Door: Helen Hissink
Gepubliceerd: donderdag 19 januari 2012 22:31
Update: maandag 30 januari 2012 14:48
Lunchen in een filmdecor met frituur van Alice, of zelf limoncello maken op ‘het groene eiland’: de bodem van de culinaire schatkist in de Golf van Napels is nog lang niet in zicht.
Op een uur varen van de Zuid-Italiaanse stad Napels ligt het eilandje Ischia. Midden in de Tyrreense Zee. Voordat we daar arriveren, maken we na twintig minuten een tussenstop op Procida, een eiland met zo’n 10.000 inwoners, ver weg van het massatoerisme.
In het weekend meert de jetset uit Napels met zijn boten aan in Marina Corricella. Allemaal met hetzelfde doel: eten in Bar Graziella, het fameuze restaurant van eigenaar Vincenzo Piro, regelmatig figurant in de jaren-60-films met Sophia Loren. Samen met zijn vrouw en zoon bestiert hij al meer dan 45 jaar de piepkleine keuken van dit restaurant, dat vroeger een oud vissersgebouwtje was. Matt Damon (The Talented Mr. Ripley, 1999), Alain Delon (Plein Soleil, 1960); menig beroemdheid is al eens aangeschoven, wat goed te zien is aan de volgeplakte muur met foto’s. Het barretje fungeerde regelmatig als decor voor grote Italiaanse en Amerikaanse producties.
Handkus
Wanneer je met de passagiersferry aanmeert op Marina di Procida, neem dan een taxi naar Bar Graziella. De chauffeur zet je vervolgens af bij een enorme trap die naar Marina Corricella leidt. Met een beetje geluk ontvangt eigenaar en eersteklas charmeur Vincenzo je beneden met een lach en een handkus. Vermijd de menukaart en laat je verrassen door zijn dagelijkse specialiteiten en goede lokale wijn. ‘Todai we gave specialty, spaghetti a Cozze e Vongole, the best,’ raadt Vincenzo ons aan. We beginnen met frittura di Alice, vers gegrilde sardines op geroosterd brood uit de houtoven, en zo eet je op hoog niveau tegen een vriendelijke prijs. Als het terras op de kade vol is, wordt het ter plekke naar de buren, waar de was nog buiten hangt, uitgebouwd. Tegen vijven beklimmen we de trap weer, waar onze taxi (die we overigens op de heenreis hebben gevraagd ons ook weer op te halen) geduldig op ons wacht. Terug naar Marina di Procida, om de reis naar Ischia te vervolgen.
Op Ischia, dat vanwege zijn weelderige plantengroei de bijnaam ‘het groene eiland’ heeft gekregen, gaan we op kookcursus in Forio, de tweede stad van het eiland, bij de familie Colella. Moeder Tina, vader Salvatore en hun drie zonen Giuseppe, Amerigo en Lorenzo runnen met elkaar het familiebedrijf. Hotel Poggio del Sole en restaurant La Casereccia liggen op de heuvels van het eiland. Als we op tien minuten van de haven van Forio de berg oprijden worden we warm onthaald door jongste zoon Lorenzo. Onze kamers liggen hoog op de berg en na een behoorlijke klim zijn we even stil. Het uitzicht is adembenemend.
Na een goede nachtrust moet er gewerkt worden. Mama Tina staat met haar handen in haar zij naast onze ontbijttafel. ‘Allora, facciamo cucinare?’ Ze laat de trots van het bedrijf zien: de keuken. Ze spreekt uitsluitend Italiaans met een flink accent, maar we zijn doorgewinterde kookfanaten: zien is doen. Parmigiana di melanzane is het eerste gerecht, een vegetarische ovenschotel met aubergine. Als we even later twintig ovenschaaltjes gevuld hebben, verschijnt er een bescheiden glimlach op Mama Tina’s gezicht. Ondertussen wordt het restaurant op orde gebracht door de drie zonen en komen de eerste bestellingen van de gasten binnen voor de lunch.
Mama Tina is er druk mee. Samen met haar assistent Petra bereidt ze verschillende gerechten. Het ene na het andere bord vliegt de keuken uit. Als de storm even is gaan liggen, neemt ze de tijd om uit te leggen hoe de gerechten zijn bereid. Met stukjes brood dopen we in de pannen met restjes voor een ware smaaksensatie.
Als alle gasten hebben gegeten, komt de hele familie bij elkaar voor het middageten. Buiten aan een grote tafel met karaffen wijn, de left-overs van de lunch en een paar gegrilde vissen die we die ochtend met Lorenzo op de vismarkt hebben gekocht.
Limoncello
Na een middag relaxen op het strand van Forio met kleine lokale restaurantjes, leert Salvatore ons ’s avonds limoncello maken. Eerst schillen we met de hele familie citroenen uit eigen boomgaard. Dan neemt hij de regie over en doet de schillen met twee liter pure alcohol en een berg suiker in een grote glazen fles. Met een dikke glimlach zet-ie de pot weg.
Maar als we later op de avond nagenieten van de Pasta Limone (zie recept), schuift Salvatore aan met een eerder gemaakte fles limoncello en wat glaasjes uit de vriezer. Met een stuk huisgemaakte tiramisu in de andere hand proeven we het stroperige goedje.... een hemels lekker drankje!
Een paar uur later kruipen we voldaan naar boven en genieten nog steeds van dat fantastische uitzicht.