groot in Amerika, gigantisch in Engeland. Van de steeg en de afgebladderde muur naar de galerie en het veilinghuis.
Bekendste artiest is Banksy: de mysterieuze Brit uit Bristol wiens cultus mythische proporties begint aan te nemen. Over de hele wereld zette hij kunstwerken: van de straten in LA, Londen en Melbourne tot de Muur in Israël. Omdat hij nooit betrapt werd, weet nog steeds niemand wie hij is. Een beetje celebrity heeft tegenwoordig een Banksy thuis: van trendsetter Christina Aguilera, die tijdens het eten staart naar Queen Victoria als lesbo tot Brangelina, die in 2007 ruim 1 miljoen pond stuksloegen tijdens een Banksy-veiling in Londen.

Subversief
Ook in Nederland borrelt het, maar bruisen wil het nog niet. ‘Amsterdam is gewoon veel te klein, helaas. Elke keer als je in Parijs, Londen of New York komt zie je dat we ons daar niet mee kunnen meten. De attitude is er wel, maar er zijn gewoon niet genoeg mensen’, zegt Niels ‘Shoe’ Meulman, een van de grondleggers van de Nederlandse graffitiscene in de jaren tachtig.
De grootste Nederlandse katalysator van het moment is Oscar van Gelderen, directeur van uitgeverij Lebowski Publishers. ‘Wij proberen die Nederlandse scene te pushen, hopen dat zoveel mogelijk kids spuitbus en kwast ter hand nemen en werk gaan maken op de straat.’
Het ‘toffe’ van street art vindt hij het subversieve, politieke, humoristische en vrije karakter ervan. ‘De straat is de galerie. Geen conservatoren of museumbobo’s. De straat is van iedereen en als je niet goed genoeg bent schilderen ze over je heen. Dat is het mooie van street art, volkomen democratisch’, zegt Van Gelderen.
Vandaag organiseert hij in Pakhuis de Zwijger een premièrefeest rond de documentaire Exit Through the Gift Shop van Banksy. Voor het eerst worden in Nederland echte Banksy’s vertoond, uit Van Gelderens privécollectie. ‘Ik heb wel het een en ander’, zegt de naar verluidt grootste street-artverzamelaar van Nederland ontwijkend.
Exit Through the Gift Shop, de eerste film van Banksy, maakt het mysterie rond de kunstenaar nog groter. The Wall Street Journal, Vanity Fair en ontelbare blogs: niemand weet of het nou een echte documentaire of juist een kunstwerk op zich is. Een in scène gezette film die de gekte in de kunstwereld volledig neersabelt.
De docu over de street-artscene volgt Thierry Guetta: een Fransman die de hele dag door met zijn camcorder rondloopt en alles filmt. Als hij in Parijs zijn neef Space Invader treft (een bekende Franse street artist die over de hele wereld kleine mozaïekjes in de vorm van ruimtewezentjes op gebouwen zet), besluit Guetta om voortaan maar nuttige dingen te filmen: bekende street artists.
Mr. Brainwash
Klimmend, klauterend en wegrennend voor de politie ontmoet hij de groten der aarde, zoals Shepard Fairey en uiteindelijk ook Banksy. Die vindt de documentaire van Guetta zo slecht dat hij de tapes afpakt en besluit er zelf maar een docu van te maken. Guetta geeft hij het advies om na jaren meelopen zélf street art te maken. De film eindigt met een gedesillusioneerde Banksy die zegt: ‘Ik dacht dat het geen kwaad kon, maar ik raad nooit meer iemand aan om kunst te gaan maken.’
Guetta, die de artiestennaam Mr.Brainwash aanneemt, maakt volgens critici inhoudsloze kunst, maar toch vliegen zijn doeken voor tonnen de galerie in het New Yorkse Meatpacking district uit.

