Gepubliceerd: maandag 26 december 2011 22:41
Update: maandag 26 december 2011 22:43
Verzetsman Jan Karski was de eerste ooggetuige van de Holocaust. Zijn verslag verschijnt nu voor het eerst in het Nederlands.
Verzetsstrijder Jan Karski (1914-2000) hield zielsveel van Polen en deed alles voor zijn vaderland. Dat beeld komt naar voren uit Mijn bericht aan de wereld, dat nu voor het eerst in het Nederlands verschijnt. Karski schreef het boek in 1944, maar ook bijna zeventig jaar later is het nog erg indrukwekkend.
Het boek begint als de Duitsers Polen binnenvallen. Karski, 25 jaar oud en onderzoeker aan de universiteit, is dan op een feest op een ambassade in Warschau. Hij wordt nog diezelfde nacht gemobiliseerd, maar nog voordat hij gevochten heeft, is het Poolse leger verslagen en wordt hij gevangen genomen door de Russen, die Polen inmiddels ook zijn binnengevallen.
Omdat hij denkt dat er nog gevochten wordt, ontsnapt hij door zich te laten ruilen met de Duitsers en vervolgens uit een rijdende trein te springen. Weer terug in Warschau belandt hij via een oude studievriend in het verzet.
Karski wordt koerier voor het verzet, dat in Polen een ondergrondse staat wil stichten. Meerdere keren maakt hij levensgevaarlijke tochten door vijandelijk gebied naar Frankrijk en later Londen, waar de Poolse regering in ballingschap zetelt. Het is een spannend en meeslepend verhaal, maar Karski gaat daarnaast ook uitgebreid in op de organisatie van de ondergrondse staat. Karski schrijft in een onderkoelde stijl, waardoor zijn heftige belevenissen alleen maar harder aankomen.
Wat het boek uniek maakt is dat Karski de eerste buitenstaander is die getuige is van de Holocaust. Op verzoek van twee Joodse leiders, die de massamoord op hun volk bekend willen maken aan de wereld, gaat Karski in 1942 kijken in het getto van Warschau.
Bewegende lijken
Daar liggen overal lijken, de levende mensen zijn volgens Karski niet meer dan bewegende lijken. Later weet hij, vermomd als kampbewaarder, zelfs een vernietigingskamp binnen te komen. Hij ziet hoe duizenden wanhopige mensen in treinwagons worden gedreven. Van informanten hoort hij dat ze daar een langzame en pijnlijke dood zullen sterven.
Karski wordt ziek van wat hij gezien heeft en vertrekt daarop naar Londen, waar hij verslag uitbrengt aan de Britse minister van Buitenlandse Zaken Eden. Een jaar later vertelt hij de Amerikaanse president Roosevelt wat hij gezien heeft. Maar er wordt niet ingegrepen. Karski raakt zwaar teleurgesteld en blijft in Amerika. Hij keert nooit meer terug in zijn geliefde Polen.