Door: Iwan Tol 
Gepubliceerd: zondag 14 maart 2010 22:37
Update: zondag 14 maart 2010 22:36
Door een late treffer van Ron Vlaar bleef de ultieme
wraakoefening van Gertjan Verbeek uit bij zijn rentree in De Kuip. ‘Het
was een aparte en bijzondere middag.’
‘Koffie? Nog steeds zwart?’
Persvoorlichter Raymond Salomon van Feyenoord
begeleidt Gertjan Verbeek naar de tafel, van waarachter hij zijn visie
op het duel met Feyenoord moet gaan geven.
‘Graag, geen suiker en melk inderdaad.’
De perszaal is afgeladen vol. Verbeek weet alle ogen
op zich gericht. Sinds hij vorig jaar januari zijn contract inleverde
bij Feyenoord, is hij voor de eerste keer terug in De Kuip. Nou ja, één
keer is hij nog in Rotterdam geweest, maar niet om afscheid te nemen of
om Feyenoord te zien spelen. Hij moest zijn leaseauto nog inleveren.
Toen de bij Ajax ontslagen Co Adriaanse in 2003 als
trainer van AZ voor het eerst terugkeerde in de Arena, reageerde hij
als een getraumatiseerd persoon. Hij raakte in paniek en verliet
voortijdig de persconferentie, zogenaamd omdat er volgens hem geen
vragen meer waren en de bus op het punt van vertrekken stond.
Drogredenen natuurlijk; die bus hoefde helemaal niet stante pede weg en
vragen waren er nog volop voor de coach, maar Adriaanse wilde maar één
ding: weg uit die vermaledijde Arena, weg van de plek die hem zoveel
schade aan zijn imago had toegebracht.
Sleutelbeenbreuk
Hoe zou Verbeek zijn noodgedwongen vertrek bij
Feyenoord hebben verwerkt? Is Feyenoord een kras op zijn ziel? Na zijn
opstappen koos Verbeek voor de luwte. Hij doorkruiste Amerika met zijn
motor, liep bij een val nog een sleutelbeenbreuk op, liet zich pas bij
terugkomst opereren en tekende een contract bij Heracles. Aan Feyenoord
maakte hij nauwelijks nog woorden vuil. Gepasseerd station, zo heette
het.
Verbeek loopt met een rechte rug richting de tafel
waar Mario Been al klaar zit. Maar dat is geen maniertje. Ook al had
Verbeek deze middag met dubbele cijfers verloren, hij loopt áltijd
rechtop. Toen hij vorig jaar met Feyenoord in de rechterrij van de
ranglijst was beland, werd hem gevraagd of hij weleens wakker lag van
de situatie. Het antwoord was nee. Nog geen minuut. Want waarom zou je
wakker liggen als je je voor honderd procent inzette? Dat het niet
lukte, maakte hem toch geen slechter mens?
Verbeek gaat zitten. Geen hand voor Mario Been. Die
heeft hij op het veld al de hand geschud. Geen toneelstukje voor de
camera’s, al zou dat pr-technisch misschien handiger zijn. Wordt het
vuurwerk, deze persconferentie?
Horkerigheid
Je weet het nooit met Verbeek. Zijn stemmingen zijn
net zo grillig als de beurskoersen. Journalisten die de ene dag nog een
vrolijk onderhoud met hem hebben gehad, kan hij de volgende dag zomaar
nors negeren. En zelfs collega-trainers ontkomen soms niet aan zijn
stuurse gedrag. Vraag maar aan Harm van Veldhoven. Een veelgenoemde
verklaring voor die horkerigheid is dat Verbeek al zijn hele leven
vrijgezel is. Geen vrouw die hem af en toe corrigeert, geen kinderen om
een tegenvallend resultaat te relativeren.
Verbeek krijgt als eerste het woord. Hij heeft tot
aan de slotseconden mogen dromen van een glorieuze rentree in De Kuip.
Tot het moment dat Ron Vlaar vernietigend uithaalde en de stand weer in
evenwicht bracht. De gelijkmaker moet als een mokerslag zijn aangekomen
bij Verbeek, maar daarvan is niets te merken. Verbeek is volledig in
control.
Hij complimenteert Vlaar, Been en het Legioen dat
zijn naam scandeerde toen hij het veld kwam oplopen. Of hem dat iets
deed? Verbeek haalt slechts zijn schouders op. ‘Ik had altijd een goeie
relatie met de supporters, dus ik had niet anders verwacht.’
Na de persconferentie probeert een radioverslaggever
het nog een keer bij Verbeek. Deed het hem echt niets om terug te zijn?
Heel even lijkt het erop alsof hij een bres slaat in de
verdedigingslinie van de trainer. Verbeek erkent: ‘Het was apart en
bijzonder, deze middag. Ik ben best opgelucht.’
‘Opgelucht?’, herhaalt de verslaggever.
Maar Verbeek heeft er geen zin in om al te veel van
zijn gemoed prijs te geven. ’Nou ja, ik ga hier niet met drie punten
weg hè,’ herstelt hij zich. ‘Daarom zal ik ook wel applaus hebben
gekregen.’