‘Het laat in ieder geval goed de gekte van de kunstwereld zien’, vindt Shoe. ‘Als je kijkt naar die kunst van Mr.Brainwash is het niet om aan te zien. Maar het gekke is, doordat het bestaat nemen mensen het toch serieus’, constateert Van Gelderen.
Lebowski Publishers (dat onder anderen Grunberg uitgeeft) ziet street art als een belangrijke niche. Van Gelderen verwierf de rechten voor het Banksy-boek Wall and Piece en vertaalde het in het Nederlands. De Engelse versie verkocht wereldwijd ruim een miljoen exemplaren. ‘Ongehoord voor een kunstboek.’ Vorig jaar gaf Lebowski een boek uit van Laser 3.14: de meest herkenbare Amsterdamse straatkunstenaar, die door de hele stad poëtische leuzen zet als ‘Sometimes hope delays a lot’.
Graffiti zou je zeggen, maar dat is volgens Van Gelderen óók street art. ‘Het is werk dat je buiten zet. Dat kunnen teksten zijn zoals Laser doet of beelden zoals Banksy. Het leuke is dat ze gemaakt zijn op straat, van de straat of van materiaal dat je vindt op straat. De scene is heel breed.’
Voor zijn feest komen Slinkachu en Vhils over uit Engeland en Portugal om te werken op de Amsterdamse en Rotterdamse straten. Vhils maakt met een drilboor over de hele wereld kunstwerken van gezichten in gebouwen, Slinkachu fraait steden op door op onverwachte plekken minuscule poppetjes te plaatsen. Ook van deze artiesten brengt Van Gelderen een Nederlands boek op de markt.
Boeken verkopen, maar kunst die van de straat in de galerie en het veilinghuis belandt, zie je in Nederland nog weinig. ‘Incidenten’, noemt Maarten van Gijn van Veilinghuis Christie’s het street-artaanbod in de vaderlandse veilingwereld. ‘Christie’s is een multinational. Zelfs als we hier een waanzinnig grote Banksy binnenkrijgen uit Lutjebroek, dan sturen we die door naar een veilinghuis in Engeland of de VS. Je veilt waar je de grootste markt verwacht.’

Made in NL
Geoffry van Vugt begon vorig jaar St. Art Gallery, een galerie gespecialiseerd in street & urban art, gevestigd in de oude watertoren van Stampersgat. ‘Het probleem is dat het in Nederland nog relatief onbekend is en dat is eigenlijk ook onze missie: om street art voor groter publiek toegankelijk te maken en te laten zien.’
In zijn galerie verkoopt hij zeefdrukken vanaf 150 euro en werken tot enkele duizenden euro’s. Het echte geld verdient hij op de betere kunstbeurzen. ‘Daar komen veel internationale mensen op af. Afgelopen mei mochten we in ons eerste jaar meteen op Art Amsterdam staan. Dat is wel wijs, want daar kom je normaal niet binnen. Laat toch zien dat het begint te leven hier. Maar aan de andere kant moeten we ook wel de beurs op, de markt hier is klein dus moet je internationaal gaan.’
Dat doet Shoe ook. Na een omzwerving via de reclamewereld en MTV is hij inmiddels alweer een paar jaar kunst aan het maken: Caligraffiti. ‘Ik vond dat ik eerst meer levenservaring nodig had voor ik grotere thema’s kon behandelen. Vergelijk het met een dichter, dat kun je ook niet op je twintigste zijn. Daar heb je toch wat bagage voor nodig.’
De straat mijdt hij. ‘Op een enkele dronken bui na dan, en soms doe ik nog wel eens een legale muur.’ Dat is ook de bedoeling in LA waar komende maand een expositie van hem opent.
Toevallig bewandelen op hetzelfde moment vanuit LA de werken van drie street artists – Kofie, Mear One en Retna – de omgekeerde weg. Willem Kerseboom van de gelijknamige galerie stelt moderne kunst tentoon en gaat nu voor de tweede keer street art exposeren. Hij heeft een opmerkelijke verklaring voor de achterstand die Nederland op de VS en Engeland heeft. ‘Misschien is het een typisch Nederlandse houding. Dat wat gratis op straat ligt, kan niks zijn.’