Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: donderdag 29 oktober 2009 23:56
Update: donderdag 29 oktober 2009 23:57
Een goede voorbereiding is het halve werk en dus wordt er hard getraind in de sportwereld. Een goede basis is nodig om ooit een keer je piek te bereiken. Ik geloof dat er zo’n acht jaar serieus sporten voor staat om je top te bereiken. Acht jaren ploeteren, zweten en schaven aan techniek, tactiek, conditie en spiermassa. Trainingskampen op hoogte of in een zweetkamer. Videoanalyses voor individuen of teamverband. Alles om jezelf naar het hoogst haalbare te tillen.
Het gaat om kleine dingen, het zijn de details die het verschil maken tussen goud en zilver, tussen het podium en een droeve aftocht met lege handen. En sporten is serieuze business dus alles wordt uit de kast gehaald, niets is meer te gek. Begeleidingsteams zijn inmiddels groter dan de teams zelf. Een spitsentrainer, een slagtrainer, een cornertrainer, een mentale begeleider, een set fysiotherapeuten, videomannen, analytici, dokters, masseurs, pillenboeren en zielenknijpers. Daar omheen een team van regelaars die bepalen waar en wat er gegeten wordt, de hotelbedden testen op de juiste veerkracht, het transport regelen en kijken of de airco juist is afgesteld.
De wetenschappelijke onderzoeken in de sport schieten als paddenstoelen uit de grond. Snelle en nog veel snellere pakken, met of zonder ribbels, worden ontworpen. Windtunnels bepalen de ideale houding om zo hard mogelijk door de bochten te vliegen. Rekenmodellen om de spierkracht maximaal te kunnen overbrengen op de tartanbaan of het zwembadwater. Videobeelden, die elke spier, elke vezel haarscherp vastleggen en zo helpen om de techniek te perfectioneren.
Dit alles voor dat laatste stapje, dat allerlaatste kleine stapje naar de eeuwige roem.
Helaas wordt vaak vergeten dat je wel eerst bij dat laatste stapje moet zien te komen. Te vaak wordt er al aan details gewerkt als er nog grote stappen gemaakt dienen te worden. Je kan nog zo’n mooi pak aan hebben, als je niet kan schaatsen heb je er niets aan. Er worden de mooiste tactische besprekingen gehouden, met spelpatronen en systemen waarbij tegenstanders er nooit aan te pas zullen komen. Maar als je de bal niet van A naar B kan trappen, slaan of gooien is het verspilde moeite.
Dit alles naar aanleiding van olympisch kampioen Miek van Geenhuizen, die thuis haar handelingssnelheid en techniek perfectioneert door de bal uit de greep van haar happende teckels te houden. Het deed me denken aan Eric Heiden met in zijn achterkamer een krachthonk van autobanden, ringen en zelfgefabriceerde schaatsglijplank. Dat is de basis, dat is voorbereiden. Het laatste stapje is belangrijk, maar onnodig als je daar niet geraakt.
* Floris Jan Bovelander is oud-hockey-international.