Gepubliceerd: zondag 13 april 2008 22:10
Update: zondag 13 april 2008 22:11
De missie: vind een coole, milieusparende auto. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe kun je een beetje fashionable groen doen?
Bomenknuffelauto’s, bejaardenbakken, lelijk, traag. Dat zijn in Nederland de vooroordelen over milieuvriendelijke – pardon – minder schadelijke auto’s. In Hollywood denken ze daar heel anders over. Daar rijden Cameron Diaz, Brangelina en andere Hollywood-helden al jaren rond in zo’n Al Gore–style hybride. Gouverneur Arnold Schwarzenegger zette in 2004 zijn handtekening onder een wet waardoor ook hybrides met één inzittende gebruik mogen maken van carpoolstroken. In Californië is groen doen cool. Hoe komt het dat milieuvriendelijkere auto’s in Nederland nog steeds een geitenwollensokken-imago hebben?
De zoektocht naar een stoere ‘groene’ auto begint met de vraag wanneer een auto nu precies milieuvriendelijk is. De Nederlandse overheid heeft daar een energielabelsysteem voor. Groen betekent minder vervuilend dan gemiddeld, geel is gemiddeld, en oranjerood is vervuilender dan gemiddeld. Ook krijgen auto’s die zijn uitgerust met een hybridesysteem (naast de gewone motor ook een elektromotor) of Flexi Fuel (die kunnen naast benzine ook op biobrandstof rijden) een goed milieulabel. Probleem: de toptien van zuinige auto’s bestaat bijna geheel uit lichte, kleine autootjes, óf de verguisde hybrides. En wij zoeken een goede racebak.
Futuristische sportwagens
Op de autoshows lijken ze al wél te bestaan: stoere auto’s die lief zijn voor het milieu. Van die glimmende bolides vol snufjes die op 1 liter benzine 100 kilometer in twintig minuten kunnen afleggen, zonder ook maar een grammetje CO2 uit te stoten. Futuristische sportauto’s die rijden op biogas, elektromotor, afgewerkt frituurvet of alles tegelijk. Maar in de autoshowrooms of op de weg zie je ze niet terug. Waarom niet? ‘Een jaar of vijf geleden was er nog geen interesse in milieu. Toen dat thema drie jaar geleden opkwam, hebben de autofabrikanten lang geaarzeld en naar elkaar gekeken. Investeren in milieuvriendelijke auto’s leek op korte termijn onaantrekkelijk’, weet automarketeer Clem Dickmann.
‘Merketeer’ Martin de Munnik van bureau LaMarque gaat nog een stapje verder. ‘Groen is niet sexy voor een automerk. De grotere merken hebben de techniek al lang beschikbaar, maar komen niet als eerste met die producten op de markt, ze wachten graag even af hoe trends zich ontwikkelen. De merken die met milieuvriendelijke auto’s bezig zijn, spreken niet zo tot de verbeelding. Pas als BMW en Mercedes zich ermee gaan bemoeien, kan het wat worden.’
Dickmann verklaart het suffe imago van groene auto’s als een marketingfoutje van hybride-pionier Toyota. ‘De Prius is gemaakt als een hybride. Het is een statement, waarbij de vormgeving uit het oog verloren is.’ Wie Prius rijdt, zegt daarmee: ‘Ik rijd liever een lelijke auto, dan dat ik het milieu vervuil.’ En in een maatschappij waar de auto voor veel mensen nog steeds een glanzend gelakt verlengstuk van hun ego is, wordt dat blijkbaar niet als aanbeveling gezien. In autoverkoperstaal: auto is emotie. En de Prius vertegenwoordigt blijkbaar niet de juiste.
‘En terecht’, vindt autojournalist Steffert Stienstra. ‘Ik vind het goed dat autofabrikanten werken aan de ontwikkeling van milieusparende auto’s, maar ik ben nog nooit blij geworden van zo’n auto. Het is een feit dat zuinige auto’s minder presteren. Nu in elk geval nog wel. Je spaart wel het milieu, maar je levert veel in op het gebied van sportief rijden’, verduidelijkt Stienstra.
Auto = emotie
Een rondje langs wat dealers leert dat de autofabrikanten, ieder op hun eigen manier, wel met het milieuvraagstuk bezig zijn. Volkswagen komt bijvoorbeeld met Bluemotion, een dieselmotor die een flink stuk zuiniger is. Toch vertelt een verkoper dat er weinig mensen uitdrukkelijk om een bluemotion-auto vragen. Zou het feit dat deze 900 euro duurder is dan een normale Golf diesel echt uitmaken? De verkoper denkt van wel, maar volgens De Munnik is prijs niet alles: ‘Een merk wordt niet cooler als de auto’s goedkoper worden, sterker nog, geld speelt een ondergeschikte rol. Auto blijft emotie, en bij de meeste consumenten staat het merk van een auto hoger in de rang dan het milieu.’ Aan de auto-emotie-beleving wordt daarom gewerkt: branchevereniging Bovag biedt sinds kort een cursus milieuvriendelijke auto’s verkopen aan, waarmee autoverkopers leren hoe ze hun klanten over de groene streep kunnen trekken.
