Door: Simon Kuper
Gepubliceerd: maandag 8 maart 2010 21:09
Update: maandag 8 maart 2010 21:09
Bankier Jim O’Neill probeert Manchester uit handen van de familie Glazer te krijgen. Het belang van de fans moet voorop staan.
Als Jim O’Neill geen pogingen aan het doen is om
Manchester United over te nemen, is hij heer en meester over de
geldmarkt. Aan het eind van de jaren ’90 schreef ik columns voor de
Financial Times over de valutahandel; ik probeerde toen constant het
economische orakel van Goldman Sachs te spreken te krijgen.
Ik belde hem eens om te vragen of een bepaald, zeer
bekend, Zuid-Europees land mee mocht gaan doen met de euro. O’Neill is
de zoon van een postbode uit Stockport bij Manchester en de
personificatie van een noorderling die geen blad voor de mond neemt.
‘Natuurlijk niet!’, flapte hij eruit. De volgende dag belde hij me
woedend terug: ‘Je hebt het in de krant gezet!’ ‘Maar u zei het toch
ook!’ ‘Natuurlijk zei ik het, maar nou heb ik net de baas van hun
centrale bank aan de lijn gehad, en die was niet blij.’ Uiteindelijk is
het land wel gaan meedoen met de euro, al hebben ze daar nu
waarschijnlijk spijt van.
Londense City
Maar laten we het weer hebben over Manchester
United, zoals trouwens ook vaak gebeurde in de telefoontjes met
O’Neill. Hij en Keith Harris, de belangrijkste dealmaker in het Britse
voetbal, hebben zich verenigd met andere rijke Unitedfans om een poging
te doen de club van de familie Glazer te kopen.
De Glazers halen winst uit United en de Red Knights
van O’Neill hopen dat ze de belangen van de fans op de eerste plaats
kunnen zetten. Waarschijnlijk zijn ze al te laat.
Een macro-econoom die zoveel talent heeft als
O’Neill, weet natuurlijk ook wel dat United sinds de jaren ’80 dezelfde
stadia heeft doorlopen als de Britse economie zelf. Stadium één was de
omarming van het kapitalisme. United ging in 1990 de beurs op, nadat
Margaret Thatcher, toen premier, het maken van meer winst was gaan
aanmoedigen en buitenlandse banken zoals Goldman had losgelaten op de
Londense City.
Stadium twee was het maken van winst. United ging
zakelijk gezien gelijk op met de bloeiende Britse economie. De club
werd gerund als een conservatief, middelgroot bedrijf in het noorden
van het land. Ze hielden controle over het ‘performance risk’ dat nou
eenmaal bij voetbal hoort – de scheidsrechter hoeft maar een fout te
maken en weg is de winst – door geen schulden te maken.
Miljoenen aan rente
Toen, in de uiteindelijke stadia van het
kapitalisme, ging men te ver in het speculeren met geleend geld.
Groot-Brittannië kwam volop in de schuld te zitten en dat gold ook voor
United. In 2005 financierden de Glazers hun overname door een enorme
hoeveelheid geld op naam van de club te lenen – meer dan 500 miljoen
pond volgens de laatste schatting. Afgelopen jaar moest United 41,9
miljoen pond aan rente betalen. De Glazers hebben van clubgeld zichzelf
‘managementkosten’ betaald en miljoenen uit de clubkas geleend. De fans
zijn zo woedend dat de Glazers vorige week zondag bodyguards nodig
hadden om een wedstrijd van hun eigen team te kunnen gaan zien.
Deze woede doet ook denken aan het debat in het
land. Sinds 2008 schelden Britten die in de schulden zijn geraakt al op
de kapitalisten, vooral de bankiers. Zelfs de Red Knights, die door de
week volop meedraaien in het kapitalistische systeem, zeggen dat United
niet gerund moet worden met een winstoogmerk. De gefortuneerde Knights
zouden United voor het nut van het algemeen gaan runnen, met henzelf
als rijke suikeroom in het bezit van een stevige hoeveelheid aandelen
(maar wel een minderheid) en de gewone fans met een meerderheid van
kleine aandeeltjes. Maar dit ideaal kan de onschuld van de club niet
terugbrengen. Net als het land zelf, functioneert United nu binnen het
kapitalistische systeem. De oorspronkelijke zonde was dat ze de beurs
op zijn gegaan. Het zat er dik in dat iemand de club daarna zou kopen
om winst te maken. Toevallig waren die kopers de Glazers. Iedereen die
United nu wil kopen, zal de marktprijs moeten betalen. Als de Red
Knights met 1,5 miljard euro over de brug komen (bijna het dubbele van
wat de Glazers betaald hebben), zullen ze zichzelf toch een beetje
schadeloos moeten stellen, aldus Professor Stefan Szymanski van de Cass
Business School in Londen. Zelfs als ze genoegen nemen met een
opbrengst van 5 procent – een heel mager resultaat voor een
durfinvestering – zou dat United nog 70 miljoen pond per jaar kosten.
Net als Groot-Brittannië krijgt United nu de rekening gepresenteerd.
Drie bekers
Net als Groot-Brittannië gaat ook United mogelijk
magere jaren tegemoet. De clubmanager, Alex Ferguson, vriend van
O’Neill, is 68 jaar. Hij zal over niet al te lange tijd vertrekken, net
als sommige oudere spelers. Het zal kapitalen kosten om hen te
vervangen – als dat sowieso mogelijk is. United kan met gemak aan de
schulden voldoen, maar misschien niet terwijl ze tegelijkertijd
Europese titels winnen. Vermoedelijk zal de club zwakker worden.
Het zal geen lolletje zijn om tijdens de neergang
van de club aan het roer te staan. Keith Harris zat naast
Unitedvoorzitter Martin Edwards tijdens de openingswedstrijd van het
seizoen 1999-2000 op Old Trafford. Voor de aftrap werden de drie bekers
die het vorige seizoen waren gewonnen, rondgedragen. Het zag er
allemaal mooi uit. En toch, vertelt Harris ‘scandeerde de menigte
verwensingen aan het adres van Martin Edwards; waarom zou iemand dat
willen?’ Diegene die het voor het zeggen krijgt bij United, zal niet
zoveel over zich heen krijgen als degene die de Britse verkiezingen
wint, maar veel zal het niet schelen. ‘Ik had de baas van hun centrale
bank aan de lijn, en die was niet blij.’