Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: zondag 17 augustus 2008 22:22
Update: zondag 17 augustus 2008 22:24
Het gebeurt in een split second. Op een moment waarop niemand het verwacht. Nog geen twee rondjes is de halve finale van de keirin zaterdag onderweg als Theo Bos onderuit wordt gemaaid door de Pool die voor hem rijdt. Hij klapt op het hout. Een golf van ontzetting op de tribunes. Vooral op rij eenentwintig van vak 106, waar de familie Bos zit. Pa, ma, Theo’s vriendin, en Jan met zijn vriendin Annika. Ongeloof op hun gezichten. En angst.
Theo ligt op de piste, zijn voeten nog steeds in de pedalen van zijn fiets geklikt. Niet in staat zich te bewegen. Weerloos vastgeklonken aan zijn peperdure Koga. Hij zwaait met zijn hand in de lucht. Roept om hulp. En om compassie van de jury. Stop die wedstrijd! Stop die wedstrijd! Voor god en alles wat me lief is, stop die klotewedstrijd nu onmiddellijk!
De wedstrijd wordt gestopt. Een zucht van verlichting op rij eenentwintig. Jan knikt. Goede beslissing. Hij veegt een paar druppels angstzweet van zijn voorhoofd. Amper een minuut later klinkt het verdict van de jury: de wedstrijd wordt opnieuw gestart. Maar zonder Theo. Hij ligt eruit. Weg finale. Weg goud.
Vanaf de tribune is te zien hoe Theo tegen officials vloekt. Hoe hij wanhopig zijn handen in de lucht gooit. Hoe hij machteloos op het bankje gaat zitten. Het besef dat hij door pure pech een kans op goud heeft verloren, dringt langzaam tot hem door. Iemand legt een arm om zijn schouders. Hij buigt zijn hoofd en verbergt zijn gezicht in een handdoek. Precies op hetzelfde moment verbergt Jan zijn gezicht in de palmen van zijn handen. Pa vloekt. Ma is doodstil. Theo’s vriendin huilt. Hun pijn is voelbaar. De machteloze, woedende pijn diep van binnen. De pijn van rij eenentwintig.