Door: Floor van Dijck 
Gepubliceerd: donderdag 5 augustus 2010 00:03
Update: donderdag 5 augustus 2010 07:12
Wat te doen met plastic dat ronddrijft in de oceanen? Bouw er een eiland van; een idee van de Nederlandse architect Ramon Knoester.
Sinds hij het concept van een drijvend plastic eiland bekendmaakte staat zijn telefoon roodgloeiend. Van bezorgde reacties over het lot van de vissen tot aanmeldingen van toekomstige bewoners en serieuze vragen van recyclingbedrijven. Architect Ramon Knoester ontwierp een zelfvoorzienend eiland, in de buurt van Hawaï, gemaakt van de tonnen zwerfplastic die de oceanen bevuilen en een bedreiging vormen voor het ecosysteem en dus ook voor de mens.
Het idee ontstond twee jaar terug toen Knoester las over de ‘plastic soep’, of de ‘kunststof archipel’. Een gebied in de oceaan in de buurt van Hawaï, ter grootte van Spanje en Frankrijk samen, waarin naar schatting vier miljoen ton plastic afval ronddrijft. Het afval belandt hier, omdat de grote cirkelvormige oceaanstroom, de North Pacific Gyre, het afval – uit rivieren, industrie en zeevaart – naar zich toetrekt. Hier wordt de kunststof door de zon en zout zeewater versnipperd, maar vergaat niet. Nooit. Vogels en vissen zien de stukjes aan voor eten en zo komt het plastic in de voedselketen terecht. Als architect wilde Knoester iets met dit probleem doen. Hij combineerde het met dat andere probleem; klimaatverandering. ‘Het landoppervlak slinkt, althans het bewoonbare deel. En op zee is nog voldoende ruimte. Ik dacht: als daar de oppervlakte al aanwezig is, en zelfs in essentie de bouwstenen, waarom geen eiland?’
Knoester bleef het nieuws volgen over het plastic. ‘Ik dacht: er komt ook vast een ander met dit idee. Maar dat gebeurde niet. Vandaar dat ik er dieper ingedoken ben en het plan heb vertaald naar een concreet concept.’ Dit concept van het Recycled Island behelst een eiland met een oppervlak van 10.000 vierkante kilometer, met plaats voor een stad van een half miljoen mensen. Het komt te liggen op de plek waar nu het afval dobbert, bij Hawaï. Doelgroep: klimaatvluchtelingen, uit alle delen van de wereld. Het eiland moet duurzaam en zelfvoorzienend zijn: energie opgewekt uit zonnecellen en golfslag, zeewierkwekerijen en beperkte visserij voor een deel van het voedsel.
Golfslag
Qua architectuur wordt het een eiland waarin de karakteristieken van plastic en oceaan terugkomen. ‘De gedachte is dat we met zo min mogelijk nieuwe materialen willen werken en maximaal gebruik willen maken van de vervuiling die er al is.’
Het plastic wil Knoester hersmelten en tot holle, drijvende elementen maken die in elkaar grijpen en sterk genoeg zijn om de stroming en de golfslag te weerstaan. ‘We zoeken nu naar technieken om dat te realiseren.’ Het eiland komt niet vast te liggen. ‘De stroming zal het op zijn plaats houden, maar het zal wellicht wel draaien.’Hij verwacht dat het nieuwe eiland voldoende bewoners zal trekken en rendabel kan zijn. ‘De bruikbare grond op de aarde slinkt, zo creëer je nieuwe grond op een mooie locatie met een prettig zeeklimaat.’
Dat uitgerekend een Nederlandse architect met dit plan komt , vindt ook Knoester zelf niet verrassend. ‘We hebben hier al het hele land gevormd, het is voor Nederlanders logisch dat voort te zetten. Mijn achtergrond heeft zeker te maken met het feit dat ik op dit idee ben gekomen.’ De reacties die Knoester krijgt zijn van geïnteresseerd tot uitzinnig. ‘Er zijn recyclebedrijven die veel interesse tonen, mensen die denken dat ik er te makkelijk over denk, maar ook die zich afvragen of de winning voor het plastic waarvan we de drijvers willen maken wel met respect voor de zee gebeurt. We willen het plastic winnen zonder daarbij het leven in de zee te beschadigen. Het idee is nog in de conceptfase en er zijn nog veel vraagstukken die behandeld moeten worden, dit is er zeker een van.’
Knoester verwacht over vijf jaar een prototype te hebben van de drijvende eilanddelen, van oceaanplastic. ‘Als we dat hebben, kan het snel gaan. Dan wordt het plan concreter en kunnen we met de constructie beginnen. Wie dat gaat betalen? Dat kunnen landen zijn, of een rijke particulier die altijd al een stad of land wilde hebben én de oceaan wil opschonen. In Dubai worden eilanden opgesproten. Wie zegt dat er niet iemand is die dit financiert?’