Door: Corno van den Berg 
Gepubliceerd: donderdag 15 december 2011 23:06
Update: vrijdag 16 december 2011 10:33
Oman is een grote zandbak toch? Maar ik sta op een berg van 3.000 meter hoog. En ik zeil tussen talloze fjorden. Tijdens deze reis veranderen vooroordelen in verwonderingen.
Al Hajar-gebergte, Nizwa
De zandvlaktes worden heuvels en gaan op in steile rotsen. Al snel maakt het asfalt plaats voor zand en grind. Dit is een duik in de onbekende kant van Oman. Bij Nizwa ligt het Al Hajar-gebergte. Met pieken van wel 3.000 meter. Rotsen in rood, groen, geel en alle kleuren er tussenin doemen op.
Een oudere man staat bij een boom. Op zijn gemak plukt hij vruchten van de boom. Hij laat mij er één proeven. Nabq is een kleine vrucht, maar heerlijk fris. Enkele geiten eten de restjes. De man kijkt mij indringend aan. Alsof hij zich afvraagt waarom ik hier ben. Hij zucht en gaat op een steen zitten onder een boom. Het is twaalf uur. De wind is warm. Geen voorbijrazend verkeer, luid jengelende telefoons of wat dan ook. Klinkt als siëstatijd. Ik ga naast hem zitten om alle indrukken te verwerken. Hij knikt begrijpend.
Het pad slingert door de vele kloven. Soms breed, dan weer extreem smal. Af en toe duikt een piepklein dorpje op, daar waar water uit de bergen sijpelt. Maar het levensvocht is schaars. Net als het leven hier.
Jabal Nakhar, Oman
Om de zonsondergang te zien pak ik de steile weg naar Jabal Nakhar. In een dorpje plukken vrouwen rozen. Ze kijken me verbaasd aan. Weer zo’n toerist die een foto van de bergen om hen heen komt maken. Als ze eens wisten hoe klein mijn achtertuin is. En hoe vlak Nederland is.
Oase, Oman
Ik durf het aan: ik neem een bergweg te voet. Het zweet loopt over mijn voorhoofd. De zon is ongenadig, een fata morgana schiet door mijn hoofd. Maar de palmbomen in de verte zijn echt. En verraden iets moois. Het is een wadi, of zoals wij ze kennen: oase.
De palmbomen zijn geplant vanwege hun dadels, maar geven ook schaduw. En het bergwater zorgt voor verkoeling. Talloze Omani komen hier samen om te barbecueën, zwemmen en bij te praten. Met een plons maak ik kennis met het koude water. Enkele vissen knabbelen aan mijn tenen. Alsof die gekke voeten van mij eetbaar zijn.
Khor Sham, Oman
De dhow is stijlvol bekleed met Aziatische tapijten en kussens. Ik zit op een traditionele zeilboot in Khor Sham, een van de vele fjorden hier. Voor me staan zoete zwarte thee, verse koffie en diverse soorten fruit. Ik gooi een vislijn uit. Wat ik vandaag vang, krijg ik vanavond als maaltijd. Op Oman-wijze bereid.
Noorwegen van Arabië, Oman
Welkom in het ‘Noorwegen van Arabië,’ zegt de gids trots. De fjorden liggen als immense vingers in zee. Het kristalheldere water en witte strandjes maken het plaatje compleet. Dit is het uiterste noordelijke puntje van het Arabisch Schiereiland, aan de Straat van Hormuz. Hier leven meer dolfijnen dan mensen. Tussen december en juni kun je er maar zo honderd tegen komen. Ik ga op het voordek zitten, in de wind. Al na enkele minuten is het raak.
De kapitein geeft gas, wat niet echt logisch lijkt. Maar de dieren springen dwars door de golf van de boot. Eentje zwemt vlak voor de boeg uit, terwijl het ondertussen naar mij kijkt. Ze verdwijnen sierlijk, met hun staart uit het water en een zachte plons als afsluiting.
Ik vraag de gids welke soort dolfijn dit was. ‘Soorten? We hebben hier witte, grijze en zwarte dolfijnen. Dit was de grijze.’ In de uren daarna komen we nog meer dolfijnen tegen, veel meer.
Iets later plons ik zelf in het heldere water. Een rog schiet weg. Ook spot ik twee zeekatten, familie van de inktvis. Aan een harpoen. Ik kijk recht in het gezicht, of eigenlijk de snorkel, van de bootsman. Hij blijkt het diner heel serieus te nemen.
Tussen het koraal laten papegaaivissen en kleurrijke andere soorten zich spotten. En ook een mannetje en vrouwtje zeekat van zo’n 50 centimeter. Ze hebben de kleur van het koraal aangenomen. Als ik iets te dichtbij kom, schieten ze weg. Het water wordt troebel van de inkt. Ik laat ze. De bootsman doet gelukkig hetzelfde. Door het warme, droge klimaat groeit op de fjorden bijna niets. Ik check mijn vislijn. Zoals verwacht vang ik niets, maar de bootsman wel. Vanavond eet hij barracuda en zeekat. En ik dus ook. Hij neemt alvast een hapje van een van de poten van de inktvisachtige, rauw. Ik wacht wel op het diner.