Door: Dominique Elshout
Gepubliceerd: donderdag 29 mei 2008 23:46
Update: vrijdag 30 mei 2008 06:49
Over de doden niets dan goeds. Italië vereert wielrenner Marco Pantani na zijn overlijden met dezelfde intensiteit als ervoor.
Op het kerkhof van Cesenatico, aan de Adriatische kust, zijn geen kleine graven. Wie het niet al te breed heeft, laat zijn kist inmetselen in een muur, de rijkeren bouwen grafmonumenten ter grootte van een kapel. Er komen zo te zien veel rijke mensen uit de badplaats. Misschien het rijkst en zeker het beroemdst, is Marco Pantani. Zijn monument torent boven alle andere uit, zo’n negen meter hoog.
Marco Pantani, de klimmer die in 1998 de Ronde van Italië en de Tour de France won, kwam op 14 februari 2004 om het leven, alleen en verlaten in een hotel in Rimini, 23 kilometer van zijn geboorte- en laatste rustplaats. Pantani nam die dag meer cocaïne dan zijn lichaam aankon. De roem was hem te zwaar geworden.
In de Ronde van Italië van 1999 was Pantani hard op weg naar de eindwinst, toen hij in Madonna di Campiglio uit koers werd gehaald. Er waren aanwijzingen van dopinggebruik, sterke aanwijzingen. Als een boef werd Pantani afgevoerd. Hij zou de klap niet meer te boven komen. In zijn graftoren hangt een tekst aan de muur die hij drie maanden voor zijn dood schreef. ‘Ik ben vernederd om niks.’
Verderop, bij het station van Cesenatico, is een piekfijn museumpje met Pantani-parafernalia. Zijn eerste fietsje, zijn trofeeën, zijn motor, zijn schildersezel en zelfgemaakte schilderijen. Portretten, een kaars, een onbeholpen afbeelding van een jager die schiet op een vogel en expressionistische afbeeldingen van lange draden in cirkels.
In het museum loopt een gedrongen man in bedrukte stemming. Bij de entree zit een vrouw met zonnebril. Vader Paolo en moeder Tonina komen niet los van hun zoon. Vader Paolo geeft een hand. Een knik, een blik, wat valt er te zeggen? Te veel.
Op verschillende monitoren is een bekende etappe te zien uit de Ronde van Frankrijk van 2000. De rit voert naar de top van de Mont Ventoux. In de kopgroep van acht onder meer Jan Ullrich, die kocht vervolging wegens dopinggebruik af. Alexandre Vino-kourov: vorig jaar uit de Tour gegooid wegens bloeddoping. Tyler Hamilton, wiens volledige, uitgebreide dopingadministratie op straat kwam te liggen. Roberto Heras: betrapt op gebruik van het verboden middel epo in de Ronde van Spanje 2005. Richard Virenque gaf epo-gebruik toe. Ze overleven de schande. Zij wel. Pantani rijdt in de Tourrit nog op achterstand, zal de kopgroep inhalen, vijf keer demarreren en uiteindelijk winnen omdat Lance Armstrong hem de zege gunt. Pantani zegt geen dankjewel, maar voelt zich, opnieuw, gekleineerd.
De foto-albums in het museum met plaatjes uit Pantani’s jeugd laten een verlegen jongen zien. Een rare kuif, een schuchtere lach, een lieve sympathieke sportman. Talent te over, fietsen graag, maar al die aandacht. Toen Pantani nog haar had, was hij gewoon wielrenner, vanaf de dag dat hij zijn uitdunnende haardos in één klap afschoor, werd hij een merk. Ze noemden hem ineens Il Pirata. De Piraat ging dingen doen die niet passen bij een vriendelijk mens. Te stoer, auto’s in de prak rijden, drugs gebruiken, de onverzettelijkheid van de wielrenner gebruiken om zich af te sluiten voor zijn onoverzichtelijke omgeving, ook voor degenen die het goed met hem voor hadden. Het zelfgekozen isolement werkte averechts.
In de Giro van nu valt de naam van Pantani nog elke dag, tientallen keren. De Gazzetta dello Sport adverteert groots om een nieuwe serie van acht dvd’s aan de man te brengen. Acht dvd’s met het definitieve, complete overzicht van de werken van Pantani. Vast onderdeel van de Giro is een groot platform ter ere van de Piraat. Er worden voortdurend beelden vertoond van Marco Pantani, de onweerstaanbare, grillige klimmer. De hele dag door staan er mensen naar te kijken.
In de graftombe van Pantani ligt een gastenboek. De Basken van Euskaltel hebben er een boodschap in achtergelaten toen de Giro vlakbij Cesenatico was, de vrienden van CSC ook. Van een andere orde is de hartenkreet van iemand die anoniem wil blijven. ‘Marco, ze zien mij als een nietsnut, maar ik heb dezelfde achternaam als jij en voel me groots.’