Door: Femke van Wiggen
Gepubliceerd: dinsdag 7 augustus 2007 23:02
Update: dinsdag 7 augustus 2007 23:13
Ze was als kind al gek op vlieg-tuigen, maar vloog nooit zelf. Toch is de 46-jarige Madelein Spit sinds deze week de eerste vrouwelijke generaal binnen de Koninklijke Luchtmacht en daarmee verantwoordelijk voor alle bestaande luchtsystemen bij Defensie.
Nog wat onwennig strijkt ze over de nieuwe strepen op haar linkerschouder. Ze was net een jaar aan de slag in Washington, als Nederlands’ vertegenwoordiger bij het Joint Strike Fighter Program Office, toen er gebeld werd met de mededeling dat ze generaal zou worden, in augustus 2007. In Nederland.
Een verrassing, omdat Spit dacht voor drie jaar In de VS te zitten. ‘Dat JSF-project is enorm, dat heb je niet zo in de vingers. Dus ik heb wel gesputterd. Maar als je bij de krijgsmacht de carrièretrein instapt, wordt uiteindelijk door de leiding bepaald waar je heen gaat. Ze wilden dat ik de volgende generaal werd. En dat is geweldig natuurlijk. Teruggaan naar Nederland ook, want ik had mijn vriend hier achtergelaten. Met zijn tweeën in een huis wonen is toch een stuk gezelliger.’
Een droom die uitkomt?
‘Dit is niet iets waarnaar ik altijd gestreefd heb, helemaal niet. Ik doe dingen graag zo goed mogelijk: als ik een acht kan halen, ben ik niet gelukkig met een zes. Als je zo je militaire carrière ingaat en je hebt capaciteiten, dan kom je hier terecht. Een streep erbij is nooit mijn streven geweest. Nooit.’
Gewoon je best doen was vroeger ook al normaal. Spit is de middelste uit een gezin met vijf kinderen. Ze verhuisden veel, vader was boordwerktuigkundige bij diverse luchtvaartmaatschappijen. Haar jeugd bracht ze in Duitsland en Japan door, haar puberteit in Nederland.
Een vaderskindje, noemt ze zichzelf. ‘Als we met vakantie teruggingen naar Nederland, maakte mijn vader het vliegtuig in orde voor de overtocht. Zo trots was ik: mijn vader! Wat hij kon, wilde ik ook.’ Thuis was het nooit een issue: man of vrouw zijn. En dus sjouwde de kleine Madelein de hele dag achter haar vader aan, leerde cement maken en wist precies wat er in de gereedschapskist thuishoorde. ‘Mijn ouders zeiden nooit: jij hoort met poppen te spelen. Mijn belangstelling is gewoon wat mannelijk. Pas toen ik voor het eerst de Koninklijke Militaire Academie binnenliep dacht ik: hier zijn wel héél weinig vrouwen.’
Hoe was dat?
‘Er waren nog veel vooroordelen, het was echt een mannenwereld. Tijdens de opleiding merkte je dat vooral, omdat we toen maar met enkele vrouwen waren. Ze waren al verbaasd dat je er was, laat staan dat je een technische studie deed en goede cijfers haalde! Er waren lui die dat helemaal niet aankonden.’
Hoe ging u daar mee om?
‘Ik ga graag op in de meute, gedraag me snel als one of the guys. Dat ik vrouw ben, vind ik bijzaak. In het verleden vond ik dat ik aan iedereen uit moest leggen dat ik het zelf verdiend had: sommigen geloven dat, anderen niet. Alsof je zomaar iemand in de VS neerzet op een belangrijk project als de JSF. Het heeft ook voordelen hoor, om vrouw te zijn. Je leert dat je er best gebruik van kunt maken. Ik ben een van de weinige vrouwen op 10.000 man, iedereen kent mij. Je komt eerder ergens binnen, vindt eerder gehoor. ’
Heeft u zichzelf nooit afgevraagd: waarom ik?
‘Toen ik werd gevraagd voor de Hogere Staf Vorming, dat is een traject dat je door moet om in hoge rangen te komen, vroeg ik mijn directe chef: bied je me dit omdat ik het kan of omdat ik vrouw ben? Toen zei hij: ‘Spit, dacht je dat ik mijn strepen te grabbel ging gooien voor één of andere sukkel?’
Waarom denkt u dat u generaal bent?
‘Ik ben een terriër. Als ik vind dat we wat moeten bereiken, laat ik niet los. Dat heb ik in Washington moeten tonen; met negen landen een wapensysteem ontwikkelen is pittig. Dan moet je af en toe met je vuist op tafel slaan en zeggen: we doen het zo, anders hebben we een probleem. De JSF is een megaproject waar miljarden in omgaan en Nederland moet het er, als het wordt aangeschaft, de komende veertig jaar mee doen. Die druk voel je.’
Naast u is alleen Leanne Hoek van de Landmacht generaal.
‘Natuurlijk lopen er te weinig vrouwen rond in de top. Maar je kunt uit mijn benoeming concluderen dat het glazen plafond binnen de luchtmacht misschien helemaal niet zo aanwezig is. Het duurt gewoon lang eer je er bent. Je moet iets in je rugzak hebben om die rang te kunnen dragen. Hoek zat een jaar boven me op de KMA. Er zaten maar drie vrouwen in mijn lichting, dan is het logisch dat het aantal vrouwen dat doorstroomt beperkt is. Als we vijf jaar eerder waren begonnen met vrouwen op de KMA, hadden we vijf jaar eerder vrouwelijke kolonels gehad. Er verandert wel wat in mentaliteit, maar aangezien de KMA niet bepaald vol zit met vrouwen, verandert er ook niet zo heel veel.’
Ziet u zichzelf als voorbeeld?
‘Tuurlijk. Iedereen die een hoge functie bekleedt, is een voorbeeld. Ik heb dit niveau bereikt en ik kan daar anderen mee helpen. Dat ben ik verplicht aan mijn stand. Wat dat betreft weet ik dat dit interview nut heeft. Maar in de krant komen is niet mijn hobby. Verre van. Ik doe liever mijn werk. Veel liever.’