Toch is hybride een hit in 2008: volgens Toyota is de Prius het komende half jaar uitverkocht en Honda heeft de eerste drie maanden al meer hybrides verkocht dan in heel 2007. De oorzaak van de recente run op deze superzuinige auto’s zit ‘m niet in een mentaliteitsverandering van de autoconsument, maar in de nieuwe belastingregels die sinds februari van dit jaar van kracht zijn. De Prius heeft als een van de weinige auto’s een A-label. En dat betekent een aankoopsubsidie en maar 14 procent bijtelling voor privé rijdende leaserijders, in plaats van de reguliere 25 procent. Het lijkt erop dat de Nederlander dus pas groen gaat doen als het verschil te merken is in de portemonnee.
Naast de wil van fabrikant en consument is er ook nog de discussie over hoe milieuvriendelijk ‘groene’ auto’s überhaupt zijn. Hybride auto’s zouden veel slechter zijn voor het milieu omdat de accu’s zeer schadelijk zijn bij de afbraak – iets wat Honda en Toyota overigens ontkennen. En een nieuwe auto is in het productieproces ook verantwoordelijk voor heel wat CO2-uitstoot, waardoor een vervuilende occasion altijd nog milieuvriendelijker zou zijn dan een zuinige nieuwe auto. En de gewassen die biobrandstof opleveren, ten slotte, zouden geplant worden ten koste van tropisch regenwoud. Ook slecht. Ooit moeten we van olie af en iets anders duurzaams vinden. Waterstof, bijvoorbeeld. Daar wordt hard aan gewerkt, maar de resultaten zijn voorlopig beperkt.
Omdat we toch een keer een hybride willen rijden, doen we een proefritje in het antwoord van Honda op de Prius, de Honda Civic Hybride. De verwachte ruimteschipervaring valt tegen: afgezien van het feit dat het een automaat is – en dus voor een schakeladept rijdt als een botsautootje – is het van buiten een gewone auto. Het enige verschil: achter in de auto ligt een blok batterijen, dat met een elektromotor verbonden is, die weer aan de gewone motor vastzit. Als je flink gas wilt geven of juist stilstaat, helpt de elektromotor de benzinemotor, terwijl je met afremmen de batterijen juist oplaadt.
Terwijl je rijdt, zie je op je dashboardschermpje hoe het gesteld is met je accu, en hoeveel energie je verbruikt. Dat maakt het rijden een soort sport om te kijken of je toch hard kunt rijden én tegelijk de accu op kunt laden. Als je heel stabiel iets minder dan 50 kilometer per uur blijft rijden, kun je zelfs volledig op de elektromotor en dus CO2-vrij rijden. Superstil. Best cool, eigenlijk, hoewel de rechtgeaarde machochauffeur de brullende motoren zal missen.
Uiteindelijk zijn alle hybrides en flexifuelmodellen die nu op de markt zijn, tussenvormen. Voor de echte stoere sportauto op waterstof moeten we nog pakweg twintig jaar wachten. Om de tijd daartussen te doden, moeten we ons behelpen met tussenmodellen die toch een beetje op het milieu letten.
6 x groen getest
Wat zijn de beste minder schadelijke auto’s? We maakten met behulp van de geïnterviewden in dit stuk een top-6.
1. Volvo c30 flexifuel
Wij vinden: ‘Mooie bak, rijdt op bio-ethanol en benzine.’ Steffert
Stienstra: ‘Prachtig en eigenzinnig uiterlijk. Coolste Volvo sinds de
480 in jaren ’80 en rijdt nog goed ook.’
2. BMW 318D
De BMW is niet meer dan een normale benzine of diesel met een
verbetering in het systeem, waardoor groene labels worden gehaald. De
218D is de favoriet van Martin de Munnik: ‘Ik kijk alleen naar de
beleving van het merk in de wetenschap dat ik dan ook een steentje
bijdraag aan het minder vervuilen.’
3. Honda Civic CX Hybride
Werd dit jaar uitgeroepen tot schoonste auto van Amerika. We vonden
dit een prima auto, die zuinig rijden tot een sport verheft en waar het
‘kijk mij eens groen doen’ tenminste niet zo vanaf druipt.
4. Toyota Prius
Het blijft een lelijk ding, maar tegelijk ook hét icoon van de
hybride en staat boven aan alle groene lijstjes. Favoriet bij de
Stichting Natuur en Milieu. Scoort derde op de groenopweg.nl green
rating met 94.
5. MINI Cooper D
Dit leuke autootje kan nu dus ook gerust door milieuvrienden worden
gereden: de Cooper D is een extra zuinig model met een net zo geringe
CO2-uitstoot als hybride auto’s.
6. VW Golf Bluemotion
Gewoon Golfje, maar dan met de vernieuwende dieseltechniek, waardoor
hij minder verbruikt. Eigenlijk zouden alle nieuwe VW diesels uitgerust
moeten zijn met die techniek.
7. Mazda 6 sedan
Looks van een raceauto. Het is een gewone benzine-auto, maar draagt
toch een zuinig B-label. Dat is een beetje onzichtbaar aan het milieu
bijdragen.
8. Lexus RX400 Hybride.
De eerste hybride SUV die in Nederland te koop is, verdient zijn
laatste plek aan zijn c-label. Of, om met Stienstra te spreken: ‘Wil je
groen, rijd dan niet zo’n lomp groot en zwaar onding.’