Door: Iwan Tol 
Gepubliceerd: donderdag 21 januari 2010 01:58
Update: donderdag 21 januari 2010 02:51
Harm van Veldhoven behoedde Roda JC tegen alle stormen in voor de Jupiler League. Maar onomstreden is ‘Mr. Nobody’ allerminst. Hoe dat komt? ‘Ik ben een makkelijk slachtoffer hè.’
‘Namaakfiguren lopen er al genoeg rond in de voetballerij. Zo is Van Veldhoven niet. Harm is écht. Daarom kan ik het ook zo goed met hem vinden.’ Was getekend Martin van Geel, die we treffen op weg naar het interview met Van Veldhoven.
Dat de directeur voetbalzaken van Roda JC het zo nadrukkelijk opneemt voor de tot Belg genaturaliseerde Nederlander is veelzeggend. Veel mensen in de voetballerij vinden Van Veldhoven namelijk helemaal niet echt. Zij vinden hem maar een rare snuiter. Gertjan Verbeek bijvoorbeeld, de trainer van Heracles, die zijn collega onlangs op een persconferentie uitmaakte voor ‘een vervelende kerel’. Van Veldhoven zat een meter bij hem vandaan en verschoot van kleur.
OveremotioneelHoe misplaatst de opmerking van Verbeek ook was, typerend is het wél voor de beeldvorming rondom de Roda JC-trainer. Van Veldhoven wil nog weleens overemotioneel reageren na een wedstrijd, vindt nederlagen vaak onverdiend en ziet samenzweringstheorieën die er niet zijn. Na de uitwedstrijd tegen FC Groningen van vorig seizoen, toen de thuisclub uit een onterecht gegeven vrije trap van scheidsrechter Liesveld scoorde, trok Van Veldhoven na afloop zelfs zijn geloof in God in twijfel. ‘Als je zo vaak het nadeel van de twijfel hebt, dan ga je aan alles twijfelen. Zelfs aan God,’ liet hij optekenen.
Het zijn dat soort uitspraken die van Van Veldhoven een controversieel man maken. In praatprogramma’s wordt hij daarom vaak op de hak genomen. Hugo Borst noemt hem steevast Veld van Harmhoven, Johan Derksen houdt hem bij het evenmin vleiende Mr. Nobody. Juist dáár ligt het probleem, stelt Van Veldhoven als zijn imagoprobleem ter sprake komt. In België heeft hij als trainer een uitstekende conduitestaat opgebouwd (zie kader), maar in Nederland is hij een onbeschreven blad. En onbekend maakt onbemind, meent de Belg. ‘Ik heb in Nederland geen verleden. Niet als voetballer en niet als trainer. Dat zorgt ervoor dat mensen mij niet kunnen inschatten. Daarbij vielen vorig jaar de resultaten tegen. Dan ben je een makkelijk slachtoffer hè.’
Toen hij vorig seizoen openlijk vanuit Zeist een complot vermoedde om Roda JC te laten degraderen, werd Van Veldhoven zo belachelijk gemaakt dat zijn zoon besloot om het stadion voorlopig te mijden. Liever ging hij naar de bioscoop, dan hoefde hij niet meer met eigen ogen te zien hoe zijn vader ladingen kritiek over zich heen gestort kreeg.
Toch heeft Van Veldhoven nergens spijt van. Zijn uitspraken zijn doelbewust geweest, zegt hij. ‘Na de wedstrijd tegen FC Groningen, zei ik tegen Martin van Geel: ik ga zeggen wat ik nu denk, dan maar door de gehaktmolen. Kijk, Roda JC stond er op dat moment slecht voor. De ploeg was al begraven. Ik móest dat naar voren brengen om mijn spelers te laten zien: we leven nog, we staan achter elkaar bij Roda JC.’
Van Veldhoven benadrukt dat hij zijn gedrag en uitspraken altijd in het belang van Roda zijn geweest. Ook toen hij bij Feyenoord – Roda JC van het veld werd gestuurd na aanmerkingen op de leiding en tijdens zijn aftocht een tikje theatraal een vuist balde naar de meegereisde aanhang in het uitvak. ‘Ik beschadig niemand, blijf altijd respectvol. Maar soms moet je iets doen om de boel aan de gang te krijgen. Dat doe ik voor de club, niet voor mezelf. Verbeek viel mij persoonlijk aan. Dan reageer ik niet, hoewel ik wel op mijn lip moest bijten op dat moment. Maar ik reageer alleen als de groep wordt aangevallen. Dan ga ik ervoor liggen en maakt het me niet uit wat anderen daarvan vinden.’
