Door: Fokko Ebbens
Gepubliceerd: donderdag 18 maart 2010 22:10
Update: donderdag 18 maart 2010 22:17
Waarom je laten scholen tot bakker of kapper als je ook een beroepsopleiding tot golfer hebt? Wij liepen een dagje mee op het Centre for Sports & Education.
Een jaar of twee geleden bracht Thomas van der Staak een bezoekje aan de Toekomst, het zenuwcentrum van de Ajax-jeugd. De directeur Sport & Bewegen van onderwijsinstelling Landstede kreeg een inkijkje in de meest gelauwerde jeugdopleiding van Nederland. ‘Maar ze hadden daar een probleem. Arsenal wilde de hele B1 naar Londen halen. Daarom heeft Ajax die jongens allemaal een contract gegeven. Gevolg was dat die voetballers allemaal achteroverleunden, ook wat onderwijs betreft, omdat ze dachten dat ze er al waren.’
De Amsterdammers koppelden een mbo-opleiding tot voetballer aan de jeugdacademie, in de hoop die jongens alsnog te motiveren voor een vervolgopleiding. Maar de scholing was niet afgestemd op het individu. Dat zette Landstede aan het denken. Van der Staak: ‘Want waarom heb je wel een beroepsopleiding tot kapper of bakker, maar niet tot topsporter?’
Droom
Het leidde vorig jaar tot de totstandkoming van het Centre for Sports & Education (CSE) – een concept met beroepsopleidingen tot topsporter voor het voortgezet onderwijs, mbo en hbo. ‘Onderwijs is vaak een beperkende factor bij het verwezenlijken van een sportieve droom’, vervolgt Van der Staak. ‘Scholen gunnen talenten vaak extra trainingsuren, maar altijd bepaalt het onderwijs de mogelijkheid. Bij ons is de sport leidend. Je talent bepaalt of je wordt toegelaten. Daarna geeft een talentenanalyse aan hoe je het beste begeleid kunt worden.’
Terwijl Walt van der Kolk richting de les sportondersteuning wandelt, beaamt hij de woorden van de directeur. Het 16-jarige golftalent stapte dit jaar over naar het CSE. Ooit wil hij zich tussen de vijftig beste golfers van de wereld scharen. Een realistisch doel, zo vertelt hij. Zeker omdat hij het gevoel heeft dat hij nu nog meer uit zijn mogelijkheden haalt.

Sportondersteuning is één van de domeinen die talenten dat extra zetje richting de top moeten geven. In een klas met voetballers, volleyballers en basketballers wordt er onder meer aan de psychologische ontwikkeling, mentale vaardigheden en de medische kennis van Van der Kolk gesleuteld. Wat opvalt: de jonge golfer is qua mentale kennis veel verder dan zijn klasgenoten. ‘Vanuit de golffederatie maakte ik al wel gebruik van mentale training’, verklaart Van der Kolk zijn voorsprong. ‘Een voetballer is op dat gebied minder ontwikkeld. Toch is het interessant om te zien hoe andere sporters zich voorbereiden op een wedstrijd. Zo kan ik nóg dieper op de lessen ingaan.’
Die lesstof behelst vandaag onder meer de voorbereiding van Mark Tuitert op zijn gouden race in Vancouver. Docente Rianne van Strien, oprichter van trainingsbureau Coach2score én lid van de technische staf van de Nederlandse volleybaldames, verhaalt aan de hand van een opgenomen interview over de manier waarop Tuitert zijn race vooraf tot in details visualiseert. Belangrijkste les: de schaatser zag zichzelf op dat moment al winnen. Van Strien: ‘Hij ziet die 1 al voor zijn naam op het scorebord staan, dat is belangrijk. Het gaat daarin om de focus. Daarbij mag je tijdens een wedstrijd nooit denken: ‘Goh, wat gaat het lekker vandaag.’ Dan ben je het kwijt.’
Als Tuitert tot slot vertelt dat hij de laatste acht jaar meer verloren dan gewonnen heeft, krijgen de talenten een laatste, niet onbelangrijke les. ‘Want waar haal je op die momenten de motivatie vandaan?’, vraagt Van Strien aan de klas. ‘Wat heb jij er dan voor over om de absolute top te halen? Sla je verjaardagen en feestvakanties in de zomer over?’
Als de leerlingen het lokaal hebben verlaten, beschrijft Van Strien de toegevoegde waarde van sportondersteuning. ‘Neem mentale training. Op dat gebied gaat het bij het opleiden van talent vaak mis in Nederland. Men denkt vaak: ‘Ow, mentaal, dat doen we bij de senioren wel.’ Maar dan ben je al te laat.’
Motoriek
Krachtoefeningen, ook op dat onderdeel traint het CSE. Naast de reguliere trainingen in hun eigen discipline, worden de leerlingen ook geconfronteerd met stabiliteitsoefeningen én andere sporten. En zo vindt golfer Van der Kolk zichzelf na de les sportondersteuning terug op de vloer van een gymzaal om zo aan zijn buik- en rugspieren te werken.
‘Op deze manier verbeter ik mijn motoriek, waardoor ik mezelf sneller kan ontwikkelen. Door bijvoorbeeld ook af en toe te basketballen verras ik mijn spieren. Dat is goed voor mijn coördinatie en de controle over mijn spieren. Handig als ik tijdens een wedstrijd een moeilijke bal moet spelen. Als mijn geest een oplossing heeft bedacht, moet mijn lichaam het wel kunnen uitvoeren.’
Het CSE hoopt zijn talenten op deze manier ideaal voor te bereiden op een toekomst als topsporter. Van der Staak: ‘Maar dat betekent niet dat al onze leerlingen nu automatisch de top bereiken. Wij kunnen alleen garanderen dat ieder individu het maximale uit zichzelf haalt. En mocht het niet lukken, dan verlaten onze sporters deze school in ieder geval met een regulier diploma.’
Omdat de eerste door het CSE opgeleide topsporters nog moeten doorbreken, blijft het voorlopig gissen naar het succes van de formule. Van der Staak heeft in ieder geval vertrouwen in een goede afloop. ‘De KNVB heeft ons al gevraagd of ze ons concept kunnen inzien. En Joop Alberda (oud-technisch directeur van NOC*NSF, red.) vertelde mij dat we hier al die jaren op hebben gewacht. Met het oog op het organiseren van de Olympische Spelen van 2028 moet Nederland een sportland worden. En het CSE is daar één onderdeel van. We zijn op de goede weg.’