Door: Mischa de Bruijn
Gepubliceerd: woensdag 16 januari 2008 23:28
Update: woensdag 16 januari 2008 23:29
Het populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest is een van de grootste successen die de bladenwereld de afgelopen jaren voortbracht.
Het bronzen hoofdredacteur-van-het-jaar-beeldje staat op het bureau van Karlijn van Overbeek. Natuurlijk is ze blij met deze trofee, die ze in december won op de Mercurs, de Oscars voor de Nederlandse bladenwereld. Maar eigenlijk had Quest wel eens de hoofdprijs mogen krijgen, vindt ze: tijdschrift van het jaar. Misschien onbescheiden, maar de wapenfeiten zijn er wel.
In drie jaar tijd heeft het populair- wetenschappelijke blad een overdonderende opmars in tijdschriftenland gemaakt. Het magazine heeft nu een oplage van rond de 200.000 exemplaren. Daarmee stelt het gevestigde namen als Nieuwe Revu (nog geen 70.000), Viva of Voetbal International in de schaduw. Nog spectaculairder is dat Quest dit niet bereikte met seks of showbizz, ingrediënten waar bladenmakers niet zelden op vertrouwen, maar met... feitjes.
Misschien is het geheim van het succes wel dat Quest gespreksstof oplevert. Van Overbeek: ‘Het is voer voor verhalen aan de bar. Ik heb zelf ook wel eens tijdens het eten in een restaurant aan een tafeltje naast ons horen zeggen: ‘Ik las laatst in Quest...’ Het is ideaal voor dode momenten.’
Toch kwam niemand in Nederland eerder op het idee een dergelijk blad in de schappen te zetten. Al jaren zochten de grote uitgevers in Nederland naar nieuwe successen om de kelderende oplagen van de bekende titels te compenseren. Een tijdschriftengigant als het Hoofddorpse Sanoma (o.a. Nieuwe Revu, Viva, Libelle) probeerde het vooral met glamour en lifestyle, met beperkt succes.
Het van oorsprong Duitse G + J Uitgevers deed het in verschillende andere Europese landen al goed met een populair-wetenschappelijk blad.
Achter hermetisch gesloten deuren werd er aan de introductie van een Nederlandse versie gewerkt. Van Overbeek: ‘Iedereen moest een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. En toen waren we er ineens.’
De reactie van Sanoma, Nederlands grootste bladenuitgever, kwam pas tweeënhalf jaar later, met de komst van concurrent Triv. Van Overbeek ligt er niet wakker van. ‘Omdat wij al zo groot zijn, wordt het voor hen nu heel moeilijk.’
In het begin verbood Van Overbeek haar medewerkers ten strengste om de term ‘populair-wetenschappelijk’ in de mond te nemen. Dan zou het blad al beginnen met een grijs imago, vreesde ze, en dat schrikt lezers én adverteerders af. Nu durft ze het wel aan het tijdschrift zo te bestempelen, al zegt ze er wel bij dat de nadruk ligt op ‘populair’. ‘Het visuele deel is heel belangrijk; 50 procent van het blad bestaat uit beeld. We maken veel gebruik van kaders en schrijven vrij direct, met korte zinnen.’
Bij het samenstellen van de nummers heeft Van Overbeek de fictieve ijkpersoon van Quest in het achterhoofd: ‘Een man van 35 met een HBO-opleiding die Frans heet, logistiek manager is bij Van Gend en Loos, van autosport en internetten houdt en in Amstelveen woont. Zijn vrouw en twee kinderen lezen mee.’
De redactionele formule van Questis eigenlijk eenvoudig: de omgeving verklaren. ‘Ik vind het zelf heel leuk als je in de lift staat en dan uit Questweet dat het typisch Nederlands is dat niemand hier in de lift elkaar aankijkt.’
Met de formule kan nog veel meer worden gedaan, denkt Van Overbeek. Zo wordt er gewerkt aan een betere internetsite en gedacht aan Quest-evenementen en Quest-tv. ‘Een RTL Boulevard maar dan op z’n Quests, dat zou ik wel zien zitten.’