Gepubliceerd: donderdag 14 juni 2007 21:41
Update: donderdag 14 juni 2007 21:43
Marc Simoncini is de zonnekoning van het Franse internetdaten. Nu verovert hij de rest van Europa. Even was hij in Nederland om een vestiging te openen. ‘Aan de Singelgracht.’ Marc Simoncini, de Franse koning van het web-daten ‘Fransen staan vijandig tegenover rijken. Dat is jaloezisme’
De seconden tikken weg en Marc Simoncini heeft nog zoveel te doen. De datekoning van Europa stapt bijna struikelend uit de Amsterdamse rondvaartboot en praat in twee telefoons tegelijk. In het Engels tegen een zakenpartner en in het Frans tegen zijn secretariële hulptroepen in Parijs. ‘Wie hébben we hier?’, steekt hij zijn hand uit, terwijl hij zijn mobiele artillerie in zijn pak stopt.
Nog één uur en dan stijgt zijn privéjet op van Schiphol-Oost. ‘Ríj je mee in de taxi?’, zegt hij bijna terloops. De Franse ondernemer is één dag in Nederland om twee deals te sluiten - eentje met Marktplaats.nl en een met tv-zender Net 5 - en een Hollandse vestiging te openen. ‘Aan de Singelgracht’, grinnikt hij.
Simoncini (44) is de baas en oprichter van Meetic, een beursgenoteerde datingsite. De website is een ontmoetingsplaats van 30 miljoen zoekende zielen. In Frankrijk is hij dé ongekroonde zonnekoning van de webromantiek. Nu wil hij zijn miljardenimperium internationaal exploiteren. Vorig jaar reeg hij het Nederlandse Lexa.nl al aan zijn relatieketen. ‘Dat het zo’n succes zou worden, had ik nooit kunnen vermoeden’, zegt hij achterin een hobbelende taxi. ‘Het businessmodel blijft toch een beetje vreemd. Ik maak een goede deal als twee klanten mijn website daarna niet meer bezoeken.’
Instinct
Het verhaal van Simoncini is een wonderlijk sprookje van geslaagd Frans entrepreneurschap. ‘Als je in Frankrijk een bedrijf start, dan kun je het óveral’, verklaart hij zijn succes. ‘Wie aan een onderneming begint moet in Frankrijk tientallen formulieren invullen en vooraf belasting betalen. Daar moet je wel zin in hebben’, zegt hij.
Hij had er ook geen zin in, maar hij móest. ‘Ik was niet zo goed op school. Mijn ouders waren niet rijk. Toen ik straalde op de universiteit, moest ik werk hebben. Het enige wat ik kon was mijn eigen business creëren.’
De gesjeesde student computerwetenschappen startte in bittere armoede een softwarebedrijf. Het was de hel en het waren niet eens de anderen die hij de schuld kon geven. ‘Ik lag ’s nachts wakker over hoe ik de salarissen moest betalen. Soms wist ik aan het begin van de maand niet hoe ik die duizenden euro’s moest ophoesten. Ik heb zeker vijf keer mijn auto moeten verkopen om mijn werknemers te kunnen betalen.’
Dat was ongeveer 16 jaar geleden. Nu staat hij in de Franse Quote 500. Zijn vermogen schommelt elke dag op de beurs, maar wordt geschat op een half miljard euro. De omzet van de site met 10,2 miljoen unieke bezoekers per maand kwam in 2006 uit op 80 miljoen euro. ‘Ach’, relativeert hij, ‘als de Franse regering maatregelen neemt om internetdating aan nieuwe regels te onderwerpen dan kan ik weer opnieuw beginnen.’
Hij heeft wel vaker geld verloren in het casino van het kapitalisme, zegt hij. Ook wel eens gewonnen, geeft hij meteen toe. Simoncini is - na La Brink natuurlijk- een van de grootste geluksvogels van de Europese interneteconomie. De ondernemer verkocht in 2000, drie weken voor het wegglijden van de beurs, zijn internetportaal E-France voor 182 miljoen euro aan telecombedrijf Vivendi. De taxibus met tv rijdt nu over de Overtoom. Hij kijkt even naar buiten, herinneringen aan de hype. ‘Of het pure mazzel was? Ja, maar dat niet alleen, hoop ik. Voor zulke zaken moet je ook instinct hebben, wens ik te geloven. Soms moet je op de trein springen. En soms eraf. Ik heb de wagon ook vaak in mijn gezicht gehad hoor.’
Sigaren
Gelukkig gaat zijn telefoon weer, zodat hij niet al te persoonlijk hoeft te worden. De Fransman praat in onderkoelde oneliners over zichzelf. Waar andere nieuwe rijken zich nog wel eens te buiten gaan aan opzichtig materialisme of pathetische pogingen doen om politieke invloed te vergaren, ontbreekt bij hem elke vorm van francofoon haantjesgedrag. ‘Kom op, ik ben gewoon een Franse zakenman. Een kleine man. Het liefst race ik op mijn motor in een spijkerbroek en in t-shirt door Parijs. Frankrijk is niet gewend dat de baas in een zwarte auto met chauffeur rijdt, een das draagt en sigaren rookt.’
Maar hij heeft wel een privéjet. Ineens fel: ‘Elk vluchtje financier ik uit eigen zak. Ik wil niet dat mijn werknemers denken dat zij voor mij betalen.’ De Franse mentaliteit tegenover rijken is vijandig, weet hij als geen ander. ‘Dat is geen calvinisme, dat is jaloezisme. Als je een dure auto hebt, kun je er de donder op zeggen dat er de volgende dag een kras op staat.’
Verandert het aantreden van een zich liberaal noemende president deze mentaliteit? ‘Ik heb op Nicholas Sarkozy gestemd. Hij heeft me nog gevraagd of ik over zijn campagne wilde meedenken. De Fransen worden dynamischer. Succes is niet langer vies.’
Communist
Met zijn stemgedrag verloochent hij wèl zijn afkomst. Simoncini is de kleinzoon van een communistische Italiaanse immigrant. ‘Mijn opa had een communistisch partijboekje uit 1925. Mijn ouders waren ook links. Mijn vader werkte op de administratie bij France Telecom. We leefden met vijf mensen in een klein appartement.’
We naderen de privéjet op Schiphol-Oost. De piloot wacht hem al op. Simoncini kocht het ding nadat hij weer vele uren had moeten wachten op een volgende vlucht. Nu is hij in veertig minuten in Parijs. Dan fronsend: ‘Helaas, moet ik nog een uur reizen als ik in Parijs land.’ De ondernemer woont ten zuid-westen van de hoofdstad, in een van de laatste socialistische districten van Parijs. ‘En ik ga niet verhuizen’, grinnikt hij.
Dan stapt hij in. Het vliegtuig is smetteloos schoon. Op de stoelen liggen The Financial Times en het liberale ochtendblad Le Figaro. Hij rommelt weer in zijn telefoon. Over twee uur is hij thuis. Op zijn nachtkastje liggen nog 300 boeken die hij moet lezen.