Door: Eveline Domevscek 
Gepubliceerd: maandag 12 april 2010 05:19
Update: maandag 12 april 2010 06:42
Voor het eerst werken in organisaties maar liefst vier
generaties. Nu de babyboomers langzaam vertrekken, moeten bedrijven
beter gaan luisteren naar de jonkies.
Tuurlijk, veel bedrijven hebben nu wel even wat
anders aan hun hoofd dan stilstaan bij het gegeven dat er zich vier
generaties werknemers op hun werkvloer bevinden. Maar als de
kredietcrisis eenmaal goed en wel uit de bedrijven verdwenen is, wordt
dit een van de grote vraagstukken waar zij zich de komende jaren mee
gaan bezighouden. Het is namelijk niet alleen maar leuk dat een
22-jarige met iemand met dertig jaar ervaring kan komen te werken. Waar
de een het prettig vindt continu bereikbaar te zijn op zijn BlackBerry,
wordt de ander daar alleen maar gestrest van. En als de arbeidsmarkt
straks weer krapper wordt en er weer hard gevochten moet worden om
werknemers, kun je maar beter elke generatie tevreden te houden.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, weet
organisatiepsycholoog Aart Bontekoning die drie jaar geleden promoveerde
op generaties in organisaties. Hij gaat uit van een veelgebruikte
generatie-indeling: de protestgeneratie (geboren tussen 1940 en 1955),
generatie X (1955-1970), de pragmatische generatie (1970-1985) en
generatie Einstein (geboren na 1985). Een andere regelmatig opduikende
indeling is die van de babyboomers, generatie X, generatie Y en de
generatie Einstein. Volgens Bontekoning heeft de pragmatische generatie
zich vrij massaal aangepast aan ‘de polderachtige, trage manier van
werken’, die zij aanvankelijk ‘niet van deze tijd’ vonden. ‘De kans dat
dit gebeurt met de jongste generatie werkenden – generatie Einstein acht
ik zeer klein.’
Ellebogen
En dus zitten nu al heel wat organisaties met hun
handen in het haar, omdat ze niet weten wat ze aanmoeten met hun jongste
medewerkers, zegt Jeroen Boschma, internationaal organisatieadviseur en
co-auteur van het boek Generatie Einstein. Vooral als er zich veel
‘X’ers’ in de organisatie bevinden, want tussen hen en de Einsteiners
zijn de verschillen gigantisch groot. Dat komt door totaal andere
ambities, zegt Boschma. Volgens hem laten X’ers zich in hun loopbaan
leiden door status en macht. Zij gebruiken gerust hun ellebogen om
hogerop te komen en krijgen het liefst zélf alle waardering. Einsteiners
kijken vooral of zij zichzelf kunnen ontwikkelen, hebben niets met
autoriteit en hiërarchie en werken bij voorkeur in groepjes die ze zelf
hebben samengesteld. Boschma: ‘Dan kan het wel eens voorkomen dat
Einsteiners twee managementlagen overslaan en met een voorstel
rechtstreeks bij de directeur terechtgekomen. Deze vindt dat wel grappig
en gaat het voorstel vervolgens topdown invoeren. De X’ers weten dan
niet meer wat ze overkomt.’
Wensenlijst
Maar nog vaker komt het voor dat de jongste generatie
werkenden juist wél met hiërarchie te maken krijgt en er van dat hele
ontplooien weinig terechtkomt. Ook Peter van der Mede, directeur van
verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng uit Deventer, besefte dat
dit in zijn organisatie gaande was, toen zijn jongste medewerkers een
dag hadden georganiseerd waarop de vier generaties werden besproken. Van
der Mede: ‘Mijn ogen ging toen wel open. We werken met 260 mensen en
het is steeds eenzelfde groep die bij belangrijke projecten
vooraanstaat. Dat zijn niet de oudsten, want die hoeven niet meer zo
nodig. Helaas zijn dat ook niet de jongeren, terwijl ik op die dag zag
dat ze stonden te trappelen van ongeduld.’ En dát is gevaarlijk, want de
komende jaren vindt ook bij Goudappel Coffeng de uittrede van de
babyboomers plaats en dan zijn jongeren hard nodig. Daarom gaat Van der
Mede kijken hoe hij die jonge generatie tevreden kan houden. ‘We moeten
ze interessant werk bieden en de mogelijkheid geven zich te ontwikkelen,
maar ook kritisch kijken naar onze communicatiesystemen. Hoe kunnen wij
het nieuwe werken, waarbij de grenzen tussen werk en privé verder
vervagen, beter faciliteren?’ Dat laatste is dan ook heel belangijk,
beaamt adviseur Boschma. Willen bedrijven het Einsteiners naar de zin
maken, dan moeten ze ook toelaten dat zij msn’en en bellen tijdens het
werk. Na de officiële werkuren gaan de Einsteiners immers ook thuis door
met werken.
En de wensenlijst van deze veeleisende generatie gaat
nog wel even door. Zo werken zij het liefst in bedrijven met senioren
die vol passie en visie hun vakkennis kunnen overbrengen. Bovendien is
werken in hun ogen iets sociaals. De sfeer moet goed zijn, er moet naar
iedereen worden geluisterd en iedereen moet kunnen meebeslissen.
Dat is nogal wat, maar als je deze jongere generatie
weet te behouden, dan heb je ook wat, menen experts. Zo verzetten ze
meer werk in minder tijd. En niemand is meer bang voor een presentatie.