Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: maandag 30 augustus 2010 00:01
Update: vrijdag 24 december 2010 08:15
Edgar Davids voetbalt weer. Hij laat zich just for fun afslachten door ijzeren mannen uit een ijzeren stad.
Een staalfabriek, tien rokende schoorstenen en een
paar rijen arbeidershuisjes met oranje bakstenen – meer is het niet. Het
heet hier Scunthorpe, een industriestadje ergens langs de snelweg van
Grimsby naar Doncaster. Vrouwen met uitgegroeide permanentjes doen
paffend en puffend de weekendboodschappen bij de plaatselijke
supermarkt, hun mannen vullen in de pub even verderop hun bierbuik. Ze
dragen paarsblauwe shirts van de plaatselijke voetbalclub en praten in
een nauwelijks verstaanbaar dialect over de wedstrijd van vanmiddag.
Over tegenstander Crystal Palace. En vooral over die ene nieuwe aankoop
van Palace: Edgar Davids.

Foto's: Pics United
Bierbuik 1: ‘Fock man, we moeten tegen Edgar Davids.’
Bierbuik 2: ‘Dé Edgar Davids?’
Bierbuik 1: ‘The real deal.’
Bierbuik 2: ‘Maar hij was toch al lang met pensioen?’
Twee jaar geleden stopte Davids met voetballen.
Daarna flirtte hij een paar keer met een comeback bij clubs uit
Nederland, Engeland, België en Zuid-Afrika, maar het was nooit meer dan
een knipoog. Tot vorige week.
Na Ajax, AC Milan, Juventus, Barcelona,
Internazionale, Tottenham Hotspur, weer Ajax en twee jaar pensioen gaat
Davids aan de slag bij Crystal Palace – een club uit de
op-één-na-hoogste Engelse League. Eentje die vorig jaar bijna failliet
ging en zich pas op de laatste speeldag wist te redden van degradatie
naar nog een divisie lager. Een vast contract heeft Davids niet. Hij
wordt betaald per wedstrijd.
Davids zegt terug te zijn gekomen ‘voor de fun’. Hij
wil plezier hebben, zichzelf vermaken op het voetbalveld. Meer niet.
Davids: ‘Soms miste ik het voetbal. En in mijn onderbewustzijn besefte
ik misschien wel dat ik niet in een kantoor thuishoor.’ Maar waarom
Crystal Palace? Ach. Tja. Goh. Waarom niet? Een huis in Londen had hij
toch al. Een Palace-fan polste hem via Twitter, Davids werd gebeld door
een vriend van Palace-manager Burley – en patsboem, dag pensioen. Voor
hoe lang het ook duurt. ‘Misschien duurt het twee wedstrijden. Misschien
duurt het twee jaar en beëindig ik mijn carrière bij Crystal Palace.’
Handtekening
Drie uur voor de wedstrijd. De plaatselijke jeugd
wacht op de parkeerplaats van het stadion van Scunthorpe United (niet
meer dan een groot uitgevallen koekblik) op de aankomst van de
spelersbus van tegenstander Crystal Palace. Ze hebben foto’s, boekjes,
blocnotes en pennen bij zich. Allemaal zijn ze op jacht naar de
handtekening van Davids. Er gaat een uur voorbij zonder dat er een bus
arriveert. Het begint te regenen, maar niemand druipt af. Een puber in
een Juventus-shirt: ‘Ik ga vandaag niet weg zonder handtekening van
Davids. Een speler zoals hij in Scunthorpe – dat maak ik nooit meer
mee.’
De bus. De eerste speler die uitstapt is Davids. Met
zijn ogen gericht op zijn voeten loopt hij langs de rij wachtende
jochies. Ze schreeuwen zijn naam, maar hij stopt niet.
