Door: Julien Althuisius 
Gepubliceerd: vrijdag 10 september 2010 00:46
Update: vrijdag 10 september 2010 07:21
De tijd van de TomTom als alleenheerser op de smartphonenavigatiemarkt is voorbij. Er zijn uitgebreidere, goedkopere en leukere opties.
Weet je nog? Je rijdt over de N10 vanuit Poitiers naar Bordeaux. Ergens op een verkreukeld papiertje staat het adres van dat ene leuke hotelletje in dat rustige, pittoreske dorpje. Doordat je er koffie over heen hebt gestoten is het bijna onleesbaar geworden. Je bijrijder zit met penibele blik in de Shell Wegenatlas te turen, terwijl jij je blik strak op de weg hebt gericht. Dan komt het: ‘Schat, volgens mij hadden wij er hier af gemoeten...’
Even is het stil. Dan ontsteek je in een tirade die z’n weerga niet kent. De auto is te klein. Uiteindelijk breng je de nacht door in een ranzig Formule 1-hotel langs de snelweg.
Tien jaar later rijd je over diezelfde N10. Naast je snurkt je bijrijder tevreden, terwijl een rustige stem vanaf het dashboard zegt dat je de volgende afslag moet nemen om terecht te komen bij een lieflijk pensionnetje dat het apparaat zelf suggereerde. Lang leve de TomTom voor je iPhone. Het Hollandse bedrijf zorgt ervoor dat we tegenwoordig niet meer anderhalve dag hoeven bij te komen van een slopende autotocht richting vakantiebestemming.
Maar het ziet er naar uit dat de hegemonie van de navigatiereus langzaam op z’n einde loopt. De concurrenten schieten als paddestoelen uit de grond, de een uitgebreider dan de ander.
Alternatieve route
‘Jongens, we hebben de hele wereld tot in detail in kaart gebracht. Laten we de navigatiemarkt nu ook maar eens flink op de kop zetten.’ Zoiets moeten ze bij Google gedacht hebben toen Google Navigation werd gelanceerd. Heb je een Android-smartphone, dan kun je eigenlijk niet meer om het navigatiesysteem van de zoekmachine heen. De app is gratis te downloaden en je hoeft niet te pielen met een touchscreen, maar kunt ook – net als in een taxi – gewoon zeggen waar je naartoe wil.
Nog een groot voordeel: je hoeft geen kaarten te downloaden, dus dat scheelt de nodige gigabytes aan opslagruimte. Maar, daar is Johan Cruijff weer: ook aan dit voordeel kleeft een nadeel. Doordat je geen kaarten hoeft te downloaden, ben je afhankelijk van je 3G-verbinding. Dat is nog te doen als je je weg moet vinden in Almere-Buiten, maar een trip naar de Spaanse costa’s wordt wel heel duur met al die internationale roamingkosten.
Datzelfde gaat helaas ook op voor nieuwkomer op de navigatiemarkt Skobbler. Voor slechts 1,59 euro te downloaden voor de iPhone (binnenkort ook voor Android) biedt Skobbler een volledig navigatiesysteem, inclusief waarschuwing voor flitspalen en de mogelijkheid om een muziekje te luisteren tijdens het rijden. Wat Skobbler uniek maakt, is dat het programma gebruikmaakt van kaarten van zogenaamde open street map communities, een soort Wikipedia voor landkaarten. Iedereen kan een kaart aanpassen, wat er voor zorgt dat de kaarten supergedetailleerd zijn, tot je favoriete koffietentje aan toe. Kom je onderweg werkzaamheden tegen? Dun kan je dat simpel doorgeven aan de osm community, maar dan moet je dus wel een internetverbinding hebben.
Voor Navigon hoeft dat weer niet. De Europa-versie is met een 89,99 een tientje duurder dan die van ?TomTom, maar dan kun je bijvoorbeeld wel de weg vinden als je een roadtrip maakt door Servië. En als ?er in het echt boompjes naast de ?weg staan, zie je die op het scherm van je smartphone ook voorbijkomen.
En voor voetgangers is er de zogenaamde ‘reality scanner’ die door middel van de camera op je smart-phone ‘points of interest’ in je directe omgeving zoekt. Als het aan Navigon ligt, lopen we dus over een paar jaar niet meer met een Lonely Planet door de straten van Rome, maar met een smartphone voor ons uit. Alsof je voortdurend op zoek bent naar bereik.