Door: Karen Bosch
Gepubliceerd: dinsdag 19 augustus 2008 21:50
Update: dinsdag 19 augustus 2008 21:50
In reisgidsen over Peking is dit de gemiddelde attractie-topdrie:
Op nummer één: het Plein van de Hemelse Vrede. Een doodsaai, grijs plein dat in elk ander land zou zijn volgeparkeerd met auto’s omdat het meer lijkt op een gigantische Ikea-parkeerplaats dan op een Hemels Plein.
Op twee: de Verboden Stad, die niet zo verboden meer is, gezien de kuddes toeristen die er in en uit lopen.
Op drie: de Silk Market. Vijf verdiepingen hoog, vol kraampjes met troep, namaak-Gucci en jengelende verkoopsters. Met T-shirts, met nepkasjmier, met fake handtassen en met eetstokjes van plastic ivoor. Iedereen wil wat van je. Geen kraampje loop je zomaar voorbij. Ze bedelen, ze smeken, ze trekken aan je armen en ze hangen aan je tas. ‘Look, look, I have T-shirt for you. For you my friend. Special price! Special price!’
Aasgieren
Op het moment dat je stopt om daadwerkelijk te kijken naar de uitgestalde troep, ben je verloren. Als aasgieren storten de verkoopsters zich op je. Het onderhandelen begint. Want een vaste prijs bestaat niet. Afdingen is verplicht.
In al mijn naïviteit besloot ik een schattig Chinees jurkje te kopen voor een van mijn nichtjes. De veiling startte bij duizend yuan: ongeveer honderd euro. Dat leek mij na rijp beraad ietwat overdreven voor een kinderjurkje van houtje-touwtje kwaliteit. Ik zette in op twintig yuan: twee euro. Daarna ging het snel. Ik was een ‘cheap Holland girl’, maar de prijs zakte zo snel dat ik het nauwelijks kon volgen. Van duizend naar vijfhonderd naar tweehonderdvijftig naar tachtig.
Uiteindelijk kwamen we elkaar tegen op vijftig yuan. Omgerekend zo’n vijf euro dus. Ik blij, zij blij. Al bleek dat niet uit haar houding. Ze zei iets in het Chinees tegen me dat klonk alsof ze me een aantal vreselijke ziektes toewenste en gaf me met zichtbare tegenzin het jurkje. Maar bij nadere inspectie bleek er een gaatje in de mouw te zitten. Ik blies de koop af. No deal.
Worsteling
Toen ik weg wilde lopen, versperde de verkoopster me de weg. Ze had nog dertig andere jurkjes voor me. Ook special price. Maar het hoefde niet meer voor mij. Ze maakte zich breed, ze trok aan mijn kleren. Er ontstond een worsteling. Het leek een judopartij. Ze probeerde een armklem te maken, maar ik rukte mijn arm op tijd uit de verwurging. Daarna veegde ik haar linkervoet onder haar lichaam vandaan en wierp haar over mijn schouder op de grond: ippon. Niets op af te dingen.