Door: Jan-Hein Strop 
Gepubliceerd: donderdag 4 februari 2010 01:03
Update: donderdag 4 februari 2010 01:24
Rijkman Groenink, de verguisde oud-topman van ABN Amro, kwam bij de commissie-De Wit hardop zijn gelijk halen - vol zelfvertrouwen en scherp van tong.
Zo kennen we hem weer. Al een paar minuten na de start van het interview, beet Rijkman Groenink ondervrager Jan Schinkelshoek (CDA) toe: ‘U legt mij woorden in de mond’; om hem daarna meermalen te corrigeren op te breed of verkeerd geformuleerde vragen. Na een lange periode buiten de publiciteit mocht ABN Amro-topman gisteren weer eens etaleren waarom anderen hem zo vaak kenschetsen als arrogant.
Zo werd het gesprek tussen de twee oud-bankiers – Schinkelshoek werkte voor zijn Kamerlidmaatschap bij Rabobank – een spannend duel. Want het was natuurlijk de bedoeling om van Groenink minimaal een gedeeltelijk mea culpa af te dwingen.
Maar daar was de bankier, die er zo slecht van afkwam in de bestseller De Prooi (2008), niet voor gekomen: Groenink kwam in de eerste plaats om uit te leggen dat hoe hij zich had verzet tegen de overname van ABN Amro door het consortium van RBS, Santander en Fortis; een overname die, zoals we nu weten desastreus uitpakte. Heel modieus zei Groenink, ontspannen achterover leunend, dat ‘ook met de wetenschap van vandaag’, hij tegen overname door het consortium was.
30 miljard
Als ABN destijds was overgenomen door het Britse Barclays, zoals Groenink graag wilde, dan had de Nederlandse overheid waarschijnlijk nooit ‘substantiële bedragen’ in ABN Amro hoeven stoppen. Kortom, als minister Bos van Financiën zijn ‘verklaring van geen bezwaar’ niet had afgegeven, had dat de belastingbetaler 30 miljard gescheeld.
Maar Groenink kon nog zo waarschuwen, het hielp allemaal niet. Hij had bij Nout Wellink, de president van De Nederlandsche Bank (DNB) in het ‘informele voortraject’ wel een luisterend oor, maar hij herinnerde zich niet dat hij direct met Bos informeel over de kwestie had overlegd. ‘Ik heb me erover verbaasd dat er zo weinig weerstand was tegen de overname’, zie hij over de politieke inmenging destijds.
Volgens Groenink zouden andere Europese toezichthouders de overname door het consortium wel hebben tegengehouden, omdat een vijandige bod op een bank niet alleen ongekend is, maar vooral ‘onaanvaardbaar’. Dat DNB toch positief adviseerde en Bos zoals gebruikelijk het advies overnam, was dus een kapitale blunder.
Vlak voor Groenink werd oud-ABN Amrobestuurder Wilco Jiskoot gehoord door de commissie. Die zei ook dat de het vijandige bod zeer risicovol was en beter geblokkeerd had kunnen worden, maar legt de schuld meer bij zichzelf. Jiskoot, voormalig aartsrivaal van Groenink, vindt dat het einde van ABN Amro het gevolg is van een ‘grote inschattingsfout’ van de toenmalige raad van bestuur, die er blind van uit ging dat de autoriteiten nooit een vijandige overname van een bank zouden toestaan.
Dat geeft toch weer een ander beeld dan dat van Groenink, die de bal volledig bij Wellink en Bos legt. Bovendien is het maar de vraag wat er gebeurd was als ABN Amro ingelijfd zou zijn door Barclays. RBS zegt 20 miljard euro te hebben verloren door de overname van de zakenbanktak van ABN Amro, waardoor de Britse bank zwaar aan het staatsinfuus moest. Groeninks aanname dat in het scenario van zijn voorkeur de overheid tientallen miljarden had uitgespaard, is minimaal speculatief te noemen. Gek genoeg waagde Groenink zich op ander punten niet aan uitspraken, juist omdat het speculatief zou zijn.
Was er dan toch iets wat de verguisde bankier achteraf anders had willen doen, vroeg ondervrager Schinkelshoek? Ja, hij had moeten aftreden toen de overname doorging, maar wist aan het verhaal toch nog een heroïsche draai te geven. Zijn financieel directeur was toen opeens vertrokken en Groenink vond het onverantwoord om als ‘kapitein‘ het schip te verlaten.
Ook had hij een ‘beginnersfoutje ‘ gemaakt door ‘akkoord te gaan met te grote ambities’ die de bank zo veel hebben gehinderd. Met andere woorden: het was niet zijn eigen plan, maar dat van een ander. De vraag van wie dan, bleef uit.
En bankiers in het algemeen, zijn die schuldig aan de crisis? ‘Ach’, zei hij berustend, ‘we zijn maar een radertje in een groot systeem.’