Door: Sylvia Marmelstein
Gepubliceerd: zondag 8 februari 2009 22:06
Update: zondag 8 februari 2009 22:06
Ontslag erg? Voor een aantal ex-werknemers van Unilever niet. Ze begonnen samen een bedrijf waar ze allemaal een beetje baas zijn.
Sinds de crisis is de werkvloer van een inpakbedrijf in Nijkerkerveen veranderd in een soort toeristische trekpleister. Ambtenaren van ministeries en afdelingen personeelszaken van bedrijven als TNT komen er rondneuzen. Ze willen weten hoe je werknemers ontslaat zonder dat de zwaksten zoals ouderen, lager opgeleiden en zieken voortaan werkloos blijven.
Daarin is inpakbedrijf Suppack gespecialiseerd. Alle 25 werknemers behoren tot de zwakste groep op de arbeidsmarkt. Ze verloren nog maar pas hun baan door de sluiting van Knorr in Loosdrecht (Unilever), waar ze sauzen, soepen en maaltijdpakketten maakten. Toch zijn ze allemaal alweer aan de slag; in het bedrijf dat ze zelf zijn opgestart.
Daar zijn ze allemaal een beetje baas. ‘Op woensdagochtend komt het personeel bijeen om de week door te nemen’, zegt directeur Gaby van de Waal. Bijna alle besluiten nemen ze zelf. Alleen als het om ingrijpende dingen gaat, zoals de aanschaf van dure machines, is de directeurs wil wet.
Daarnaast worden ze binnenkort samen eigenaar. ‘Ze kopen allemaal een even groot pakket Suppack-aandelen. Zo profiteren ze ervan als het bedrijf later winst maakt.’
Het avontuur met de personeels-bv begon eind 2007. Van de Waal, toen nog chef van een productieteam bij Unilever, zat in de fabriekshal te peinzen. De gedachte dat collega’s voorgoed achter de geraniums zouden belanden liet hem niet los. ‘In een opwelling riep ik: ‘Laat Unilever het heen en weer krijgen, we gaan zelf een bedrijf beginnen! De mensen om me heen waren zó enthousiast. Ik kon niet meer terug.’
Honderd werknemers voldeden aan het criterium dat ze bij sollicitaties elders geen kans maakten. Slechts een kwart wilde meedoen. Afhakers vonden het te risicovol. Bovendien moesten de werknemers 30 procent van hun salaris inleveren. ‘Om hen de kans te geven dat verschil terug te verdienen heb ik gezegd: dan wordt Suppack ook van jullie.’
Of het een succes wordt, is vier maanden na de opening niet te zeggen. Wel is duidelijk dat de sfeer totaal anders is dan bij andere productiebedrijven. Hier geen chagrijnige gezichten. Terwijl de werknemers flesjes vruchtensappen in folie persen en op pallets stapelen, lachen ze hard en discussiëren ze volop hoe het werk sneller kan.
Rene Kraay (48) was zo boos over zijn ontslag dat hij maanden geen product van Unilever meer kon zien. ‘Ik kocht alleen nog Albert Heijn-merken. Inmiddels eet hij weer Calvé-knoflooksaus, want door zijn ontslag heeft hij nu ‘geweldig werk’. ‘Heerlijk, hier gaan collega’s vrij met elkaar om. Ze spreken elkaar erop aan als ze dingen zien die niet kunnen. Zo heb ik net tegen de rokers gezegd dat ze korter moeten paffen. Vroeger deed ik dat niet, want ik was toch niet verantwoordelijk.’
Door dit soort betrokkenheid kan Suppack de concurrenten aan, denkt Miranda van den Heuvel (36) die in het magazijn bijhoudt hoeveel producten binnenkomen en er weer uitgaan. Ook de aandelen prikkelen werknemers om het werk beter te doen. ‘Iedereen wil zo snel mogelijk weer zijn oude salaris verdienen. Dertig procent loonsverlaging is veel als je een gezin hebt.’
Steun
Niet alle werknemers zijn enthousiast. Eddy Drost (57) werkt een paar uur per week om ‘contact met oude collega’s te houden.’ ‘Dit werk is te zwaar voor mij’, zegt hij terwijl hij de lading telt. Bij Unilever deed hij de administratie. ‘Ik ben volop aan het solliciteren.’
Zonder steun van Unilever was Suppack er nooit gekomen. De oud-werkgever heeft ruim een miljoen euro meegegeven om te starten. ‘Geen valse concurrentie’, benadrukt Van de Waal. ‘We kunnen toch niet onder de prijs gaan zitten, want we opereren in een vechtmarkt met zeshonderd andere inpakbedrijven. Die vragen al bodemprijzen.’
Suppack wil vooral klanten krijgen door anders te zijn. ‘Zo halen we de losse vracht op bij de klant en brengen we hem zelf ingepakt weer terug. En we bieden meer service door heel flexibel te zijn. Als een klant belt of de lading terugkan en de vrachtwagenchauffeur is niet in de buurt, spring ik meteen zelf achter het stuur.’
Foto: Eelke Verboom
Stemmen
Op dit positief verhaal kan je je
stem
uitbrengen. De komende tijd zullen er in dagblad De Pers meer artikelen
verschijnen met een :-). Alle genomineerde verhalen vind je
hier
www.depers.nl/southphase

Southphase
Southphase:-) wil een maatschappelijke beweging creëren, waarin
mensen, bedrijven, overheden het gevoel hebben dat ze mogelijkheden
zien in plaats van de onmogelijkheden, geloof hebben in eigen kracht en
daarnaar kunnen handelen, nieuwe perspectieven zien en weten hoe deze
te bereiken, de moed hebben om te kunnen en willen veranderen, en
daarmee een inspiratiebron vormen voor anderen.
Model werkt alleen bij massaontslag
Hij heeft even gehoopt dat hij Suppack-model kon kopiëren. Joop
Boshoven, HR-manager bij Nemef (hang- en sluitwerk), zocht een
onderkomen voor de werknemers die door de sluiting van de fabriek hun
baan verloren. ‘Tijdens een bezoek aan de Suppack bleek al snel dat ik
er niet mee uit de voeten kon’, zegt hij. Waarom niet? ‘Je moet de
werknemers een bedrijf laten opstarten waar ze meteen aan de slag
kunnen. Het werk moet lijken op het werk dat ze deden. Bij ons maakten
werknemers hang- en sluitwerk. Er is geen ander werk dat daarop lijkt.’
Ook moet de groep behoorlijk groot zijn. Bij Unilever gingen 25 van de
470 ontslagenen mee naar het nieuwe bedrijf. Nemef moest honderd mensen
kwijt. ‘Bij gelijke belangstelling zouden er hooguit zes mensen
overblijven. Daar zet je geen bedrijf mee op.’