Door: Maarten Bloem 
Gepubliceerd: donderdag 22 december 2011 23:41
Update: vrijdag 23 december 2011 08:59
Dit weekend zit u aan de kerstdis, misschien liggen er wel konijnen om te kluiven op tafel. Laat liggen, zegt MSM. Is toch veel te zielig en ook nog eens zonde: een konijn kan zoveel meer. Zoals een high five geven (mits hij er puf voor heeft).
Veel konijnennieuws deze week. Zo zag ik heimelijk gefilmde beelden uit Flappie-fabrieken waar het niet pluis is. En leerde ik dat de pas overleden Noord-Koreaanse despoot Kim Jong-Il ooit het plan had reuzenkonijnen te telen om zijn bevolking te voeden (de Duitse kweker die acht stuks opstuurde als ‘voorbeeld’ hoorde nooit meer iets. Kim had blijkbaar zelf honger). Voor een konijn in ballingschap zijn er feitelijk maar twee te huppelen routes: geaaid of gegeten worden. Dat laatste steekt, mede omdat dit wonder van zachtaardigheid tot meer in staat is dan je denkt.

Dat is de stellige overtuiging van dierentrainer Bernice Muntz. Zij schreef een lijvig werk waarin staat wat je konijnen allemaal kunt leren en hoe je ze verzorgt: High Five met je konijn. Een boek dat ons bij ontvangst deed grinniken, mede door de omslag waarop we Bernice daadwerkelijk een konijn een high five zien geven. Tot de emotie ‘dit wil ik zelf proberen’ de overhand kreeg. Daarvoor moesten we naar Leidschendam.
Gewoon proberen
‘Kom vroeg in de ochtend, of in de middag rond vier uur’, was de boodschap van Muntz. ‘Konijnen zijn maar kort actief. Als je te laat bent, dan kan het zijn dat ze geen zin meer hebben.’ Dat blijkt niet gelogen, als we door fileleed zo rond half vijf aankomen. ‘Tja, nu heb je net het moment gemist’, stelt Bernice tegelijk verontschuldigend en verwijtend. Ze wijst ons een Bugs Bunny ter grootte van een schoothond luisterend naar de naam Jill. Ik ben geen dierenexpert, maar als een konijn mij parmantig de toefkont toekeert en onder een tafel vlucht, pik ik negatieve signalen op als ‘ik wil niet meer spelen’.

| Foto: Alexander Schippers
Gelukkig is er ook nog Blue, een jonger konijn van normalere proporties. ‘Het zijn beide Franse Langoren’, doceert Muntz. ‘Die hebben een nog kortere concentratiespanne’. Prima, maar ik ben op een missie. Alsof ik een latent circusgen bezit, ga ik aan de slag. Blue mag uit zijn kooitje en hupt rond over de eettafel waarop hindernissen staan uitgestald. ‘Het gaat lastig worden, maar we proberen het gewoon. Eigenlijk moet je een cursus doen en moet het konijn aan je gewend zijn voordat het lukt.’
Konijnenfluisteraar
Duizenden konijnenbezitters deden zo’n cursus bij Muntz, van huis uit hondentrainer en sinds kort ook trainer van mensen, maar dan op het gebied van fitness. ‘Ik had een dierencursus gedaan in de VS en dacht: ik pas het toe op mijn konijn. En het lukte.’ Muntz illustreert het met filmpjes. We zien haar een konijn uitlaten dat reageert op commando’s. Dit was een paar jaar terug, toen Muntz in de media een minor celebrity werd door haar konijnencoachkwaliteiten en prompt werd gebombardeerd tot konijnenfluisteraar. Die terminologie deert haar niet. ‘Zo heet je al snel in de volksmond. Wat betekent fluisteraar? Ik heb gewoon een methode, ik werk met dieren. Dat maakt mij een dierentrainer. Voor konijnen geldt voor mij gewoon: haal ze uit hun hok en kijk wat ze kunnen, wat ze fijn vinden.’
‘Wat vind je fijn Blue?’ vraag ik mij af terwijl ik naar hem staar. Ik waag een poging. Net als al zijn soortgenoten blijkt Blue een caroteenjunkie. Met stukjes wortel lok ik hem richting mijn hand die ik in de aanslag houd voor een high five. Muntz coacht ondertussen mij én het konijn. ‘Nu moet je jouw hand steeds iets hoger houden totdat Blue ook omhoogkomt. Op het laatste moment trek je dan de hand met wortel weg en houd je de handpalm goed plat naar voren zodat hij een high five kan geven.’
Na een poging of twintig houd ik het voor gezien.
Dát het echt werkt bewijst Muntz wederom met videomateriaal. ‘Eigenlijk kan een konijn alles wat een hond ook kan’, verklaart ze blijmoedig. ‘Het duurt alleen wat langer om het te leren en je moet goed timen.’ ‘Zelfs de krant halen?’, vraag ik hoopvol. ‘Zelfs dat.’
Ik krijg een college konijnenkunde. De belangrijke distinctie sportkonijn en vleeskonijn onthoud ik. ‘Je hebt sint-bernards en bordercollies. Vleeskonijnen zijn heel rustig en beperkt actief, sportkonijnen zijn erg druk en speels.’ De lezer mag zelf raden tot welke categorie Jill en Blue horen…
Naar die laatste kijk ik nog maar eens en ik breng mijn hoofd dicht bij het zijne. Het beestje straalt een innemende, totale desinteresse uit die ik voor hem vind pleiten. ‘Het is anders dan met een hond. Konijnen kwispelen niet en kijken je niet recht aan, maar hij ziet je wel!’
Kan een konijn genegenheid geven? Weet hij echt ‘dat ik er ben’, vraag ik nog eens heel existentieel, uit angst en omdat totaal buitengesloten worden door een levende knuffel best snel verveelt. Er blijkt hoop. ‘Ja hoor, in de avond komen ze tegen je aan liggen. We worden niet genegeerd.