Door: Mathijs Rotteveel
Gepubliceerd: vrijdag 2 november 2007 00:10
Update: vrijdag 2 november 2007 00:11
Rijkman Groenink is gisteren officieel afgezet als ABN Amro-bestuursvoorzitter. Naast de 26 miljoen voor zijn aandelen, krijgt hij een gouden handdruk van 4,3 miljoen euro.
Meer dan twintig miljoen. Nee, toch ‘maar’ 19,9 miljoen euro. De afgelopen weken werd er druk gespeculeerd over de vertrekpremie van bestuursvoorzitter Rijkman Groenink bij ABN Amro. Gisteren werd de definitieve uitslag bekend. Groenink ontvangt 26 miljoen voor zijn aandelen- en optiepakket en krijgt daar bovenop een gouden handdruk van 4,3 miljoen euro. Het vertrek van de bankbestuurder werd tijdens een speciale aandeelhoudersvergadering – in wat nu nog het ABN-hoofdkantoor is – afgehamerd. Deze bijeenkomst was alleen toegankelijk voor de weinige aandeelhouders die ABN Amro nog heeft. De pers mocht niet naar binnen, hetgeen zeer ongebruikelijk is voor een Nederlandse onderneming en zeker voor ABN Amro. ‘Een nieuwe fase’, noemt een ABN-woordvoerder de dichte deur van de vergaderzaal. ‘Er zal weinig nieuwswaardigs te melden zijn.’
Na afloop probeert president-commissaris Arthur Martinez nog wel een verklaring te geven voor de miljoenenvergoeding van zijn voormalige bestuursvoorzitter. ‘Onder de leiding van Rijkman Groenink heeft de bank de nummer-éénpositie bereikt binnen een groep van vergelijkbare wereldwijde banken’, zegt hij. ‘Daarom heeft hij ook een prestatiebonus gekregen.’
De vergelijkingsgroep waarover Martinez praat, werd in 2000 na diens aantreden als bestuursvoorzitter geïntroduceerd door Rijkman Groenink zelf. Alle bestuursleden van ABN Amro zouden onder zijn leiding een basissalaris en een bonus krijgen. Pas als het aandelenrendement van ABN Amro de top zou bereiken van een groep van twintig zorgvuldig geselecteerde banken, kreeg het management een extra beloning.
Het lukte Groenink in zijn zeven jaar als bestuursvoorzitter tot zijn eigen frustratie nooit een top-5-positie te bezetten. Net toen hij begon te zeuren dat zijn doelen onbereikbaar waren, kreeg hij onverwachte hulp van buitenaf: door de overnamestrijd rond de bank schoot de beurskoers omhoog en scoort Groenink nu alsnog zijn felbegeerde nummer-één-positie.
‘Het klopt dat deze positie te danken is aan de overnamestrijd’, zegt Martinez. ‘Maar ABN Amro was ondergewaardeerd. De geïnteresseerde partijen zagen de potentiële waarde van de bank. Wij gaan nu onze strategie uitvoeren om die waarde te creëren.’
Dat Groenink aan die waardecreatie niets meer bijdraagt en dus ook geen bonus verdient, gaat er bij Martinez niet in. ‘Het is gemakkelijke kritiek’, zegt hij. ‘Het grootste gedeelte van zijn beloning is afhankelijk van een langlopend aandelenplan, waarvoor de aandeelhouders goedkeuring hebben gegeven. Bovendien is de carrière van Groenink voortijdig onderbroken.’
‘Wij hadden ook kunnen beslissen om hem door te betalen tot de normale pensioensleeftijd van 62 of 65, maar betalen hem tot zijn zestigste.’ Of Groenink daar blij mee was? ‘Nou, hij accepteerde zijn vertrek en zijn ontslagvergoeding gratieus.’