Door: Iwan Tol 
Gepubliceerd: woensdag 21 september 2011 23:16
Update: donderdag 22 september 2011 00:44
Diederik Simon, kopman van de Holland Acht, koestert zijn ‘domme roeiersleven’. Veel leuker dan werken. Het moet in Londen, zijn vijfde Olympische Spelen, leiden tot een gouden medaille.
Eric Swinkels, ja, die kent Diederik Simon wel. Zonder nadenken somt hij op: ‘1976, Montréal, schutter, zes keer deelgenomen aan de Olympische Spelen, recordaantal.’ Lachend: ‘Ik heb een redelijke olympische kennis. Mijn hoofd zit vol met dat soort nutteloze feitjes.’
In Bled, twee weken terug, plaatste de Holland Acht zich voor Londen. Daarmee maakt Simon (41) zich op voor zijn vijfde Olympische Spelen. De kans dat hij Swinkels gaat evenaren acht hij minimaal. Nóg vier jaar leven in een ritme van trainingskampen, dopingcontroles, rusten en sportmaaltijden, hij ziet het niet voor zich. ‘Ik had allang ingestort moeten zijn. Fysiek en mentaal.’
Op deze dinsdagochtend, zijn vrije dag, maakt Simon echter allesbehalve een oververmoeide indruk. In een café in Amsterdam roert hij in zijn koffie. Grappen over zijn leeftijd? Hij moet lang nadenken. ‘Ik weet het eigenlijk niet. Mag ik die even opsparen? Hou je van me tegoed.’
Simon loopt al meer dan twee decennia mee in de roeiwereld. Hij won goud (Atlanta, 1996), zilver (Sydney 2000 en Athene 2004) en een olympisch diploma (vierde, Peking 2008). Nu hij er zo over nadenkt is het best vreemd dat hij het, na al die jaren, zo lang volhoudt. ‘Het is niet dat roeien altijd leuk is. Een vriendje van mij zei in 1996 al: je hebt goud, nu moet je stoppen. Daar had hij eigenlijk gelijk in. Maar een mens wil altijd meer hè. Het zal toch wel iets met eerzucht en ambitie te maken hebben.’ En de uitdaging. ‘Ik hou van de randen van het ravijn.’
Industrie
In essentie is het roeien niet veranderd in al die jaren dat Simon actief is. Wel de industrie eromheen. ‘Steeds meer mensen moeten eten van de sport’, stelt hij. ‘Het is soms lachwekkend om te zien. Al die mensen met hun eigenbelangetjes.’
Als voorbeeld geeft hij een diëtiste die naar een trainingskamp in Italië afreisde om een voordracht te houden over het belang van koolhydraten. ‘Haar boodschap kwam erop neer dat we gezond moesten eten. Daarvoor was ze helemaal naar Italië gekomen. Dat zei mijn moeder al toen ik tien was: gezond eten hoor, jongen. Het helpt allemaal geen reet, we gaan er geen seconde harder door roeien.’
Zijn motto is: niet zeuren, maar roeien. In Bled, waar de Holland Acht in de finale teleurstellend als laatste eindigde, werd de hevige wind en het klotsende water in Slovenië als oorzaak voor de matige prestatie aangevoerd. ‘Gelul’, vindt Simon. ‘We hebben gewoon niet hard genoeg geroeid.’
Als 41-jarige is Simon veruit de oudste in de boot. Hij brengt een brok aan ervaring mee. Maar wat is dat, ervaring bij het roeien? Hij moet opnieuw lang nadenken. Bestelt intussen een koffie. Verandert die bestelling in thee. Moppert over de theeglazen. En wijst daarna op een tv: ‘Die presentator heeft ook geroeid, wist je dat?’
Maar die ervaring, hoe zit het daarmee? ‘O ja.’ Hij is er weer. ‘Dat is dat je dingen sneller in perspectief kunt plaatsen, denk ik. Roeien is niet alleen roeien. Je hebt met een selectie van vijftien man te maken. Allemaal haantjes in een hok. En dan heb je ook nog trainers die van alles willen. Al met al een heel gedoe. Je moet niet te kritisch zijn. Anders word je gek van elkaar.’
Een dag ziet er voor hem als volgt uit: om acht uur ’s ochtends trainen, daarna lunchen en rusten en daarna weer trainen. Twee ochtenden per week is hij vrij. Werken? Hij moet er niet aan denken. ‘Nee, geen behoefte aan. Ik vind het heerlijk om een dom roeiersleven te leiden. Ik wil me graag op één ding concentreren.’
Je bent snel afgeleid hè?
‘Ja, ik moet niet te veel prikkels hebben. Je bent niet de eerste die dat zegt.’
Zijn olympische medailles liggen bij zijn ouders in Aerdenhout. Hij geeft er niet om. Zijn vader wel. Die is als de dood dat zijn zoon ze anders kwijtraakt, zoals dat Simon in Athene overkwam. Hij had het kleinood laten liggen in een taxi. Op het politiebureau vroegen ze hem hoe die taxi er uitzag. Geel, had Simon geantwoord. Er reden er tienduizenden in de stad.
Wonder boven wonder meldde zich na twee dagen de taxichauffeur. Het voorval was inmiddels wereldnieuws geworden. ‘Fascinerend hoe zo’n kleine vergissing je wereldfaam kan geven’, zegt Simon. ‘Ik zat in een taxi. Daarin had ik die medaille per ongeluk laten liggen. Meer was het niet. Maar de volgende dag was het op CNN. Echt waar. Die journalisten hebben de hele dag niks te doen. Ze hopen op een blessuregevalletje, dopinggevalletje als het meezit. En dan gebeurt zoiets. Voor een journalist een geschenk uit de hemel.’
In Londen zal het roeien weer voor eventjes in de spotlights staan. Wat Simon betreft blijft het daarbij. Hij koestert de anonimiteit van zijn sport. ‘Bij ons speelt geld gelukkig geen rol. Kunnen we er ook geen ruzie over krijgen. Je zal maar voetballer zijn en naast iemand in de kleedkamer zitten die een miljoen meer verdient. Dat kan toch nooit goed gaan?’
Het gesprek loopt ten einde. Hij gaat weer naar huis, klussen. ‘Moest ik nog ergens op terugkomen?’ vraagt hij.
De beste grap over je leeftijd volgens mij.
‘Ik weet het echt niet. Ze zijn gewoon nog niet gemaakt. Blijkbaar kan ik mijn leeftijd voldoende camoufleren. Ik voel me nog niet oud. Wil je dit volhouden, dan moet je mentale leeftijd niet te hoog zijn. Het gekke is: je lichaam volgt dan vanzelf.’