Gepubliceerd: donderdag 18 oktober 2007 18:30
Update: donderdag 18 oktober 2007 18:47
De Tweede Kamer houdt vast aan de wens tot inburgering van Oost-Europeanen die in Nederland komen wonen en werken. Dat bleek donderdag tijdens een debat over het Deltaplan Inburgering van minister voor Integratie Ella Vogelaar (PvdA).
De arbeidsmigranten uit de nieuwe lidstaten zoals Polen, Roemenië en Bulgarije kunnen niet worden verplicht tot inburgeren, omdat dit in strijd is met het principe van vrij verkeer van personen dat geldt binnen de Europese Unie.
Vorige week bleek dat een Kamermeerderheid het wenselijk acht dat deze mensen wel inburgeren. De partijen zijn bezorgd over de integratie van deze groep. Polen mogen sinds mei van dit jaar ongehinderd in Nederland werken. Voor Bulgaren en Roemenen worden de laatste beperkingen in 2012 opgeheven.
Zowel Vogelaar als premier Jan Peter Balkenende (CDA) liet echter weten dat dit plan niet uitvoerbaar is vanwege de EU-regelgeving.
De Kamer hield donderdag echter voet bij stuk. Regeringspartijen CDA en PvdA willen de EU-regels omzeilen en de Polen alsnog verplicht laten inburgeren met behulp van de leerplicht. Wanneer de Poolse kinderen een taalachterstand blijken te hebben, geldt de leerplicht ook voor hun ouders. "De overheid kan ingrijpen wanneer ouders hun kinderen niet goed opvoeden", zei Madeleine van Toorenburg (CDA). "U moet een list verzinnen", zei ook Paulus Jansen namens de grootste oppositiepartij SP.
Daarnaast moeten gemeenten de arbeiders uit de nieuwe lidstaten actief een inburgeringscursus aanbieden, vindt de Kamer. Ook moeten werkgevers die werknemers werven in Polen of Bulgarije worden aangesproken. "Zij hebben ook een verantwoordelijkheid als het gaat om inburgeren", zei Staf Depla (PvdA).
Vogelaar reageerde opnieuw gereserveerd. Zij stelde weliswaar dat gemeenten actief inburgeringscursussen moeten aanbieden, maar de Polen kunnen niet worden verplicht tot inburgeren. "Ik ben sceptisch over de mogelijkheden." Na aandringen van de Kamer zegde de bewindsvrouw toe om met haar collega van Jeugd en Gezin André Rouvoet (CU) en het ministerie van Onderwijs te gaan praten over de mogelijkheden om ouders te dwingen tot inburgeren wanneer hun kinderen een taalachterstand hebben. Ook gaat ze het gesprek aan met werkgevers over hun verantwoordelijkheid.