Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: woensdag 10 maart 2010 23:45
Update: woensdag 10 maart 2010 23:58
Vechtend voor zijn laatste kans neemt de blauwvintonijn het op tegen een nogal verdeeld Europa.
Het is weer wat anders. Niet Japan,of Noorwegen, maar de complete Europese Unie in de beklaagdenbank. Zaterdag begint in Qatar de CITES-conferentie: 175 landen komen bijeen om afspraken te maken over het inperken van de handel in bedreigde diersoorten. De main course (zoals het CITES-persbericht het snedig fornuleert), is een verbod op de vangst van de bedreigde Atlantische blauwvintonijn.
CITES, dat zich in vroeger jaren bezighield met bestrijding van ivoorhandel, speelt een steeds grotere rol in de bescherming van de wereldzeeën. Acht jaar geleden werd afgesproken dat er gestreefd zou worden naar herstel van alle bedreigde vissoorten in 2015. Omdat internationale overeenkomsten op visserijgebied weinig uithalen, zetten landen en NGO’s steeds vaker CITES in om dat doel te bereiken. Op tafel in Qatar komt straks voorstel 19, ingediend door Monaco: plaatsing van de Atlantische blauwvintonijn op ‘appendix 1’ van het CITES-verdrag. Ofwel: een totaal vangstverbod, totdat de soort zich heeft hersteld. Vorige week hebben de VS laten weten het voorstel te steunen. De EU echter zit diep in de problemen. Noordelijke lidstaten zijn vóór een vangstverbod. Het Europees Parlement is vóór. Maar Spanje, Malta en Cyprus zijn tegen: voldoende om Brussel stuurloos te maken. Japan is razend. De vis is een onvervangbaar onderdeel van sushi. Een verbod ‘is aan aanslag op de Japanse cultuur.’
Veertig jaar geleden haalden vissers nog honderdduizenden tonnen Atlantische blauwvintonijn omhoog, uit de Middellandse Zee en het warme deel van de Atlantische Oceaan. De structuur en bijzondere kleur van het vlees maakte de soort erg populair in Japan. Vissers uit Frankrijk, Spanje, Italië, Malta, Griekenland en Cyprus specialiseerden zich in de blauwvintonijnvangst. Met catastrofale gevolgen: het aantal is naar schatting met 85 procent gedaald. Drie meter lang werd de blauwvintonijn. Werd. Door overbevissing zijn dergelijke exemplaren al tien jaar een zeldzaamheid. Ook hun oude gewicht van meer dan 650 kilo halen ze nog maar zelden. Wat de vissers nu naar boven halen, haalt hooguit de twee meter, al blijft de vangst winstgevend – waarschijnlijk tot de laatste vis gevangen is. Volgens Sergi Tudela van het Wereld Natuur Fonds kan het over twee jaar al zover zijn.
Frankrijk en Italië zijn inmiddels ook voorstander van een vangstverbod. Maar de andere landen vinden dat ze al genoeg hebben gedaan hebben om de vis van de ondergang te redden. Vorig jaar gingen ze akkoord met een beperking van het vangstseizoen tot twee maanden, en Frankrijk en Italië hebben toen het aantal purse-seine boten (die hun netten kunt sluiten als een beurs, zodat vissen niet kunnen ontsnappen) met 22 en 28 procent te reduceren. Enkele tientallen van deze purse-seiners zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de vangst. Stoppen is dus doodsimpel – maar het zat er toen niet in. Visserijcommissaris Joe Borg (een Maltees) zag niets in een verbod. Een Commissievoorstel om tot een verbod over te gaan, werd in september vorig jaar verworpen.
Volgens hen kan de blauwvintonijn best gered worden door visserijrestricties; af te spreken binnen de ICCAT, de International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas.
Afgelopen november kwam ICCAT weer bijeen om een wetenschappelijk rapport (waarin op een verbod werd aangedrongen) van tafel te vegen en een vangstquotum van 13.500 ton af te spreken. Een fictief quotum, want iedereen weet dat deze landen hun eigen vangsten slecht meten en veel te laag inschatten. Monaco (geen EU-lid, geen tonijnvisser, wél thuishaven van een wereldvermaard oceanografisch instituut) is het wachten zat. Vandaar proposal 19.
De hele EU moet momenteel buigen voor het ‘nee’ van Spanje, Malta en Cyprus. Daar komt bij dat Spanje dit jaar voorzitter is van de EU; dus is het ondenkbaar dat de Commissie een verbod doordrukt. Wel ligt er al een beschamend compromis. De nieuwe commissaris voor visserij, de Griekse Maria Damanaki, en de commissaris voor milieu, de Pool Janez Potoçnik, zeggen voorstander te zijn van een vangstverbod, maar dan dient er een uitzondering te worden gemaakt voor ‘traditionele vissers’ (wat ze daarmee bedoelen moet nog worden vastgesteld). En de ICCAT krijgt een laatste kans om orde op zaken te stellen. Ze stellen voor dat CITES afwacht. Potoçnik erkent dat het er voor de tonijnsoort beroerd uitziet, maar ‘uitstel tot 2011 is geen ramp’.
De vraag is of CITES het daarmee eens is. Het ICCAT heeft bewezen de vangst niet onder controle te hebben. Verder uitstel is nutteloos en kan catastrofaal zijn. Als tweederde van de 175 deelnemende landen er zo over denkt, krijgt Brussel straks in Qatar een gevoelig tik op de vingers. Maar het is dan ook van een beschamend politiek probleem verlost. Een probleem dat andermaal aantoont dat de EU niet goed functioneert. Met nu als nodeloos slachtoffer de blauwvintonijn.
Vis – hoe lang nog?
Overbevissing? Onmogelijk, hebben geleerden en vissers heel lang gedacht. De zeeën en oceanen zouden onuitputtelijk zijn. De geleerden hebben zich inmiddels bedacht, maar tot veel vissers en visserijstaten is het nog steeds niet doorgedrongen: de wereldzeeën zijn zo goed als uitgeput. Volgens de Food and Agriculture Organization van de VN (FAO) wordt momenteel nog maar twintig procent van de vissoorten niet, of niet ingrijpend gevangen. De helft van alle vissoorten wordt op maximumcapaciteit bevist. Bij twintig procent van de vissoorten is er sprake van overbevissing en achteruitgang. Tien procent van alle vissoorten is door visvangst zo goed als verdwenen, en krijgt hopelijk een kans om zich te herstellen. Al toont onderzoek aan dat dat waarschijnlijk nooit zal gebeuren. Nog even en de zee is leeg.