Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: zondag 7 december 2008 23:54
Update: maandag 8 december 2008 10:55
In de Flevopolder ligt een stad met een slogan: ‘Het kan in Almere’. Alles groeit en bloeit er. Behalve een topsportvereniging.
Er was eens een plan. Een plan met de naam Omniworld. Een plan voor topsport in Almere. Het behelsde een voetbalclub met een immens stadion met 20.000 stoeltjes. Een betaalde volleybalclub, een basketbalclub, een zaalvoetbalclub en een handbalclub erbij. Men mikte op het hoogste. Nationaal succes, Europees succes, mondiaal succes. Almere stroopte de mouwen op en kieperde een kruiwagen met miljoenen om. Beginnen in het klein? Onzin. Niet in Almere.
Topteams werden geïmporteerd van buitenaf. Bomen tot de hemel. Maar jaren later, en een kleine dertig miljoen euro verder, bleek het sprookje toch niet zo feeëriek als gedacht. Behalve de gemeente waren er geen commerciële partijen die in Omniworld wilden stappen, de kosten liepen uit de hand en de plaatselijke bevolking was met geen mogelijkheid aan de club te binden. In 2002 won Leefbaar Almere de gemeenteraadsverkiezingen met de belofte het megalomane project af te schieten.
De ambities werden teruggeschroefd. Het grote stadion werd geschrapt. De voetbalclub kreeg de mededeling dat hij zichzelf moest zien te redden op een klein sportcomplex. De basketbal- en volleybaltak werden nog wel gesubsidieerd, in afwachting van de komst van grote sponsors en massaal toestromende supporters. Die kwamen niet.
Ook de verhuizing naar het spiksplinternieuwe Topsportcentrum in 2007 bracht niet de gewenste impuls. De hal, waar top- en breedtesport zouden moeten samenkomen, werd gebouwd in Almere Poort – een desolate zandvlakte waar ooit huizen en kantoren moeten verrijzen. Maar vooralsnog is het een hal in niemandsland. Van niemand. Voor niemand.
Eind 2007 werd de stekker uit de noodlijdende topsportverenigingen getrokken. De volleyballers maakten tien dagen na de faillietverklaring een doorstart met een nieuwe sponsor, de Robert J Reinders Group, die op zoek ging naar andere geldschieters. Tevergeefs. Vorige week gooide ook Reinders de handdoek in de ring.
Tien jaar na dato is van het oorspronkelijke Omniworld-sprookje nagenoeg niets meer over. Omniworld Basketbal: failliet. Omniworld Volleybal: failliet. Omniworld Handbal en Zaalvoetbal: nooit voet aan de grond gekregen. Omniworld Voetbal: laatste in de eerste divisie.
Voedingsbodem
Wat ging er mis? Ger Rooth, voorzitter van de basketbalvereniging, die alleen nog een breedtesportafdeling heeft: ‘Topsport leeft niet in Almere. Er is hier geen topsportmentaliteit. Er is geen betrokkenheid. En geen realisme. Dat is er nooit geweest, vooral niet bij de politici. Die dachten dat ze binnen twee, drie jaar goeddraaiende topclubs uit de grond konden stampen vanuit het niets. Zo werkt dat niet. Dat duurt veel langer. De gemeente zou daarin de stabiele factor moeten zijn. Maar er zijn de afgelopen jaren zoveel wisselingen van de wacht geweest in de politieke top, dat er van continuïteit geen sprake was. Het aanvankelijke plan is de grond in geboord, en het alternatief in het Topsportcentrum is evenmin geslaagd. Als ik terugkijk, kan ik alleen zeggen dat er een hoop mis is gegaan. Er zijn mensen die bij zichzelf te rade moeten gaan. Vooral bij de gemeente.’
Peter Spek, voorlichter van de gemeente Almere: ‘Tja. Wij vinden het ook vervelend dat het project niet helemaal is gelopen zoals wij hadden gewenst. In theorie zou Almere met zijn 185.000 inwoners toch een goede voedingsbodem moeten bieden voor professionele sport. Maar als er vanuit het bedrijfsleven geen ondersteuning is, dan houdt het op.’
