Door: Dirk Jacob Nieuwboer
Gepubliceerd: dinsdag 21 juli 2009 06:00
Update: dinsdag 21 juli 2009 09:34
Ook wel eens gedacht: had die Nout Wellink nou niet eerder in kunnen grijpen? Dat is fout, heel erg fout. Van zulke kritiek is de baas van De Nederlandsche Bank niet gediend. ‘Ik heb er tabak van. Ik vind dat de DNB niets te verwijten valt.’ Al sinds de kredietcrisis is uitgebroken wast de president van de centrale bank vakkundig zijn handen in onschuld. Wellinks trukendoos zit vol met argumenten die anderen groot en verantwoordelijk maken en hemzelf steeds kleiner.
1 De andere actoren
Er is veel misgegaan in de financiële wereld. Maar wat had Wellink daar aan kunnen doen? ‘Nou, ik denk: het probleem zit niet in eerste instantie bij de toezichthouder. Kijk, het probleem zit bij de andere actoren’, antwoordt hij dan. Neem de rating instituten die er een potje van hebben gemaakt. Wellink moest wel afgaan, zegt hij, op hun oordeel over ingewikkelde bancaire producten. Als die Triple A waren, wat kon hij daar dan aan doen? En dan nog iets, hij en andere toezichthouders wisten wel dat het niet allemaal pluis was. Maar politici reageerden veel te traag op hun waarschuwingen. Politici die nu klagen ‘moeten zich realiseren dat er ook kritiek op hen gegeven kan worden’.

2 De gebroeders Wright
En zijn eigen rol? De president van De Nederlandsche Bank mag daar graag over filosoferen. Toezichthouders zoals hij hebben het niet makkelijk hoor. Eigenlijk kunnen ze het nooit goed doen. ‘Op het moment dat een toezichthouder vanuit zijn professionele opvattingen waarschuwt, is het vaak zo dat wordt gezegd: ja, jongens, jullie frustreren het marktproces. Op het moment dat je niks gedaan hebt en het misgaat zeggen ze: hoe heb je zo stom kunnen zijn?’ En dan de hogere filosofie. ‘Als je innovatie pas toestaat nadat de goedkeuring gekomen is, dan waren de gebroeders Wright, zeg ik altijd, nooit de lucht in gegaan. Want een licence to fly hadden die broertjes nooit gekregen, want het bestond niet, niemand wist hoe het werkte.’ Moet je die ingewikkelde, riskante bancaire producten dus wel of niet toestaan? ‘Hier ligt een diep fundamenteel, bijna filosofisch probleem.’
3 Onze lieve heer
Groot probleem is bovendien dat hij te maken heeft met een lastige werkelijkheid. ‘Wij zagen deze problemen, wij hebben erover onderhandeld, maar de crisis heeft, als ik het nu even op een andere manier mag zeggen, niet gewacht tot we klaar waren.’ Hij is tenslotte ook maar een eenvoudig mens. ‘Wij zijn onze lieve heer niet. Je kent de toekomst niet. We zaten in het midden van een dynamisch proces.’
4 Een eind zwemmen
En vergeet vooral ook niet dat Nederland maar een klein landje is, met een kleine toezichthouder. Een man of 15 moeten concerns met duizenden werknemers controleren. ‘Wij zijn de agent als ik het even mag versimpelen. Je moet de agent niet verwarren met de inbreker.’ Bovendien: ‘De agent zat in Nederland en de inbraak geschiedde in de Verenigde Staten, waar er tegelijkertijd afspraken waren dat er agenten in de VS waren.’ En die agenten letten niet op? ‘Nou, dat is inderdaad het geval geweest.’ Maar met Icesave wist hij toch zelf dat het fout zat? ‘IJsland, daar zwem je niet zomaar even naartoe, dat is heel ver weg. Het was heel moeilijk om contact te krijgen met die mensen. Ik weet niet of ze in een geiser zaten te stomen of zoiets.’
5 De wet is de wet
Als er dan nog mensen zijn die denken dat hij als toezichthouder veel macht heeft, dan haalt Wellink ze snel uit de droom. Hij had graag de overname van ABN Amro voorkomen. Maar ho, ho, wacht even. ‘De wet is zo dat je verlof (toestemming, red.) moet geven.’ Precies hetzelfde met Icesave. Volgens de Europese regels moest de bank worden toegelaten tot Nederland. Ook al voelde Wellink aan zijn water dat het geen zuivere koffie was. Een simpele uitvoerder is hij maar. ‘Als je vraagt of ik me dat professioneel aantrek: ja, vanzelfsprekend. Maar op de vraag of ik er alles aan gedaan heb om dat zo goed mogelijk te sturen binnen de wettelijke bevoegdheden, dan zeg ik tegelijkertijd: ja.’
