Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: vrijdag 21 november 2008 00:05
Update: vrijdag 21 november 2008 00:07
Als klein jongetje ging ik samen met mijn iets grotere broer op zondag mee met ‘het eerste’ van Bloemendaal. Wij moesten wel, want mijn vader was coach en mijn moeder smeerde de broodjes, geen keuze dus voor de kleine Bovelanders. Geen straf, want zeker bij de uitwedstrijden was het genieten. We mochten mee in de spelersbus naar Tilburg, Stichtse of Coevorden, het was een feest.
We verzamelden op de club want de heren woonden toen nog in de buurt en die ene jongen uit de stad pikten we ergens langs de snelweg op. Tasje in de hand, stick gepoetst, stripboek en broodjes mee.
Het is lang geleden, ze speelden op gras en de begroting dekte niet meer dan de terreinknecht en zijn grasmaaier. Maar tijden zijn veranderd, spelers komen van heinde en verre, de bus is allang vervangen door snelle sponsorauto’s en het geurende gras vervangen door kunstmatig groen. En met dat alles zijn de begrotingen omhoog geschoten.
Mijn club heeft bijvoorbeeld vier kunstgrasvelden, totaal toch al snel anderhalf miljoen euro. Best een pittig bedrag voor zevenhonderd hockeyfamilies. Onderhoud, de trainers etc, etc, het kost maar geld.
En dan hebben we natuurlijk nog de internationals, die komen ook niet meer voor een appel en een ei. Terecht, maar wie gaat dat allemaal betalen? Gelukkig zijn er een paar mooie sponsors die zich voor het hockey, of moet ik zeggen in de hockeyfamilies, interesseren. Businessclubs, relaties, vrienden van en met een paar kijk-mij-eens-stoer-doen-geldschieters, stromen de euro’s binnen. Maar ik heb de laatste jaren zo’n angstig gevoel dat het allemaal wat veel wordt. Een opgefokt zooitje lijkt het. En dan lees ik nu weer dat de hoofdklasseclubs zich verenigen in een CV. Dat maakt mij alleen maar angstiger. Het gaat over uitzendrechten, belangen hier en belangen daar.
Onder aanvoering van de KNHB heeft de hockeywereld de laatste jaren een enorme stap voorwaarts gemaakt. Op solide basis. Veel medailles en meer dan 200.000 hockeyers in ons kleine kikkerlandje. Schitterend, maar zoals ik mensen nu over hockey hoor praten denk ik heel hard: nee! En dat gevoel bekroop me enige jaren geleden al toen ik een zaakwaarnemer aan de lijn kreeg die zijn product in de markt ging zetten. Ik werd er toen al kriebelig van.
Vandaag zit ik met international Sander van der Weide op een terras in Barcelona, hij speelde afgelopen week met zijn club Real Club de Polo uit op Santander. Negen uur in de bus heen, 9-0 winst, en negen uur weer terug in de bus.
Ik was ineens weer kind en voelde me intens gelukkig, misschien verhuis ik wel naar Spanje.