Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: dinsdag 31 augustus 2010 22:50
Update: dinsdag 31 augustus 2010 22:50
Het is heerlijk een finale te mogen spelen. Een bomvol stadion met een juichende menigte. Klamme handjes, een zenuwplasje dat wel maar het is vooral genieten. Inlopen voor de finale in een dan al kolkend huis, wat een genot. Tijdens de wedstrijd zelf merk je het nauwelijks op, maar voor de wedstrijd is de volledige afsluiting er nog niet. Misschien wel het mooiste moment. Nog vol vertrouwen op een goede afloop. Even zwaaien naar familie en vrienden. Fans.
Dit zijn de wedstrijden waar het om gaat, waar je het allemaal voor doet. Dit is het gevoel waar je van moet houden.
Het zijn echter krenten in de pap. De weg naar dit Walhalla is lang en leeg. Niet alleen de trainingen, ook de voorrondes spelen zich bij de meeste sporten in een doodsaaie omgeving af. Lege tribunes waar aanmoedigingen van ouders en vrienden nog lang nagalmen. Wimbledon, Ahoy, het Wagener, de Lange Leegte, ja zelfs in het Thialf kan het ijzig stil zijn. Lege stadions waar je iedere scheet kunt horen, op weg naar de finale, het hoort erbij.
Het leegste stadion waar ik ooit in speelde was BC Stadium in Vancouver, ruim 60.000 lege stoelen. Slechts een kleine honderd gevuld met billen van een paar verdwaalde hockeyfanaten. Je kon letterlijk meeluisteren met de enthousiaste hostess die in de top van het stadion een rondleiding gaf. Maar ook de Olympische Spelen en echte WK’s speel je soms op een achterafveldje; zodat je denkt, is dit het nou. Geen spanning, geen stress. Geen beleving. Maar het gaat er wel om de echte punten.
Ik lees dat je in India voor iets meer dan 1.500 euro een menigte kunt inhuren om een verkiezingskandidaat toe te juichen. Ik zie de marketingjongens grijnzen. Maar hoe erg kan het worden? Wat is nog waar in deze wereld? Covergirls geshopt tot het ideale beeld, presidenten door nepfans bezongen. Het zal niet lang meer duren voordat er op dinsdagochtend duizend man klap- en juichvee in de stadions zit. De sport een lege marketingbel, gedreven door toeschouwersaantallen en kijkcijfers. Een angstbeeld doemt op. Huisvrouwen langs de lijn die op commando juichen. Nee alsjeblieft niet, dan nog liever de echo van het lege stadion.