Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008 00:17
Update: vrijdag 12 december 2008 00:53
De meeste tophockeyteams hebben hun eigen kleedkamer en dat is wel zo
handig want dat scheelt zeulen met spullen die je de volgende dag weer
nodig hebt. Het resultaat is echter dat die kleedkamer meestal niet de
meest frisse plek van het clubhuis is. Natte trainingspakken, stinkende schoenen en nazwetende sticks walmen na van training en arbeid.
De geuren die hierdoor in de meestal veilig afgesloten ruimte vrijkomen, winnen het ruimschoots van frisheid die het douche- en badschuim kortstondig hebben verspreid. Zeker in dit natte koude jaargetijde is het daar geen feest. De meeste hockeyclubs hebben nog geen wasvrouw, zoals de meeste hockeyers ook nog geen wasvrouw thuis hebben wachten. Dus wordt de was hooguit even uitgehangen om de volgende dag weer dienst te doen. Dat is overigens niet zo erg, vervelend wordt het pas als je je tas vergeet uit te pakken of als je uit luiheid je tas in je achterbak laat staan. Dat is pas vies.
Het is de inleiding voor een bizar verhaal en dan moet ik vooraf zeggen dat ik groot voorstander ben voor kostendrukkende maatregelen en dat ik vind dat veel sporters meer besef mogen hebben over de kosten die NOC*NSF, bonden en clubs maken. Maar wat ik nu hoorde gaat mij te ver.
Sporters hebben veel spullen, naast de gewone kleding en de officiële kleding namelijk ook veel sportspecifieke spullen. Een paar extra schoenen, badmutsen, reserve judopakken enzovoorts. Te veel voor één koffer, dus een extra tas is gauw gevuld. Maar terug van de Olympische Spelen mocht die tas niet mee met het vliegtuig, die moest met de boot. Alsof we teruggeworpen zijn in de tijd. Was er dan niet ergens een klein potje of sponsor die de tassen kon vervoeren?
Een deel van de olympische sporters heeft ruim drie maanden op zijn tas zitten wachten. Verrast waren de sporters over de inhoud. O, daar was dat shirt en: ha, eindelijk mijn wed-strijdpak weer terug. Souvenirs voor de schoonfamilie nog op tijd voor de Kerst.
Maar ik weet hoe er is ingepakt. Atleten die klaar zijn op de Spelen gaan los. Verlies verdrinken, medaille vieren. Alles kan en alles mag. Van kieskeurigheid bij het inpakken is geen sprake. Bezwete shirts, van de laatste wedstrijd of het Holland Heineken House, opgepropt in een tas. Ruim drie maanden op een boot in een broeiende container, niet alleen het weer zit in je kleren, ik zie Chinese paddestoelen en een dikke laag schimmel. Een tas met de boot sturen dat is pas echt olympisch goor.