Gepubliceerd: vrijdag 1 januari 2010 14:30
De Wereldhandelsorganisatie WTO staat vijftien jaar na de
oprichting voor een belangrijk jaar. Na alle beloftes over de verbetering van de
wereldhandel hoopt de organisatie, die op 1 januari 1995 werd opgericht, dat
haar 153 lidstaten dit jaar eindelijk overeenstemming zullen bereiken over een
nieuw vrijhandelsakkoord.
In 2001 beloofden de rijke WTO-leden opkomende economieën en arme landen een
eerlijkere kans te geven in de wereldhandel. In ruil hiervoor dienden deze
landen hun markten ook verder open te stellen voor goederen en diensten uit de
geïndustrialiseerde landen. De onderhandelingen in deze Doha-ronde slepen echter
al jaren voort.
Aan de ene kant valt het Westerse landen zwaar om
landbouwsteun, die producten uit armere landen buiten de deur houdt, op te
heffen. Aan de andere kant willen opkomende landen voldoende bescherming voor de
eigen boeren en fabrikanten tegen de internationale concurrentie.
Vorig jaar leidde een alles-of-nietspoging om de
onderhandelingen vlot trekken na een ruime week vergaderen uiteindelijk toch
weer tot een breuk. Vooral de Verenigde Staten en India konden het niet eens
worden en leken de onderhandelingen voor jaren op slot te gooien. Verkiezingen
hebben in beide landen echter gezorgd voor nieuwe gezichten aan de
onderhandelingstafel en een nieuw - voorzichtig - optimisme.
De hoop dat de belangrijkste struikelblokken dit jaar alsnog uit de weg
zullen worden geruimd, werd verder gevoed door de wereldleiders die op de
verschillende economische crisistoppen van het afgelopen jaar keer op keer
plechtig het belang van een nieuw vrijhandelsakkoord benadrukten. Op de
jaarlijkse WTO-top van handelsministers wezen ook bijna alle aanwezigen 2010 aan
als het jaar waarin de ronde moet worden afgerond.
Ondanks alle mooie woorden gaat de vooruitgang nog altijd
langzaam. WTO-topman Pascal Lamy laat de moed echter nog niet zakken. Eind maart
moet duidelijk zijn of een akkoord dit jaar haalbaar is, zo liet hij eerder deze
maand weten.