Gepubliceerd: maandag 12 oktober 2009 12:29
Update: maandag 12 oktober 2009 13:00
Het toewijzen van een noodregeling voor DSB Bank was onvermijdelijk. De staat, De Nederlandsche Bank (DNB) en een consortium van vijf banken hebben dit weekeinde gezocht naar een oplossing, maar de risico's voor alle partijen bleken te groot.
Dat stelt het ministerie van Financiën maandag in een verklaring. Volgens het departement was er sprake van een constructief overleg en was de wil aanwezig eruit te komen. In het consortium waren de Rabobank, ABN Amro, ING, Fortis Bank Nederland en SNS vertegenwoordigd.
Minister Wouter Bos is vastbesloten om de gevolgen voor de klanten van DSB zo beperkt mogelijk te houden. Voor de spaartegoeden treedt naar verwachting snel het depositogarantiestelsel in werking, waarbij tegoeden tot 100.000 euro worden terugbetaald. Bos is maandagmiddag aanwezig bij de persconferentie in het gebouw van DNB.
Spaarders die gebruikmaken van een zogenoemd achtergesteld deposito bij DSB, kunnen niet terugvallen op het garantiestelsel. Ook wisten zij dat ze als laatste hun geld zouden kunnen terugzien als er ooit een faillissement of noodregeling zou komen voor de bank. Een achtergesteld deposito was voor spaarders interessant vanwege de hoge rente van 6,5 procent.
Financiën benadrukt dat de problemen bij DSB niet zijn ontstaan door de financiële crisis, maar het gevolg zijn van ,,de bedrijfsvoering, onrust bij klanten, onduidelijke communicatie en de onzekerheid die daardoor is ontstaan''.
Niemand gebaat bij ondergang
Een faillissement van DSB kan grote maatschappelijke schade berokkenen, op een moment dat het vertrouwen in de financiële sector nog broos is.
In theorie betekent dit dat andere banken volgens het depositogarantiestelsel de schade bij spaarders tot 38.000 euro moeten vergoeden. Schade boven dat bedrag tot 100.000 euro komt voor rekening van het ministerie van Financiën. Daar zit de belastingbetaler mooi mee.
