Door: Remco Tomesen 
Gepubliceerd: vrijdag 13 november 2009 00:02
Update: vrijdag 13 november 2009 00:00
Honderdduizenden mobieletelefoongebruikers werken voor piepkleine beloningen samen aan grote klussen.
Meng een paar ontwikkelingen, en voor je het weet heb je een nieuw recept voor armoedebestrijding te pakken. De ingrediënten: mobiele telefonie, crowdsourcing en de wil van bedrijven ‘om goed te doen’.

Voor wie het niet (meer) weet: crowdsourcing is het fenomeen waarbij organisaties gebruikmaken van grote groepen mensen. Ze vragen hen mee te denken over nieuwe producten of onderzoek. Maar ze kunnen mensen ook vragen piepkleine taakjes uit te voeren. Tegen piepkleine beloning. Als maar genoeg mensen helpen, is een grote klus zo geklaard.
Voor inwoners van westerse landen is het niet zo interessant om voor een dollar per dag uren aan de slag te gaan met minitaakjes zoals het vertalen van woordjes of ‘taggen’ van foto’s (het geven van omschrijvingen aan foto’s). Maar voor een inwoner van een Afrikaans land is een dollar inkomen per dag vaak al heel wat.
Met dat idee in het achterhoofd begonnen twee internetondernemers uit Afrika samen met een onderzoeker van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) Txteagle. Op dit moment zijn ze bezig met het uitbreiden van hun crowdsourcings-initiatief naar Oost-Afrikaanse landen als Kenia. Nergens ter wereld groeit het aantal gebruikers van mobieltjes op dit moment zo snel als daar. Tientallen miljoenen mensen hebber er een mobieltje, maar geen vast werk.
Kenianen krijgen bijvoorbeeld een tekstbericht in het Engels opgestuurd. Ze moeten de vertaling in hun stamtaal (waar er meer dan vijftig van zijn in Kenia) terugsturen. Uitbetaling kan plaatsvinden via de mobiele operator, die de beloning in beltegoed uitkeert. Opdrachtgever is een organisatie die de stamtalen in kaart aan het brengen is. Omdat Engels een officiële taal is in Kenia (en de taal is waar onderwijs in wordt gegeven), spreken veel inwoners goed Engels.
Met geavanceerdere telefoons als de iPhone kunnen natuurlijk meer complexe taken worden uitgevoerd. Er zijn al programmaatjes voor de iPhone waarmee organisaties hun microtaken kunnen uitbesteden. Voorbeelden zijn The Extraordinaries en GiveWork. Het Nederlandse Nationaal Archief vraagt op The Extraordinaries aan ‘de massa’ om een grote verzameling foto’s te taggen (omschrijven).
Blijft natuurlijk de vraag of al die mobiele microwerkers nooit een foutje maken. GiveWork heeft daar een oplossing voor. IPhone-bezitters in het Westen voeren dezelfde (bijvoorbeeld fototag) taken uit als Afrikanen in een vluchtelingenkamp (vanachter hun computer). Als er een mismatch is, gaat er een ‘alarm’ af. De iPhone-applicaties laten zien dat bedrijven interessante klussen kunnen opsplitsen in microtaken. Als de smartphones over een paar jaar onvermijdelijk ook doordringen in Afrika, zou het begrip uitbesteding dan ook wel eens een heel andere lading kunnen krijgen.