6 Ze luisterden niet
Nog steeds niet overtuigd? Dan komt Wellink met zijn troefkaart. Hij heeft hem achter de hand en gebruikt hem in bijna elk interview. Hij heeft het toch gezegd? Hij heeft toch gewaarschuwd toen hedge fund TCI begon te stoken bij ABN Amro? En toen het consortium van drie banken met zijn plannen kwam om de bank te kopen, hief hij het vingertje. Riskant! Beter niet doen! Maar ze wilden niet luisteren. ‘Van Lutjebroek tot de Wall Street Journal is er gezegd: waar bemoeit die man zich mee?’ Stank voor dank was zijn deel. ‘Ik heb twee keer om de oren gekregen van de Europese Commissaris van Mededinging. Als er ergens een paar mensen zijn die hun verontschuldigingen moeten aanbieden, dan kan ik er wel een paar aanwijzen in deze context.’
* De gebruikte citaten zijn afkomstig uit de volgende interviews met Nout Wellink: Buitenhof, 20 januari 2008 en 5 oktober 2008, RTL Z, 23 december 2008, NRC Handelsblad, 26 maart 2009, Pauw en Witteman, 12 mei 2009 en de Volkskrant, 18 juli 2009.
Foto: ANP
Twee vergelijkbare faillissementen, twee keer te laat
Auteur: Mathijs Rotteveel
De grootste fout die Nout
Wellink volgens zijn critici heeft gemaakt is zijn slappe optreden bij
het faillissement van het IJslandse Icesave. Hoe kon hij zo’n
onbetrouwbare bank een vergunning geven om zich in Nederland te
vestigen? En waarom greep hij niet in toen het fout dreigde te gaan?
Zeker omdat hij drie jaar ervoor bij het faillissement van de
Amsterdamse bank Van der Hoop ook al te laat was.
Aan het arsenaal van DNB kan het niet liggen: vergunningen,
steekproefcontroles, periodieke gesprekken met bankbestuurders en
onderzoek op locatie. Hoe streng DNB een bank controleert hangt
grotendeels af van de FIRM, de Financiële Instellingen Risicoanalyse
Methode. Daarmee kijkt de toezichthouder naar de liquiditeit,
solvabiliteit, beheer en organisatie en integere bedrijfsvoering en
hangt daar een score aan. Dat die methode niet werkt, weten we al sinds
Van der Hoops faillissement. Die bank ging failliet ondanks dat het
FIRM-model aangaf dat er weinig mis mee was. De curatoren van Van der
Hoop verweten DNB dan ook veel te laat te hebben ingegrepen. Al een
jaar voor het faillissement trokken goed geïnformeerde spaarders 35
procent van al het spaargeld daar weg. Reden genoeg voor DNB om de
noodregeling – een soort uitstel van betaling – toe te passen. DNB koos
echter voor een minder rigoureuze optie en Van der Hoop ging eind 2005
failliet.
Nog geen drie jaar later klopte Icesave bij Wellink aan om in
Nederland 500 miljoen aan spaargeld op te halen. De IJslandse
bankensector was bijna failliet en dat wist Wellink, want het stond
volop in de Britse en IJslandse kranten. Wellink kon een vergunning
echter niet weigeren omdat de IJslandse toezichthouder geen problemen
zag. Wel sprak hij af dat Icesave hooguit 500 miljoen zou ophalen. Het
werd meer en Wellink beklaagde zich in IJsland. Tevergeefs: de bank
ging failliet en Nederlanders moesten in IJsland op zoek naar hun geld.
DNB had echter nog meer instrumenten om Icesave dwars te zitten, zoals
treuzelen met het geven van een vergunning. Of het streng interpreteren
van reclameregels: Icesave maakte reclame met het Nederlandse
depositogarantiestelsel en dat mag niet. Wellink durfde het echter weer
niet aan de regels te gebruiken om zijn doel te bereiken, net als
eerder bij Van der Hoop het geval was.