Door: Toine Rongen
Gepubliceerd: vrijdag 14 december 2007 00:56
Update: vrijdag 14 december 2007 08:51
Basketbalcoach Ton Boot is een van de meest gelauwerde trainers van ons land. Hij laat zich inspireren door Louis van Gaal en Co Adriaanse, maar kiest altijd zijn eigen pad. Zo is hij bezig met zijn zevende sabbatical. Praten doet hij in dat jaartje rust wel. Over Ajax. ‘Door en door verrot.’ En over hoe PSV de opvolging van Koeman heeft geregeld. ‘Dodelijk.’ Mijn hoogste goed is mijn geestelijke onafhankelijkheid. Dit artikel hoef ik dan ook voor publicatie niet te lezen. Ik consumeer sowieso helemaal niets van wat over mij wordt gezegd of gemaakt. Daarin verschil ik structureel met trainers zoals Louis van Gaal en Co Adriaanse. Zij spelen als het ware eindredacteurtje over alles wat over hen naar buiten komt. Dat moeten zij uiteraard zelf weten, maar ik moet er niet aan denken. Er was laatst een documentaire van liefst vijftig minuten over mij op de nationale televisie. Daarvan zag ik dus niets. En waarom doe ik dat? Omdat ik me daaraan kan ergeren en irritatie vreet energie en die besteed ik liever aan mijn echte werk.’
‘Waarom zou ik me over mijn pr druk moeten maken? Stort met een slechte pr mijn wereld in? Als sponsors mij vanwege mijn mediagedrag niet pruimen, dan trek ik wel mijn conclusies. Maar los daarvan, wat heeft het voor zin om greep te krijgen op de media? Denk je dat Van Basten de media-hetze van zestien miljoen bondscoaches tegen hem kan stoppen? Moeten trainers zich druk maken over de opinie van Hugo Borst? Laat Hugo Borst zich lekker druk blijven maken over Hugo Borst en zijn geliefden. Laatst wond hij zich op over de ‘linkse’ Guus Hiddink. Hij vond dat hij zich als voetbaltrainer van Rusland moest uitspreken over de politiek van dictator Poetin. Ook Kamiel Maase moet ineens zo nodig de wereld gaan verbeteren. Als, let wel, marathonloper uit een vlekje op de wereldkaart strijdt hij voor de burgerrechten van een wereldnatie. Los van het gegeven dat China de laatste dertig jaar toch aardig bezig is, denkt Maase nu werkelijk met deze actie de politiek in China te verbeteren? Laten we het er maar op houden dat bescheidenheid de mens siert en zeker een topsporter.’
‘Als een atleet politiek zuiver op de graad wil zijn, kan hij beter zelfmoord plegen. Er is toch overal wel wat. Ook in Nederland. Ikzelf stem al zo’n dertig jaar niet meer. Onze politici beloven in de verkiezingsstrijd gouden bergen, maar eenmaal aan de macht maken ze daar telkens weer niets van waar. Je wordt elke keer opnieuw bedonderd waar je bij staat. Is dat democratie? Amsterdam-West wordt nog altijd overspoeld met jonge, brutale Marokkanen. De politie moet dat toch oplossen, daar betalen we nota bene belasting voor. Maar ze maken niet waar wat ze beloven. Het kenmerk van een topper is dat wát hij doet, hij goed doet. Nou, daarin scoren onze politici en hun ambtenaren dus een nul komma nul. Hetzelfde geldt voor ons leger. Bij die vreselijke beelden van Srebrenica zie ik nog altijd die Nederlandse luitenant- kolonel Ton Karremans opdoemen die tegen die Mladic zo zielig deed. Een man met ik-weet-niet-hoeveel-sterren en een dik jaarsalaris die inmiddels nog gepromoveerd is ook. Schandalig! Nu zitten Nederlandse troepen in Afghanistan, zogenaamd als opbouwmacht maar in feite voeren ze er oorlog. Noblesse oblige.’
