Door: Koster & Jojanneke
Gepubliceerd: vrijdag 7 december 2007 00:20
Update: vrijdag 7 december 2007 00:55
De Grote Prijs strijdt tegen de groeiende marketinggerichtheid van de muziekindustrie.
In al het Idols-, So yo wanna be a popstar- en X-factor-geweld blijft De Grote Prijs van Nederland-organisatie halsstarrig vasthouden aan haar eigen ‘onafhankelijke en transparante wijze’ van aanstormend nationaal poptalent stimuleren. ‘Een groeiende noodzakelijke factor in de aanwas van nieuw poptalent temidden van allerlei op marketinggronden gebaseerde talentenjachten’, volgens de organisatie. In de finale van de talentenwedstrijd morgenavond in de Amsterdamse poptempel Paradiso strijden ongelikte jonge muziekmakers om de Grote Prijs: 5.000 euro en een vaste plek op de grote festivals van 2008 als Dance Valley en Parkpop.
‘De muziekindustrie draait momenteel om commercie, ook in de hiphopscene. Iedereen denkt aan geld’, zegt Bizz Banascus (34) die morgen als eerste finalist uitkomt in het genre hiphop. Overigens wordt hij ook wel aangeduid als een van de grootste Nederlandse hiphoptalenten van dit moment.
Bizz Banascus: ‘Dat is allemaal dope. Iedereen mag van mij z’n geld verdienen. Maar waar is dat rauwe, waar hoor je nog de oorsprong van hiphop? Het is geen klankbord meer.’
De Amsterdammer wil een tegenhanger bieden voor de overgepopulariseerde gangsterrap, die volgens hem veel negativiteit brengt. ‘Die rap heeft een monopoliepositie en is het meest verwende element van hiphop, omdat dat het genre is dat het best verkoopt. Maar dat komt ook omdat die het meest geplugd wordt. De politieke rap of de bewustzijnsrap blijft achter. En dus denken de meeste mensen dat gangsterrap is hoe rap hoort te zijn. Ja, rap is vaak protesting, maar dat hoeft niet alleen negatief te zijn.’ Hiphop in Nederland is volgens de rapper ‘als een kindje dat verbannen is door zijn ouders’. ‘Hiphop moet zichzelf hier op een bepaalde manier ontwikkelen. De muziekindustrie gaat het niet doen.’
Met zijn Surinaamse en Nederlands- en Engelstalige rap wil Banascus ‘energie en liefde voor hiphop als cultuur die bijna dertig jaar bestaat’ overbrengen. ‘Hiphop is mama.’ De Grote Prijs-jury complimenteerde hem al voor zijn sterke verhaallijn, zijn bravoure en soevereiniteit. ‘Ik wil anders zijn. Mij hoor je niet praten over wapens. Morgen sta ik te rappen over liefde.’
‘Ik begeleid ook probleemjongeren met muziek en basketbal. In jeugdinrichtingen vertel ik al rappend hoe je een positieve draai kunt geven aan het kattenkwaad dat je tot dan toe hebt uitgehaald, hoe je via hiphop uiting kunt geven aan negatieve gevoelens en deze zo kunt ombuigen in iets positiefs. De afgunst is groot onder mijn groep mensen, maar hiphop verenigt ons.’
En respect? Dat kun je ook op een kunstzinnige manier afdwingen, volgens Banascus. Lieve jongen.