Door: Edward Deiters 
Gepubliceerd: zondag 2 december 2007 22:25
Update: zondag 2 december 2007 22:44
Lage prijzen en grote volumes. Wie zijn de brutaalste prijsvechters van ons land? Aflevering één: Supermarktketen Nettorama.
‘Wij zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig de kosten zo laag mogelijk te houden’, zegt Nettorama-eigenaar Jaap Bastmeijer. Bij binnenkomst in het Oosterhoutse hoofdkantoor van de supermarktketen wordt meteen duidelijk wat hij bedoelt. Hier geen receptioniste. Wel een telefoontoestel. De bezoeker moet zichzelf aanmelden. ‘U wordt zo opgehaald’, luidt de korte boodschap.
‘Dat is goedkoper’, lacht Bastmeijer in zijn sober ingerichte kantoor. ‘Discounten is een bedrijfsfilosofie en die hebben wij hier zo ver mogelijk doorgevoerd.’
Hij schuift – duidelijk trots – een A-viertje over tafel. ‘Nettorama weer de goedkoopste’, staat er te lezen. Het blijkt een onderzoek van de Consumentenbond. ‘Ze noemen ons vier tot zes procent goedkoper dan de gemiddelde supermarkt.’
Een tweede A-viertje verschijnt. Het is een nogal opzichtige in de rood-gele Nettoramakleuren afgedrukte flyer. ‘Jumbo 21,1% duurder’, staat er met koeieletters op. Naast twee boodschappenlijstjes staat een nogal ongebruikelijke tekst: ‘Jumbo zegt dat hij de laagste prijzen heeft. Blijvend zelfs. Dus zijn we er maar eens boodschappen gaan doen. Dat was even schrikken. Vergelijk de kassabonnen maar eens. Het totaalbedrag geeft u het keiharde bewijs. Bij Nettorama bent u 15,56 euro goedkoper uit dan bij de Jumbo.’
Bastmeijer herhaalt de mantra die ook op zijn folders staat. ‘Er kan er maar een de goedkoopste zijn.’ Kleine pesterijen richting de concurrent horen daar volgens Bastmeijer gewoon bij. ‘Bovendien is Jumbo niet de goedkoopste, zoals veel mensen denken en zij van zichzelf beweren.’
Bastmeijers actie viel slecht bij Jumbo-eigenaar Frits van Eerd, die een paginagrote advertentie plaatste in een lokaal Eindhovens krantje. ‘Houdt het eerlijk Nettorama!’, staat er boven. Van Eerd rept verder over ‘kunstgrepen’ en ‘oneerlijke prijsspelletjes’. Bastmeijer haalt er zijn schouders over op. ‘De discountwereld is soms hard’, zegt hij. ‘En als we aangevallen worden, geven we een tik terug.’
Bastmeijer stamt uit een oud kruideniersgeslacht. ‘Ik ben de derde generatie. Mijn grootvader en vader hadden een groothandelsorganisatie waarmee ze 500 à 600 kleinere winkels beleverden.’ In 1968 stapt hij bij zijn vader in de zaak. ‘Ik had in Duitsland de opkomst van de Aldi gezien en wilde in Nederland eigen winkels met lage prijzen openen. Dat was een schok binnen de familie. Ik ging zo natuurlijk de klanten van mijn vader beconcurreren.’
Vaderlief weigert dan ook zijn dwarse zoon te bevoorraden. ‘Niet leuk’, mompelt Bastmeijer kortaf. Toch opent hij in 1968 – met andere leveranciers – in Utrecht zijn eerste Nettorama supermarkt. ‘Dat was de eerste discounter van Nederland.’
Helemaal van een leien dakje ging het niet. ‘Fabrikanten hadden toen nog voorgeschreven prijzen’, zegt Bastmeijer. ‘Daar zaten we soms ver onder. Dus kregen we ruzie met ze. Unilever sleurde ons voor het gerecht en won ook nog.’
Noodgedwongen gaat hij zijn producten importeren uit het buitenland. ‘Die processen leverden natuurlijk geweldige publiciteit op. Ik maakte vanaf dag één winst, en dat is de afgelopen veertig jaar zo gebleven.’ Tegenwoordig runt Bastmeijer (62) als Nettorama-eigenaar/commissaris het bedrijf vanaf de zijlijn. ‘Maar ik kom nog elke maand in bijna al mijn winkels.’
Zijn kleine supermarktimperium is uitgegroeid tot een keten van 28 winkels door heel Nederland. ‘En er gaan er binnenkort weer twee open.’
Een tweede Albert Heijn hoeft hij naar eigen zeggen niet te worden. ‘Het moet wel te managen blijven. We hebben met onze winkels een marktaandeel van 1,5 procent. Dat lijkt niet veel, maar we hebben een heel goede winkelomzet. Zo’n 250.000 euro per week, waar de gemiddelde full-service supermarkt het met een euro of 140.000 moet doen.’
De vraag hoe hij er in slaagt iedere keer weer goedkoper te zijn, leidt bij Bastmeijer tot twee hoog opgetrokken wenkbrauwen. ‘Haha, dat is bedrijfsgeheim.’
Vervolgens legt hij toch uit hoe zijn bedrijf het beknibbelen tot kunst heeft verheven. ‘Een team van drie mensen in vaste dienst noteert dagelijks in het geheim alle prijzen bij de concurrent. Van producten die elders goedkoper zijn, verlagen wij binnen 24 uur de prijs. Bij ons kunnen de klanten alle A-merken kopen, maar we hebben onze keuze eenvoudigweg beperkt. Zo hebben wij maar drie soorten Whiskas: vis, vlees en hart. Andere supermarkten hebben misschien wel meer dan tien soorten. Ha, dacht je nou echt dat het die kat iets kon schelen? Een te groot aanbod maakt je logistiek duurder en kost extra schapruimte. Olijven? Daarvan hebben wij twee soorten. Met en zonder pit. Groente? Zelf wegen! Geen duur reclamebureau, wel een miljoen flyers per week, die maken we zelf. Aan zegeltjes en spaartoestanden doen we ook niet. Dat wordt uiteindelijk toch door de klant betaald.’
Zelf winkelt Bastmeijer ook bij Nettorama. ‘Ik zal nooit in een andere super betrapt worden.’ Hij pauzeert kort, voor maximaal effect. ‘Dan ben ik bang dat ik te veel betaal.’