Door: Jan-Hein Strop 
Gepubliceerd: maandag 2 juni 2008 23:41
Update: dinsdag 3 juni 2008 00:06
Nederland is aangestoken door het algenvirus. Maakt de drukte rondom algenkweek de hooggespannen verwachtingen ook waar?
Een kok snijdt met een fileermes door een groot stuk gemarineerde zalm. Niet de vertrouwde dille is over de vis verspreid, maar een ander groen goedje. Welke culinaire noviteit wordt hier met zoveel zorg gepresenteerd? Het blijkt te gaan om een marinade van algen.
Mensen schuiven belangstellend langs de bordjes met zalm tijdens het congres ‘Waarheden en Onwaarheden over Algen’ dat vorige week in het Flevolandse Dronten plaatsvond. Het waterplantje blijkt zo’n tweehonderd mensen op de been te kunnen brengen: van wetenschappers tot consultants, van ambtenaren tot vertegenwoordigers van bedrijven als Unilever, DSM en Friesland Foods.
Want algen kunnen inmiddels rekenen op hypeachtige aandacht. Met een olieprijs van rond de 130 dollar zou biobrandstof uit algenolie een aantrekkelijk alternatief zijn, vooral omdat de opbrengst per hectare zo veel beter zou zijn dan met maïs of suikerriet. Enthousiastelingen wijzen bovendien op een kunstje waarin de plantjes excelleren: het met behulp van zonlicht omzetten van het broeikasgas CO2 in nuttige stoffen.
Wie luistert naar de sprekers op het congres komt tot de conclusie dat algen weliswaar veel potentie hebben, maar nog jaren nodig hebben om tot industriële wasdom te komen. Dagvoorzitter en enthousiasteling Paul Hamm vindt wel dat we haast moeten maken. ‘Nederland is een waterland en dus een algenland’, zegt hij tijdens de pauze. ‘Wij hebben een unieke kennispositie met drie samenwerkende universiteiten. Er zijn maar een paar andere instituten in de wereld die ons niveau halen.’
Volgens Hamm is algenproductie op korte termijn vooral interessant voor de fijnchemie en de voedingsindustrie. Algen maken namelijk vet- en kleurstoffen die veel geld waard zijn. Toch zijn er in Nederland nog maar een paar bedrijfjes die algen kweken. Een van de voorhoedelopers is Eugène Roebroeck, directeur van het in 2006 opgerichte LGem. Met een eenvoudige rekensom legt hij uit dat het met de Nederlandse hoeveelheid zonlicht nog altijd meer energie kost om de plantjes te kweken (rondpompen, oogsten met centrifuges), dan ze opleveren. ‘Voor biobrandstof is het gewas daarom niet geschikt’, concludeert hij.
Ook Jan de Jong, innovatiemanager van energiebedrijf Essent, tempert de verwachtingen op dit punt. ‘Algenkweek voor biobrandstof kunnen we in Nederland wel vergeten’, zegt hij. Het primaire belang van algen ligt voor hem in het nuttig gebruik van CO2, die vrijkomt bij kolenverbranding. Daarom start Essent deze week een proef, waar het rookgassen uit de Amercentrale naar een reactor van LGem pompt, om te zien hoe de kweek daarop reageert. De Jong: ‘Ook wij zijn aangestoken door het algenvirus.’
Voor de populaire Omega 3-vetzuren (gezonde, meervoudig onverzadigde vetzuren) zou algenproductie wat LGem-directeur Roebroeck betreft wel tot een besparing kunnen leiden. Nu wordt Omega 3 uit vissen gehaald, waarvoor vele visserboten de zee opmoeten. René Draaisma, onderzoeker van Unilever (o.a. Blue Band, Becel) vertelt met interesse naar vet uit algen te kijken, maar wil meer onderzoek doen. Het broodje met algenboter laat nog even op zich wachten.