Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: dinsdag 9 maart 2010 21:08
Update: dinsdag 9 maart 2010 21:09
Maandag in het Sportjournaal duwde de verslaggever een microfoon onder de neus van enkele Indiase hockeyjournalisten. Heren met verstand die de hockeysport al jaren met kritische pen volgen. Mooie mannen met mooie verzorgde baarden en bijna folkloristische tulbanden. Mooi jasje, de upper class van India, intellectueel en gevoel voor de sport. Meestal zijn ze zelf ook nog een keer of drie kampioen geweest van het land, continent of de wereld.
We kunnen hier dus echt van hockeykenners spreken, die heel goed weten dat vroeger alles beter was.
Hockeyen in Pakistan en India is mooi. Het is de hele sfeer die daar heerst, inclusief deze wijze heren. Het is de overdaad aan mankracht en dan doel ik niet op de duizenden agenten met hun karabijnen. Het is de drukte van de stad, de chaos van geluid die op je afkomt als je je hotel uitstapt. Het verkeer, de bedelaars en het getoeter. Het is het stof, het zijn de gieren. Het zijn de 20 mannen die in het stadion bijna vierentwintig uur per dag in de rondte vegen. Het zijn de mannen die daags voor de opening met de precisie van een luxe printer op hun hurken de reclameborden schilderen. Coca-Cola en ander sponsors, handwerk op triplex platen.
Helaas voor de wijze heren en de hockeywereld kunnen de teams geen potten meer breken en is de hockeyliefde voor een groot deel ingeslapen. Het publiek laat het afweten en dat is zonde. India won van aartsrivaal Pakistan, maar daarna doofde de feestvreugde. De wereld is veranderd en het hockey ook. Dat beseffen ook de wijze heren.
En waar het aan ligt? Een blik op het straatbeeld zegt genoeg. De chaos van de stad, alles door elkaar, zonder enige zichtbare structuur. Deze ongestructureerdheid en onvoorspelbaarheid heeft hen in combinatie met hun dunne atletische lichamen en fluwelen techniek lang aan de top gehouden. Maar helaas vragen het kunstgras en de huidige topsport om meer structuur en power. Wat ooit hun kracht was is nu hun grootste vijand.
De vraag is of de wijze heren dat voldoende beseffen. Ze weten in ieder geval wel dat het vroeger allemaal beter was, in India maar ook in Nederland, zo stelde een wijze met volle overtuiging. In 1990, toen was Nederland pas echt goed. Toen hadden ze pas een team, ‘unbeatable!’ Mijn dank is groot, maar ik moet de man helaas teleurstellen. Wij speelden niet goed of mooi, het was twee weken lang vechten en een dubbeltje op zijn kant. Het enige wat wij wel deden was winnen.
Als onze heren in India dat ook gewoon doen, zijn zij over 20 jaar ook het ‘best team ever’. Want vroeger was alles beter, dat was toen zo, is nu zo en zal dan ook wel zo zijn.
* Floris Jan Bovelander is voormalig hockey-international.