Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: maandag 5 juli 2010 23:43
Update: maandag 5 juli 2010 23:41
Wielrennen is een sport met honderden regels. Maar als het er
echt om gaat, bestaat er in het peloton maar één recht: dat van de
sterkste.
Alsof er een bom ontploft is. De afdaling van de
Stockeu is veranderd in een slagveld. Renners kermen links en rechts in
de berm, overal liggen bidons en kromgeslagen wielen en er hangt een
fiets in een boom. Onder de slachtoffers: Alberto Contador, Lance
Armstrong (‘Het leek wel oorlog’), Bradley Wiggins en de gebroeders
Schleck. In het kleine groepje dat de slachting overleeft, wordt er
getwijfeld. Grote vraag: welke regel uit het handboek van ongeschreven
wielerregels geldt er? Is de finale al begonnen en mag er worden
doorgereden? Of moeten ze solidair wachten, omdat er klassementsrenners
tegen de grond zijn gesmakt in een afdaling die veel te gevaarlijk is?
Eigen hachie
Solidariteit is een vaag begrip in het peloton. Een
renner vecht eerst voor zijn eigen hachie, daarna voor dat van zijn
ploeg, daarna komt er een tijdje niets en pas dan de rest van het
peloton. Dat collega’s vallen is lullig, maar ook niet meer dan dat.
Soms (heel, heel, héél soms) vormen de renners één front. Vorig jaar in
de Giro bijvoorbeeld, toen er net zo lang werd gestaakt totdat de
gevaarlijk geparkeerde auto’s in hartje Milaan waren weggesleept.
De tendens van de laatste jaren is dat parcoursen
steeds gevaarlijker worden voor de spektakelwaarde. In de Giro van dit
jaar werd het peloton over onverharde paadjes, skipistes en veredelde
achtbanen gestuurd. Er werd niet één keer gestaakt. Dat kwam vooral
omdat er geen Grote Baas was die het voortouw nam.
Die Grote Baas is er in de Tour wel. Deze eerste week
is zijn naam Fabian Cancellara – de Gele Hulk. Hij beslist na de bom op
de Stockeu in zijn uppie dat er niet meer gekoerst wordt, zodat alle
gevallen renners kunnen terugkeren. Vluchter Sylvain Chavanel mag de
etappe winnen en de gele trui pakken; daarachter wordt de etappe
geneutraliseerd. Sommige renners zijn het daar mee eens. De Franse
veteraan Christophe Moreau: ‘Als de organisatie ons onder het mom van
spektakel wil vermoorden, dan krijgen ze de rekening gepresenteerd.’ En
Armstrongs secondant Levi Leipheimer: ‘Dit was té gevaarlijk.’
Er zijn ook renners die Cancellara wel konden
schieten. Rabo-kopman Robert Gesink bijvoorbeeld: ‘Als ik val, wordt er
gewoon doorgereden. Maar na de Stockeu was het ineens een schande.
Achteraf zeg ik dat we hadden moeten doorrijden.’
Intimidatie
Dat was precies de opdracht van de ploegleiding.
Vanuit de auto gaf ploegleider Adri van Houwelingen zijn renners
(Menchov, Gesink, Freire) tot vier keer toe opdracht om niet te wachten.
Van Houwelingen: ‘Ik heb liever succes met een heel peloton tegen me,
dan dat ik iedereen te vriend houd. Maar ze werden geïntimideerd. Dat
neem ik een jongen van 24 (Gesink) niet kwalijk. Renners van 32
(Menchov, Freire) wel? Die conclusie mag jij trekken.’ Manager Erik
Breukink over de beslissing van de Gele Hulk: ‘Belachelijk, dit. Als er
morgen wordt gevallen op de kasseien, wordt er ook niet gewacht.’
Natuurlijk wordt er vandaag niet gewacht als het
peloton over de kasseien naar Arenberg dendert. Er is namelijk maar één
reden waarom Cancellara besliste niet te rijden, en die had niets met
solidariteit te maken. Zijn ploegmaten Andy en Fränk Schleck dreigden de
Tour te verliezen – en dus gebruikte hij zijn spierballen om de
kopgroep te stoppen.
Hoeveel regels er ook bestaan en hoe mooi
solidariteit ook is: ze bestaan niet als het erop aan komt. Dan geldt
het recht van de sterkste.