Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: donderdag 15 juli 2010 00:49
Update: donderdag 30 december 2010 12:25
Het kon niet uitblijven: de magneetbandjes hebben hun intrede gedaan in het Tourpeloton.
Hé Lars Boom, helpt dat bandje om je pols nou?
‘Weet ik veel.’
Waarom heb je ‘m dan om?
‘Baat ’t niet, dan schaadt ’t niet. Toch?’
Magneetbandjes zijn besmettelijk. Zeker onder sporters. Het begon met zomaar een paar nobele onbekenden. Daarna sloeg het virus over naar basketballer Shaquille O’Neal, Formule 1-coureur Rubens Barrichello en nog een paar strafbankjes vol topijshockeyers. In Zuid-Afrika, bij het WK voetbal, brak er een epidemie uit. Vrijwel alle spelers van het Nederlands elftal liepen rond met magneetjes om hun polsen.
Frankrijk is inmiddels ook besmet: de Power Balance is doorgedrongen tot de Tour de France. Verschillende renners van Rabobank, Katusha, Garmin en Cofidis koersen met polsbandjes. Die van Bbox hebben een soort magnetische hondenhalsbanden om hun nek bungelen. Het helpt, volgens de Franse Bbox-renners Thomas Voeckler en Cyril Gautier. Ze melden dat ze ‘veel beter in balans zijn’. Ploeggenoot Pierre Rolland zag zijn halsband een paar dagen geleden vooral als sieraad. ‘Het is een beetje mode, hè.’

Wat het doet? Van de site van Power Balance: ‘Na jaren van onderzoek en ontwikkeling heeft Power Balance een systeem ontwikkeld om de elektromagnetische balans in het lichaam te optimaliseren. Er is een holografische opslagruimte geïntegreerd met een elektrische frequentie die de elektrische balans van het lichaam herstelt en een vrije uitwisseling van positieve en negatieve ionen bevordert.’
Cofidis-coureur Remy Pauriol is overtuigd van de werking. ‘Uit testen blijkt dat je veel beter in balans bent.’ Of hij het zelf gevoeld heeft? ‘Eh, nee. Maar dat komt nog wel.’
Het is geen verrassing dat de magneetbandjes hun weg naar het peloton hebben gevonden. Wielrenners zijn bij uitstek sporters die vatbaar zijn voor besmettelijke hypes. Ze balanceren continu op het randje van hun fysieke en mentale vermogen. Elke vorm van (toegestane) hulp is welkom. En ze zijn als de dood iets te missen wat een ander wel heeft. Eén concurrent die hard tegen een berg op fietst met een bandje om zijn arm en voilà, de volgende dag hebben ze er zelf ook een om.
Martijn Maaskant, Nederlander in Amerikaanse (Garmin) dienst, kijkt naar het bandje om zijn arm: ‘Gek dat ik zo’n ding om heb. Normaal ben ik niet zo vatbaar voor dit soort dingen. Maar goed, wielrenners kun je alles wijsmaken. En ik ben ook een wielrenner. Dus.’ Raboknecht Maarten Tjallingi: ‘Of het helpt? Geen idee. Ik weet alleen dat ik er slecht mee slaap. En dat de vent die dit heeft bedacht ondertussen steenrijk is.’
Bram Tankink heeft zijn polsbandje ondertussen gedumpt. ‘Ik had er al niet zo’n goed gevoel over. We kregen die dingen op de avond van Nederland – Spanje. Ik doe ‘m om en hup: Spanje scoort. Maar hier in de Tour werkt-ie niet voor de Spanjaarden. Ploeggenoot Garate had ‘m om in de rit naar Morzine en beleefde zijn slechtste dag in de Tour. Dat was de druppel. Ik ben er klaar mee.’
Achter Tankinks rug staat Pierre Rolland de voltallige Franse pers te woord. Hij is één van de twee Fransozen die vandaag, op de nationale feestdag Quatorze Juillet, mocht strijden voor de etappeoverwinning. Rolland deed het zonder halsband om zijn nek. Misschien was die vanmorgen voor de start ineens toch niet zo modieus meer. Op de laatste klim van de dag wordt hij zonder genade uit de wielen gereden door de Portugees Paulinho en de Wit-Rus Kiryienka. Hij weet niet waarom. Met de wanhoop in zijn ogen: ‘Ik voelde me goed – en ineens was het over.’
Wedden dat hij morgen weer zijn halsband om heeft?