‘Ik weiger daarom te netwerken en te lobbyen. Dat voer ik tot het extreme door en het heeft me ongetwijfeld veel bekers, status en geld gekost, maar dat moet dan maar. Begin dit jaar kreeg ik een telefoontje van een grote Europese ploeg. Dat gesprek duurde slechts vijf seconden. ‘Meneer, ik heb een sabbatical year. Tot kijk!’ Ik neem eens in de drieënhalf jaar een sabbatical. En waarom doe ik dat? Omdat deze baan zoveel energie vergt dat ik na verloop van tijd het vak niet meer voor 100 procent kan uitoefenen. Om maar een béétje progressie te boeken met een topteam, moet je namelijk enorm veel arbeid leveren. Om een burn-out voor te zijn, neem ik structureel een sabbatical. Dit is alweer mijn zevende. Ik begon er mee bij mijn eerste job, bij Nashua Den Bosch. We waren kampioen, speelden in de Europese top, maar toch voelde ik intuïtief aan dat ik er een seizoen uit moest.’
‘Ik verveel me geen moment, ik geef lezingen over topsport aan bedrijven, zit bij Frits Barend op Het Gesprek, ben co-commentator bij Sport 1, schrijf een column, studeer aan de Open Universiteit psychologie. Verder bezoek ik trainers van topteams die gedreven zijn door de vraag: hoe smeed je een topteam? Groeien, verbeteren, almaar doorontwikkelen, me daarin laten inspireren, ook nu ligt daar mijn focus. Ik wil daarom ook stage lopen bij Avital Selinger. Ik vind het namelijk heel knap hoe hij in enkele jaren een team van niets naar de Europese top heeft gebracht.’
‘Ik keek in de keuken van AZ, bij Co Adriaanse en onlangs vier weken bij Louis van Gaal. Zowel Van Gaal als Adriaanse staat als hard bekend, maar ze zijn eigenlijk heel lief. Beiden reageren fel, soms zelfs gênant, op de pers. Het verschil: Louis is daar waar Co nog moet komen. Co jaagt daardoor obsessief kampioenschappen na en kan daardoor slechter tegen zijn verlies dan Van Gaal. In de laatste wedstrijden onder Co’s regime bij Willem II en AZ nam dat zulke vormen aan dat hij zelfs letterlijk de benen nam. Van Gaal bewaart bij verlies, zoals dit seizoen, toch meer de rust. Kenmerkend verschil: Adriaanse richt zich meer op de korte, Van Gaal op de lange termijn. Co is meer gefocust op het toepassen van spelsystemen, Van Gaal meer op het toepassen van principes. Co is tactisch ijzersterk, Louis strategisch.’
‘Met beiden voerde ik indringende gesprekken. Co vond dat zijn spelers te weinig verantwoordelijkheid namen. Dat was, vond hij, onderdeel van de gesloten, ouderwetse, niet veranderingsgezinde voetbalcultuur. Ik zei: ‘Een voetbalcultuur van pakweg twee miljoen voetballers verander je niet snel natuurlijk, maar waarom begin je niet met je eigen spelers?’ Of hij dat nu concreet heeft opgepikt, weet ik niet. Maar ik ben natuurlijk ook niet de eerste de beste, je pikt zaken van elkaar op. Uiteindelijk ben je met zo’n stage alleen met jezelf bezig, heel egocentrisch. Zelfs mijn oefenstof heb ik daardoor aangepast. Het befaamde rondootje sneed ik helemaal toe op het basketbal en het werd zelfs een methode voor techniektraining en positiespel, uitgediept en uitgebreid met bewegingen.’
‘Het zelfreflecterend vermogen bij basketballers is zonder meer te laag. Maar bij voetballers bestaat het helemaal niet. Zelfs niet bij Oranje-spelers. Terwijl zelfkritiek toch echt de basis is om te groeien. Een goede coach moet in staat zijn het zelfkritisch vermogen van spelers te verhogen. Je zou de jeugd daarmee al moeten opvoeden. Ze leren verantwoordelijkheid te nemen, kritisch te zijn naar henzelf en dan pas naar anderen, daarmee creëer je betere spelers.’