Even later staat Davids op het veld voor de
warming-up. Witte bril op, de dreadlocks in een staart achter zijn
hoofd, spierkabels over zijn kuiten – hij ziet eruit alsof hij nooit is
weggeweest. Davids schudt zijn benen, rolt zijn hoofd in zijn nek en
kijkt om zich heen naar de tribunes van het koekblik. Dan valt zijn oog
op een bal. Hij loopt er naar toe. Streelt de bal met zijn linkervoet,
als een eerste voorzichtige kus tussen geliefden die elkaar lang niet
hebben gezien. De streling wordt een tikje. Het tikje wordt een serie
tikjes. Een dribbel. Links, rechts, achter het standbeen.
Balverliefdheid bestaat dus echt.
Na de warming-up verdwijnen de spelers in de
spelerstunnel. Davids negeert het peloton bedelende handtekeningenjagers
nog maar eens. Een van de ventjes slaat uit frustratie de mascotte van
Scunthorpe (een manshoog konijn) in zijn buik.
Aftrap. Davids staat linksback. Hij is veruit de
kleinste speler op het veld. Om hem heen staan alleen maar mannen die
twee koppen groter zijn dan hij. Mannen met ongeschoren koppen,
kunsttanden en getatoeëerde onderarmen. Mannen met namen als Jones,
Davis en McCarthy. De bijnaam van Scunthorpe United is The Iron. Dat
komt niet uit de lucht vallen. De kerels uit de staalstad zien eruit
alsof ze van ijzer zijn gemaakt.
Davids was ooit ook van ijzer. Nu is hij vooral
roestig. In de eerste tien minuten laat hij twee keer de bal van zijn
voet springen, gooit hij twee keer in (waarvan één keer fout),
discussieert hij met de scheids, scheldt hij aan de lopende band op zijn
ploeggenoten en krijgt hij twee keer de bal in zijn nek gegooid door
zijn eigen keeper.
En o ja, hij wordt drie keer dwars doormidden
getackeld. Zoals Scunthorpe-captain Clyff Byrne zegt: ‘Ik vind het
geweldig om tegen zo’n speler te voetballen. Vroeger keek ik naar hem op
tv. Maar ik ga de duels met hem niet anders in. Of het nu Davids is of
de koningin: ik trek mijn been niet terug.’
Je kunt op je zevenendertigste een makkelijkere
competitie uitkiezen om je comeback te maken dan de Engelse First
Division. Zeker als je fun wilt hebben. De ijzeren mannen van Scunthorpe
hakken, zagen en beuken negentig minuten lang in op Crystal Palace. Aan
opbouwen doen ze niet. Iedere bal gaat zo snel en zo hoog mogelijk
richting vijandelijk doel.
Als de scheidsrechter fluit, staat er 3-0 op het
scorebord. Het had ook zomaar 5-0 of 6-0 kunnen zijn. Davids foetert nog
maar een keer op zijn Spaanse spits Counago en loopt briesend het veld
af. De handtekeningenjagers durven hem niet eens meer te vragen of hij
een paar krabbels wil zetten.
Davids verdwijnt richting kleedkamers. In zijn spoor
de eigenaar van de plaatselijke snackbar – hij komt frieten brengen voor
de winnende ploeg.
Brullen
Palace-manager Burley zegt dat Davids ‘een tikkie
gefrustreerd is’ omdat ‘hij iemand is die niet van verliezen houdt’.
Davids zelf geeft geen commentaar. Maar voordat hij in de bus stapt
mompelt hij tegen een vriend dat hij het gevoel heeft dat hij in een
elftal vol schooljongens staat. ‘Ze willen allemaal de beslissende pass
geven. Niemand voetbalt simpel. Ik sta alleen maar te brullen.’ Hij
schudt zijn hoofd. Daarna neemt hij twee minuten de tijd om een paar
krabbels te zetten, vraagt geïrriteerd aan een man in een rolstoel met
een Edgar Davids-fotoboekje hoeveel foto’s hij in godsnaam te signeren
heeft, en stapt in de bus. Als hij zit, rijdt de bus weg. Langs de rijen
arbeidershuisjes. Langs de schoorstenen. Langs de staalfabriek.
Volgende week speelt Davids uit bij Reading. Sounds
like fun.

