Door: Jan-Hein Strop 
Gepubliceerd: dinsdag 20 januari 2009 23:53
Update: woensdag 21 januari 2009 00:14
Een beetje politicus, visionair of milieubeweging presenteert zijn eigen Green New Deal. Maar net als bij president Obama zijn het vooralsnog alleen mooie woorden.
Als Barack Obama praat over duurzaamheid en het milieu, gaat het al snel over het creëren van ‘jobs’. Ook na zijn inauguratie zal de nieuwe president veel vaker werkgelegenheid noemen als reden voor grootschalige investeringen in de groene sector, dan een nijpend klimaatprobleem. Niet zo gek nu de VS de zwaarste recessie verwacht sinds de jaren dertig.
Zelden kijkt een industrie – of het moet de bancaire zijn – met zoveel spanning uit naar het beleid van een volgende president. Want de Amerikaanse zonnecelbouwers en ontluikende windmolenboeren hebben ook last van de crisis. Zij wachten op inlossing van Obama’s verkiezingsbeloftes, die het investeringsniveau in de clean tech weer op het oude peil moeten brengen.
Ondanks het krankzinnige begrotingstekort zei Obama 150 miljard dollar te investeren in duurzame bedrijvigheid, waarmee vijf miljoen nieuwe banen ontstaan, onder meer door veel plug-in hybrids (auto’s met stopcontact) te bouwen. Bovendien heeft Obama gezegd dat in 2025 een kwart van de elektriciteit uit hernieuwbare bron moet komen (nu 8 procent).
Momentum
Zulke plannen inspireren wereldwijd politici en voorvechters van het milieu, die in ronkende termen momentum ruiken voor de groene revolutie. A New Green Deal luidde de titel van een recent rapport van een groep Britse intellectuelen, dat een breed spectrum van aanbevelingen voor de regering bevat.
Ook in Nederland heeft de overheid-moet-investeren-koorts om zich heen gegrepen. Vorige week presenteerden vakbond FNV en Stichting Natuur en Milieu hun eigen New Green Deal, vlak voor de bekendmaking van nieuwe economische steunmaatregelen van het kabinet. In het voorstel pleiten de partijen onder meer voor een versnelde aanleg van windmolenparken op zee, kredietgaranties voor duurzame energieprojecten en een fonds van een half miljard om woningen energiezuiniger te krijgen. Idee is dat woningbezitters voor tegen de twee procent rente een lening krijgen om hun huizen beter te isoleren. Ook woningbouwcorporaties zouden een prikkel moeten krijgen om te investeren in duurzame renovatie. Dat levert de komende twee jaar zo’n honderdduizend banen op, becijfert het voorstel. Kosten? Drie miljard slechts.
Eerder in december heeft GroenLinks een soortgelijk plan (‘The Green Deal’) in het leven geroepen, dat op grote lijnen overeenkomt met dat van FNV en Milieu Centraal. Verschil is evenwel dat GroenLinks meer nadruk legt op vergroening van het belastingstelsel – het moet ergens vandaan komen natuurlijk – en nauwelijks rept over de kansen voor de werkgelegenheid.
Nauwelijks reactie
Toch lijkt het erop dat juist dat argument onder de huidige economische omstandigheden hout snijdt. Tot nu toe hebben de ‘Green Deals‘ nauwelijks tot politieke reactie geleid of tot zoiets als een maatschappelijk debat, terwijl duidelijk is dat ook in Nederland de werkgelegenheid gaat oplopen als gevolg van de crisis.
Dit kabinet is tot nu toe behoorlijk voorzichtig met ambitieuze steunplannen. Er bestaat zeker bij minister Bos van Financiën grote weerstand tegen het verder laten oplopen van het begrotingstekort. Bovendien zijn de meeste groene voorstellen geen zaken die de economie direct vooruit helpen. Voordat die windmolens er komen en huishoudens massaal besluiten glaswol onder het dak te proppen, kruipt de economie als het goed is weer uit het dal.
Ook Obama realiseert zich dat, maar hij weet ook dat de olie ooit op raakt. Duurzaam, dat is toch iets voor de lange termijn?