‘Juist ook omdat ouders dat tegenwoordig nauwelijks meer doen, moet een coach daarin zelf het goede voorbeeld geven. Maar na een wedstrijd tegen AZ hoor ik Henk ten Cate op de persconferentie beweren: FC Wegereef-Ajax 1-1. Dat arrogante, dat het ligt aan scheidsrechter Wegereef, de bal, het veld, behalve aan zichzelf, is typisch Ajax. John Jaakke zei trots dat de bekende evaluatiecommissie bestaat uit Ajacieden uit de Ajax-cultuur. Maar kenmerk daarvan is nu juist dat die door en door verrot is. Als die commissie zuiver op de graad zou zijn, moet die zichzelf bij de eerste ontmoeting direct opheffen. Juist wat zo rot is aan Ajax, die arrogantie die overal in doorstraalt, willen deze echte Ajacieden juist continueren. Als ik president van Ajax zou zijn, zou ik die cultuur direct en zelf aanpakken. Met het instellen van die commissie geeft Jaakke juist een brevet van onvermogen.’
‘Ik ben een groot voorstander van preventief optreden. Bespeur je symptomen van het slechte, grijp dan direct in. Kill the monster when it’s small, zeggen ze in de VS weleens. Maar eigenlijk moet je er juist voor zorgen dat je geen klein monster krijgt, dan hoef je hem ook niet te vermoorden. Niemand is onfeilbaar. Zijn er grove fouten gemaakt, breng het naar buiten, houd het niet onder de pet. Wees altijd duidelijk naar de buitenwereld, zowel in goede als in slechte tijden. Had Rabobank voor de Tour alle twijfels over Michael Rasmussen naar buiten gebracht, dan was hen de ellende deels of grotendeels bespaard gebleven. Nu is het alleen maar geëscaleerd.’
‘Basis van een goede relatie is onderling vertrouwen. Dat hoor je vaak, maar wat houdt dat precies in? Volgens mij draait het allemaal om factoren als competentie – zowel trainers, spelers en het management moeten aan de kwaliteitseisen voldoen – en het hebben van een positieve intentie, duidelijkheid en eerlijkheid. Ik hoorde ooit dat Rob Westerhof van PSV een leugentje om bestwil wel zag zitten. Ofwel: liegen mag. Toen begreep ik ineens dat Philips zoveel jaren aan de rand van de afgrond heeft gestaan en PSV dit seizoen zo faalt in continuïteit. Bij mijn weten heeft geen club in een seizoen vier verschillende coaches gehad. Dodelijk voor het team, de organisatie, voor alles.’
‘Een sabbatical maakt geen ander mens van me. Nee, ik word er juist meer mezelf door. Ik sta sterker op die standpunten waarvan ik zeker weet dat ze goed zijn. De carrière van een topsporter is te kort voor een tijdelijke stop, dacht ik altijd. Maar plotseling zie ik dit seizoen de schaatser Jeremy Wotherspoon schitteren. Wat blijkt? Hij stapte er een jaar lang uit, ging in Noorwegen vissen en bergen beklimmen. Zijn trainingsmethode is nooit zo goed geweest. Dat sterkt me in mijn mening dat ook topsporters meer op sabbatical moeten gaan.’
‘Ook spelers die aan het revalideren zijn. Stijn Schaars bijvoorbeeld. Iedereen bij AZ worstelt met zijn blessure, onlangs is hij weer in de VS geopereerd. Die jongen zelf is heel gedreven maar wordt door zijn blessure als het ware opgevreten. Ik denk dan: Laat die jongen een jaar lekker reizen of weet ik wat, laat dat voetballen nu eens los. Wie weet is dat de oplossing. Bij mijn weten ben ik de enige trainer die structureel een sabbatical neem. Als ik met andere trainers over mijn sabbatical praat, zie je ze begripvol meeknikken. Maar zelf doen ze het niet. Waarom niet? Uit angst om niet meer teruggevraagd te worden, bang om hun plaatsje in hun wereldje kwijt te raken? Die angst bespeurde ik namelijk destijds ook, maar ik heb een hekel aan een leven in angst. Kom ik niet meer als coach terug, dan ga ik wel werken in de bouw.’
Video: Coach Ton Boot in actie
Foto: Bastiaan Heus/Hollandse Hoogte