Veertien maanden geleden begon Van Veldhoven aan zijn klus bij Roda JC, als opvolger van de ontslagen Raymond Atteveld. Het zijn veertien loodzware maanden geweest, erkent hij. Maanden die wel jaren leken: geen fusie, wel een fusie, toch geen fusie, bestuursleden die opstapten, supporters die stoeltjes op het veld gooiden, spelers die met elkaar op de vuist gingen. ‘De club was ziek,’ vat Van Veldhoven het seizoen samen. ‘Soms was het een griepje, andere keren leek het wel malaria en er zijn momenten geweest dat de ziekte tot een gezwel dreigde uit te groeien. Er was iets in de club gegroeid dat moeilijk te genezen was. Ik moest in die moeilijke omstandigheden op zoek naar het juiste medicijn. Dat was niet makkelijk, maar het is wél gelukt.’
ZenuwslopendDat hij Roda JC voor de Jupiler League behoedde, mag een klein wonder heten. God bestond dus tóch, al hield hij de Limburgers lang in spanning. Pas op de slotdag van de competitie sprong Roda van de laatste plaats af. Wat volgde was een zenuwslopende nacompetitie, culminerend in een doldrieste barrage met Cambuur Leeuwarden, die door strafschoppen in het voordeel van Roda JC werd beslist.
Pas de volgende morgen, rond zeven uur, was Van Veldhoven weer thuis. ‘Mijn vrouw was ontbijt aan het maken, de kinderen stonden op het punt om naar school te gaan. Toen stond ik daar in de deuropening. Ik voelde bij haar een enorme opluchting dat het was gelukt, ze hoefde dat niet eens uit te spreken. Eén blik was genoeg. Zij wist hoeveel energie ik erin had gestoken.’
Van Veldhoven ging slechts vier dagen op vakantie naar Malta om bij te tanken. Daarna was de focus alweer op het volgend seizoen gericht. Hij gebruikte de zomer onder meer om gesprekken met scheidsrechters te voeren om zo meer wederzijds begrip te kweken. ‘Ik heb uitgebreid met Liesveld gesproken over die wedstrijd bij Groningen. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar door zo’n gesprek kom je nader tot elkaar. Voor die wedstrijd tegen Cambuur kwam Roelof Luinge naar me toe. Hij zei: ‘We gaan vandaag niet vervelend doen hè?’ Na afloop kwam hij naar me toe en zei: ‘Nou, zo vervelend ben je eigenlijk helemaal niet.’ Mensen die me niet kennen hebben vaak een ander beeld van me dan ik in werkelijkheid ben.’
ComplimentenNu Van Veldhoven wat langer in Nederland werkzaam is, merkt hij dat de opinie over hem langzaam aan het veranderen is. Het incident met Verbeek heeft hem in zekere zin goed gedaan. ‘Voor het eerst kreeg ik complimenten over hoe ik me had opgesteld. Dat ik niet was meegegaan in zijn niveau. Ik heb telefoontjes gekregen, brieven, e-mails. Mensen vonden het mooi om te zien dat ik zo rustig bleef. In die zin moet ik Verbeek nog dankbaar zijn.’
En zijn zoon? Zit die nog steeds elke zondagmiddag in de bioscoop? ‘De laatste tijd zie ik hem weer wat vaker bij Roda JC. Hij wisselt de film nu af met voetbal. Zo zie je maar, sommige dingen hebben gewoon wat tijd nodig.’
Succesvol in België
Harm van Veldhoven (20 september 1962) werd geboren in het Brabantse dorp Luyksgestel, maar als voetballer speelde hij alleen maar in België. Van 1979 tot 1999 kwam hij uit voor SK Lommel, Germinal Ekeren, RWD Molenbeek en opnieuw SK Lommel. Bij die club begon hij in 1999 ook zijn trainerscarrière. Met SK Lommel en FC Brussels werd hij kampioen van de Tweede Klasse en in 2001 bereikte hij met SK Lommel de Belgische bekerfinale. Van Veldhoven had zich toen al tot Belg laten naturaliseren, omdat hij in België woont, werkt en getrouwd is. Vorig jaar november stelde Roda JC hem aan als opvolger van de ontslagen Raymond Atteveld.