Door: Toine Rongen
Gepubliceerd: donderdag 3 april 2008 00:10
Update: donderdag 3 april 2008 00:11
Esther Vergeer (26) leeft het leven van een internationaal gelauwerd topsportster. Toch kent de invalide toptennisster ook haar twijfels.
‘Ga ik na Peking nog naar de Paralympics in Londen? Hou ik dit leven tot pakweg mijn 35e nog vol? Ik tennis al dertien jaar en de drang om mijn horizon te verbreden grijpt me zo nu en dan naar de keel. Ik leef in een tunnel, mis sociale contacten, wil meer thuis zijn, lekker met vrienden stappen, een extra studie oppakken of weet-ik-veel-wat. Ik speel jaarlijks twintig internationale toernooien, zo’n zes maanden per jaar ben ik van huis.’
‘Bovendien moest ik om quitte te draaien de Australian Open ook echt winnen. De valide winnaar streek, geloof ik, een miljoen Australische dollars op, voor ons lag dat op 3.600 Australische dollars, zo’n 2.000 euro. Een vliegticket alleen kost al 1.300! Maar waarom ik blijf doorgaan is de groei in mijn sport en het plezier dat ik er altijd nog in heb. Toen ik begon, waren we niet eens onderdeel van het Australian Open en speelde je voor een habbekrats voor een handjevol toeschouwers. Inmiddels zijn we onderdeel geworden van alle Grand Slams. Spelen we soms voor honderden toeschouwers en pakt de winnaar 800 tot 1.200 euro met uitschieters naar 2.000.’
‘Waar rolstoeltennissers het financieel vooral van hebben moeten, zijn sponsors en dat aantal neemt gelukkig enorm toe. Ik word inmiddels gesponsord door ongeveer tien A-merken waaronder Mercedes-Benz. Je weet niet half wat een auto voor mij betekent. Openbaar vervoer is voor mij ontzettend lastig. Verder zijn veel openbare gebouwen nog altijd niet voor rolstoelen aangepast.’
‘Als ik stap met vrienden vallen zeker zeven van de acht discotheken af. Daar zitten namelijk trappen, je kunt daardoor niet naar de wc of je mag vanwege de drukte niet naar binnen. Want bij een eventuele brand is er voor mij helemaal geen uitweg en dat durft de directie – terecht – niet aan. Mijn handicap is soms een blok aan het been, maar zo’n lekker hoog type uit de B-klasse waarin ik makkelijk kan instappen en mijn stoel kwijt kan, bezorgt me pure vrijheid.’
‘Toen ik op mijn achtste gehandicapt raakte, wilde ik koste wat kost iets doen. Maar ga maar eens als invalide naar een normale tennisvereniging. Je dient over heel wat drempels en vooroordelen te stappen.’
‘Inmiddels kan ik al vier jaar van mijn sport tennis leven en schiep ook nog eens de randvoorwaarden om top te blijven presteren. Jaarlijks investeer ik zo’n 40.000 euro in mijn onkosten maar ook in mijn begeleidingsteam. Ik heb een vaste trainer voor het tennis, het fysieke en ook het mentale gedeelte. Ik dacht mentaal enorm sterk te zijn, maar na zo’n sessie ben je blij dat je nog wat extra handvatten hebt waardoor je je beter kunt focussen op de wedstrijd, beter kunt ontspannen, dat je heel bewust rituelen toepast in je voorbereiding en hoe je je denkpatronen kunt sturen bij het winnen en het verliezen van een punt. Allemaal zaken waarin je kunt groeien. Sinds vier jaar heb ik ook een voedingsdeskundige. Ik leefde niet echt ongezond, maar nu eet ik bewuster en bijvoorbeeld beter op tijd. Vroeger at ik ’s avonds soms nog veel, nu heb ik mijn meeste voeding al voor vier uur ‘s middags gegeten. Dat maakt me nog fitter.’
‘Ik heb ook iemand met wie ik mijn zakelijke besognes deel, maar veel van het dagelijks management doe ik nog altijd zelf. Met nog wat extra budget kan ik in de business class vliegen, waardoor ik lekker ontspannen op mijn bestemming aankom. Ook wil ik eens leden van mijn team of vrienden en familie voor een buitenlands toernooi uitnodigen.’
‘Hoe dan ook, hooguit vijf spelers kunnen van het rolstoeltennis leven en daar ben ik er dus één van. Doordat ik daarin geslaagd ben en omdat ik met name door mijn directe omgeving al die jaren ontzettend gesteund word, leid ik sinds drie jaar de stichting HANDZZZUP. Jaarlijks geef ik zo’n dertig clinics aan invalide kinderen op mytylscholen. Op zich lastig, want rolstoeltennis is één van de moeilijkste gehandicaptensporten die er bestaan. Ondanks dat komen die kinderen allemaal met zo’n smilevan de baan.’
‘Verder zit ik in de atletencommissie van NOC*NSF. Over de komende Spelen in Peking is natuurlijk ook al intern gediscussieerd. Wat moet ik daar nog over zeggen? De atleten hebben natuurlijk niet voor China gekozen. Daarom vind ik ook dat zij niet de juiste personen zijn die nu met een oplossing hoeven te komen voor deze problematiek. Buiten dat denk ik dat de Paralympics een positieve invloed hebben op de positie van de gehandicapten in China. Ongetwijfeld zullen alle beetjes helpen.’
‘Iemand die tweemaal in successie tot de beste invalide sporter van de wereld is uitgekozen zal ongetwijfeld wel wat gewicht in de schaal van de wereldpolitiek kunnen leggen. Maar zullen de machthebbers van een land met een miljard inwoners echt door een zekere Esther Vergeer op andere gedachten worden gebracht, denk je? Esther wie?’