Door: Hille van der Kaa » Meer columns van Hille van der Kaa
Gepubliceerd: zondag 5 september 2010 21:31
Update: zondag 5 september 2010 21:31
Baas Joost ratelt. Urenlang. Hij maakt wilde handgebaren waar ik me een beetje zorgen over maak. We razen met 160 kilometer per uur over de Duitse snelweg. Hij achter het stuur, ik met een flesje cola angstig in mijn handen geklemd naast hem. Het maakt hem niets uit dat ik sinds het begin van de rit niet meer heb gezegd dan ‘jaja’ en ‘hmhm’. Vraag me zelfs af of hij nog wel doorheeft dat ik meerijd.
Iedere keer als hij ademt en ik hoop dat hij stopt met praten, start een nieuwe monoloog zonder enig oogcontact.
Joost zit vol met wilde plannen. Over het bedrijf en zijn gezin. Nieuwe buitenlandse markten, een nieuwe vorm van ondernemen. Hij wil ze direct in de praktijk brengen. Liever vandaag dan morgen. Daarom rijden we nu naar onze collega’s in Duitsland. Een impulsief besluit. Ze weten niet eens dat we komen. Ik vraag me af of Joost er wel goed over na heeft gedacht. Vraag me af of hij de afgelopen nachten wel heeft geslapen. Zijn onrust geeft me geen prettig gevoel. Evenmin als zijn roekeloze rijstijl. De teller neigt steeds meer naar rechts en iedere auto voor ons krijgt een groot licht in de spiegel. Joost raast maar door.
‘Zeg, zullen we niet even stoppen? Kopje koffie misschien?’ Hij hoort me niet eens. Ik probeer het iets harder. ‘Joost, kijk even uit alsjeblieft.’ Geen reactie. ‘Joost, ik moet naar het toilet, nu.’ Ik roep en leg mijn hand op het stuur als teken dat hij echt even moet luisteren. Een schrikreactie, een ruk aan het stuur. We slingeren. Toeterende auto’s, rokende remmen. Een vrachtwagen voor, een caravan rechts. De vangrail doemt vervaarlijk op. Een klap. Een airbag in mijn gezicht. Licht uit.
Het licht gaat weer aan als ik op een brancard lig. Momentje van paniek. Waar is Joost? Weet Remco eigenlijk wel dat ik hier ben? Ik moet mijn moeder bellen. Wil mijn telefoon. Mijn hand werkt niet mee. Lijkt wel ingesnoerd. Als ik mijn hoofd naar voren buig, voel ik een steek in mijn hoofd. Iemand zegt iets onverstaanbaars. Blijven liggen dan maar. Als iemand me in een wit busje tilt, zie ik een autowrak met een Nederlands kenteken. Met Joost nog achter het stuur.
* Volg de belevenissen van Aniek, hipo in barre tijden, elke maandag in De Pers.