Door: Iwan Tol 
Gepubliceerd: dinsdag 11 maart 2008 23:38
Update: dinsdag 11 maart 2008 23:39
Simon Kistemaker moet eersteklasser FC Breukelen voor degradatie behoeden. De 67-jarige veteraan gaat op zijn eigen wijze te werk; compromisloos en met een ongekende drive.
Als een soort generaal staat Simon Kistemaker tijdens de warming-up zijn troepen te inspecteren, zondagmiddag op het terrein van FC Breukelen. Het is half twee en het regent onophoudelijk. Kistemaker schreeuwt dat zijn spelers meer moeten bewegen. Ja, hij vindt het ook pokkenweer. Waarom laat hij zich eigenlijk nog natregenen op zijn leeftijd? Hij antwoordt: ‘Moet je bij mijn vrouw zijn. Ze was me thuis een beetje zat, denk ik.’
Zijn vrouw, Thea Kistemaker, zit in de bestuurskamer achter een kop koffie. Waar Simon is, is Thea. En andersom. Ze zet haar koffie neer en roept uit: ‘Een beetje zat? Man, ik kon hem wel naar de strot vliegen. Die man ís gewoon voetbal. Hij kan niet zonder.’
En dus kwam het telefoontje begin november van FC Breukelen-voorzitter Adriaan Spithoven als geroepen voor het echtpaar Kistemaker. De in degradatienood verkerende vereniging zocht een opvolger voor de ‘in goed overleg vertrokken’ Roy Tular. Spithoven: ‘De nieuwe trainer moest iemand zijn die de discipline kon terugbrengen. De trainingsopkomst was laag en de conditie liet te wensen over. Na de eerste training van Kistemaker hingen er twee spelers over de reling te kotsen. Een goede keus dus.’
Groot motivator
Kistemaker trainde elf clubs in het betaalde voetbal. Hij is zo’n trainer die je als club goed kunt gebruiken als je óf snel kampioen wilt worden óf degradatie moet zien te voorkomen. Kistemaker: een groot motivator met een ongekende drive en een compromisloos karakter.
‘De Kist’ werd een begrip. Hij loodste DS’79 naar de eredivisie (1987), met De Graafschap werd hij ongeslagen kampioen van de eerste divisie (1991) en met Telstar behaalde hij verspreid over twee episodes diverse periodetitels. Daarnaast voorkwam hij met Volendam (1983) en Spakenburg (1996) degradatie. Bij FC Breukelen moet hij datzelfde voor elkaar zien te krijgen; Gefundenes Fressen voor ‘De Kist’.
Sportpark Broekdijk Oost heeft heel wat minder allure dan de stadions in het betaalde voetbal, maar dat deert Kistemaker niet. De regen evenmin. Tijdens de wedstrijd blijft hij naast de dug-out staan. Alleen een rode baseballpet biedt zijn kalende hoofd bescherming. Op zijn neus rust een bril, waarvan zijn vriend en voormalige verdediger van De Graafschap Hans Kraay jr. ooit zei: ‘Die bril heeft hij al zo lang dat-ie vanzelf weer in de mode is geraakt.’
De laatste club van Kistemaker was Türkiyemspor, een hoofdklasser uit Amsterdam waarmee hij kampioen van de zondaghoofdklasse werd. Nadat voorzitter Nedim Imaç bij een afrekening in het criminele circuit was omgebracht, stopte Kistemaker bij Türkiyemspor. Hij liet zich opereren aan een onwillige knie en zou gaan genieten met Thea.
Die belofte had hij zijn vrouw al eerder gedaan, in 2001, toen hij tijdens een training van Telstar was ‘neergevallen’ als gevolg van de ziekte van Ménière, een evenwichtsstoornis. Van dat voornemen kwam weinig terecht. Toen hij tijdens een voetballoze periode met zijn vrouw door de Achterhoek reed, merkte hij op: ‘Wat is het mooi hier, hè’. Waarop Thea haar schouders ophaalde en antwoordde: ‘Dat was het toen ook al toen je bij De Graafschap werkte, Simon.’
In de bestuurskamer vertellen de voorzitter en Thea om beurten hoe bezeten Kistemaker van voetbal is. Thea: ‘Hij gooit zijn ziel en zaligheid in het werk. Dat was bij De Graafschap zo en bij FC Breukelen niet anders. Eredivisie of amateurvoetbal, het maakt geen verschil voor Simon. Het fanatisme blijft.’ Voorzitter Spithoven: ‘Als we om half acht trainen, zit hij hier al om half vier. Zijn training voorbereiden, zegt hij dan. Als ik hem vervolgens vraag of hij een hapje mee gaat eten, weigert hij. Dat verstoort zijn voorbereiding. Maar je kunt urenlang met die man praten. Over voetbal, maar ook over het leven.’
Van 1982 tot 1984 werkte Kistemaker in Australië, bij Brisbane Lions. Hij verwerkte daar de dood van zijn eerste vrouw. In 1984 kwam hij terug naar Nederland, omdat FC Volendam hem – met succes – inhuurde om degradatie te voorkomen.
Mindere periodes kende Kistemaker ook. Bij FC Utrecht moest hij vertrekken vanwege gebrek aan prestaties en bij Telstar bakkeleide hij voor een arbitragecommissie over een contract. Maar over de gehele linie geldt Kistemaker vooral als een vakman. ‘Maf van voetbal,’ verzucht Spithoven.
Thea knikt. Ze vertelt over de zaterdagavond met haar man. Ze had een wijntje voor hem klaargezet en de openhaard aangestoken. ‘Ik dacht: gezellig. Totdat Simon eventjes naar boven ging. Daar bleef hij vervolgens urenlang. Was hij de opstelling aan het maken. Pas toen ik keihard ‘Doelpunt’, riep, kwam hij naar beneden omdat hij dacht dat er was gescoord bij een voetbalwedstrijd op tv.’
Amsterdam-Rijnkanaal
Vanaf de tribune leeft Thea fanatiek mee. Maar al snel staat Breukelen met 2-0 achter. De tweede helft ziet ze vanuit de bestuurskamer met uitzicht op het Amsterdam-Rijnkanaal. Het blijft regenen, en 2-0. Ze roept een paar keer: ‘Schiet hem er nou eens in.’ Het helpt niet, De Zouaven wint.
Binnenkort houdt Kistemaker ermee op in Breukelen. De club wilde hem graag behouden, maar Kistemaker zag een langer verblijf niet zitten. Splithoven: ‘Simon is verder dan de vereniging.’ Kistemaker: ‘Het probleem is: ze roepen wel dat ze naar de hoofdklasse willen, maar ze doen niets. Laatst dacht zo’n onbenul dat we niet gingen trainen, omdat ik vanwege de regen de wedstrijdbespreking binnen had gehouden. Kwamen we buiten, bleek hij het licht op het trainingsveld al te hebben uitgedaan. Moest ik hemel en aarde bewegen om op het hoofdveld verder te gaan. Daar kan ik niet bij. Het eerste elftal is toch je vlaggenschip?’
Om half vijf verlaat Simon Kistemaker het terrein van FC Breukelen. Hij heeft er flink de smoor in na het slechtste duel onder zijn leiding.
In de bestuurskamer voorspelt Thea hoe de terugreis naar Heemskerk gaat verlopen. ‘Simon is stil en ik ben aan het woord over wat er allemaal fout ging bij zijn ploeg. Tot hij het genoeg vindt en zegt: je houdt je mond of ik gooi je eruit. Erg hè? Maar ja, ik ken hem al dertig jaar. Veranderen doe ik hem toch niet meer.’