Drama
Frits Huis, fractievoorzitter Leefbaar Almere, voormalig wethouder van Sport: ‘Het is een drama. Dat hele Omniworld. Vanaf het eerste moment al. Het is een aaneenschakeling van blunders, belangenverstrengeling en domheid. Politici hebben met zoveel verschillende petten op gezeten, dat je vraagtekens bij hun integriteit kunt zetten. Er waren banden met projectontwikkelaars, er zijn wethouders geweest die zelf hebben onderhandeld met sponsors, in plaats van het over te laten aan de clubs. Wij zijn altijd tegen steun aan de voetbalclub geweest. Voetbal is een bedrijfstak, die moet je niet steunen. Een voetbalclub die zichzelf niet kan bedruipen, heeft geen levensvatbaarheid. Met volleybal en basketbal ligt dat iets anders. Die moet je de kans geven om op eigen benen te gaan staan. Dat kost tijd. Maar daarvoor hebben ze niet de gelegenheid gehad. Uiteindelijk zijn ze de nek omgedraaid door dezelfde politici die jaren eerder met het plan voor dat belachelijke grootschalige project zijn gekomen. Eigenlijk is het een raar verhaal. Een chaos. Ik heb er zelf midden in gestaan, maar ik zie soms ook door de bomen het bos niet meer. Eén ding is zeker: alles is naar de klote.’
Grootschalig
Henk Smeeman, tot voor kort wethouder Sport namens de VVD: ‘In deze stad moeten alle dingen min of meer gemaakt worden. Dus ook topsport. Wij vonden dat topsport bij de stad hoorde. Dat hebben we twee keer geprobeerd. Eén keer grootschalig, en één keer in ietwat afgeslankte vorm. Beide keren is het mislukt.’
‘Hoe dat komt? Wist ik het maar. Ik ben nauw betrokken geweest bij de opzet. Maar ook bij de stopzetting. Dat heb ik zelf als wethouder gedaan. Waarom? Eens is het afgelopen, hè. Daar moet je realistisch in zijn. De gemeente blijft er geen geld in pompen. De lokale markt blijkt niet in staat genoeg sponsors op te hoesten. Of dat ooit nog gebeurt, is de vraag. De zesde stad van Nederland zou toch topsportclubs moeten hebben. Maar als ik een bedrijf had, zou ik na het Omniworld-échec wel achtentachtig keer nadenken voor ik er met mijn geld in zou stappen.’
Tot slot sportmarketinggoeroe Frank van den Wall Bake: ‘Hoe ze het in Almere hebben aangepakt, is een schoolvoorbeeld van hoe het níet moet. Een stad kun je maken. Heel snel zelfs. Maar een sportcultuur en een sporttraditie niet. Die kun je niet dumpen in de polder. Die moet je bouwen, met veel geduld.’
‘Een sportvereniging is een piramide. Die bouw je ook op van onderen. Met jeugd die de tijd krijgt zich te ontwikkelen. Met fans die de tijd krijgen om te wennen aan de club. Dat doe je niet in een paar jaar met inconsistent beleid. In Almere hebben ze geprobeerd de piramide op zijn kop te bouwen, door eerst topteams aan te trekken van buitenaf en grootschalige projecten te verzinnen. Dat werkt niet. Een piramide blijft niet staan op zijn puntje. En het is belachelijk om de schuld af te schuiven op de gebrekkige instap van het bedrijfsleven. Bedrijven sponsoren graag, maar willen waar voor hun geld. Als het bedrijfsleven niet deelneemt, dan moet je in de spiegel kijken. Dan klopt het plan niet’, besluit Wall Bake.’
Oh, arm Almere. Stad zonder sportcultuur. Stad zonder topclubs. Stad met een topsportcentrum waar het zand omheen stuift en de wind over de vlakte fluit. Stad met een voetbalclub die het allerlelijkste eendje in het moeras van de eerste divisie is. Het sprookje van Omniworld is geen sprookje. Het is een fabeltje.