Door: Karen Bosch
Gepubliceerd: zondag 17 augustus 2008 22:30
Update: zondag 17 augustus 2008 22:31
Geen grotere tegenpolen dan Edith en haar vriend Peter (Schep, red). Edith is pitbull. Peter is een poedel. Vreemd genoeg gaat dat perfect samen. Ze vullen elkaar aan. Peter kalmeert Edith, Edith pept Peter op.
Edith blaft en bijt niet alleen in het dagelijks leven. Ook op de mat trekt, sjort en knauwt ze als een pitbull met hondsdolheid. Het ziet er niet mooi uit, maar dat hoeft ook niet. Zolang het maar hard gaat. Maar als niemand haar afremt, dan ligt ze na anderhalve minuut al met haar tong uit haar mond op haar rug.
Voor Peter geldt het omgekeerde. Die ziet er op de fiets uit als een model. Onberispelijke stijl, de neus altijd lichtjes omhoog, de benen soepel draaiend. Altijd spierwitte sokjes, gladde bruine benen en een glinstering in zijn ogen. Hij ziet eruit alsof hij nooit moe is. Zelfs als hij nauwelijks vooruit komt, lijkt het alsof hij goud in zijn benen heeft.
Maar soms zegt het scorebord meer dan genoeg. Aan het einde van de puntenkoers stond Peter op nul punten. Nul. Drie man eindigden onder hem. Twee stapten af, de ander eindigde op min zeventien.
Het ging niet. Het zag er gelikt uit, maar de schijn bedroog. Edith zat diep zuchtend naast me op de tribune. Twintigste werd Peter. Geen medaille, geen toptien-klassering – helemaal niks. Zelfs geen poedelprijs.