Door: Iwan Tol 
Gepubliceerd: donderdag 29 december 2011 22:41
Update: donderdag 29 december 2011 23:55
Rob Cordemans is dé sportman van 2011. Met het Nederlands honkbalteam werd hij wereldkampioen, al dringt dat besef nog altijd niet tot hem door. ‘Vertel mij maar hoe dat zou moeten voelen, wereldkampioen zijn.’
‘Ik heb het meegemaakt, dat weet ik heus nog wel’, zegt Rob Cordemans, boven een tosti in Hotel Vianen. ‘Maar pas als ik over de WK-titel begin te praten, komt het besef weer stukje bij beetje bovendrijven. Want verder blijft het een onwerkelijk gegeven. Ik kan het nog altijd niet geloven.’
De 37-jarige pitcher vertelt daarom graag over die regenachtige ?oktoberavond in Panama, toen het Nederlands team 25-voudig wereldkampioen Cuba versloeg in de finale van het WK honkbal. Ook al is het naar zijn eigen schatting de dertigste keer in twee maanden dat hij tegenover een journalist zit om over de wereldtitel te praten.
Een beetje eigenaardig is het wel, dat gevoel alsof hij in een droom heeft geleefd. Hij is de eerste om dat toe te geven. ‘Maar vertel mij maar hoe het zou moeten voelen, wereldkampioen zijn... Die tosti moet ik hier straks gewoon afrekenen, hoor. Die krijg ik heus niet gratis nu ik wereldkampioen ben.’
Nagenoeg foutloos
De honkballer van het Amsterdamse Pirates gold al langere tijd als de beste pitcher van Nederland. ‘Degene die over hem heen moet gaan is denk ik nog niet geboren’, zei technisch directeur Robert Eenhoorn van de Nederlandse bond al eens over hem. Maar sinds de WK-finale, waarin de Schiedammer nagenoeg foutloos wierp, is zijn naam ook bij het grote publiek bekend. Cordemans maakt deel uit van de sportploeg van het jaar, werd ridder in de Orde van Oranje Nassau, onderscheiden met een Star Award als beste werper en gekozen tot sportman van het jaar van Amsterdam en Rijnmond.
De beste van 010 en 020 tegelijk. Hij moet er zelf ook wel om lachen. ‘Amsterdam begrijp ik nog, daar speel ik. Maar bij Rijnmond zeiden ze: je hebt bijna je hele leven in Schiedam gewoond, we zijn je niet vergeten. Nou ja, dan ga ik ze niet tegenspreken.’ Met een vette knipoog. ‘Ik woon in Den Bosch. Ik wacht eigenlijk nog op een uitnodiging van het Sportgala van Brabant. Daarna zou ik echt niet meer weten waarvoor ik genomineerd zou kunnen worden, jij?’
Witte Huis
De verbluffende prestatie van de honkballers leidde in oktober tot een ware hype. Bijna elke krant opende de voorpagina met een foto van feestende honkballers. Later volgde een heuse huldiging in Haarlem. En bij zijn bezoek aan het Witte Huis, eind november, overhandigde premier Rutte de Amerikaanse president Barack Obama een honkbalshirt van Oranje.
Net zo min als dat hij de wereldtitel kan plaatsen, begrijpt Cordemans nog altijd niet dat de finale tegen Cuba zoveel heeft losgemaakt. ‘Voor het WK waren we een paar lulletjes die honkbalden. Ik bedoel, we krijgen een uitkering van het NOC*NSF, een onkostenvergoeding van de club en er is een regeling met de honkbalbond waardoor we in een auto kunnen rijden. Sterren zijn we bepaald niet. Maar als je ziet wat er na het WK allemaal op ons is afgekomen. Ongelofelijk.’
Hij vertelt over de uren na de finale toen bij de honkballers langzaam het besef binnenkwam dat ze historie hadden geschreven. ‘We zaten in het hotel allemaal op de gang met onze laptop, want daar was het signaal het sterkst. Via Facebook vernamen we dat er bij familie filmploegen op de stoep stonden en zo. Mark Rutte had toen al gebeld naar onze teammanager. En er ging een telegram rond van de koningin.’
Bij terugkomst op Schiphol werd hem gevraagd om met de beker de aankomsthal binnen te lopen. Hij slaat zijn handen voor het gezicht. ‘Ik dacht: straks sta ik daar met die beker in een lege hal. Bovendien was het half acht ’s ochtends. Maar het was overweldigend. Ik moest plotseling voor allerlei cameraploegen verschijnen, terwijl ik twee slaappillen achter mijn kiezen had. Maar ik heb me er redelijk doorheen geslagen, geloof ik.’
Eenmaal thuis hield het niet op, met alle aandacht. Zijn telefoon bleef maar rinkelen. De gekste verzoeken kwamen binnen. Zo overhandigde hij het eerste exemplaar van een Cubaanse sigaar aan de ambassadeur van Cuba (‘Ik rook nooit en dan in eens zo’n heftige Cubaanse jongen, dat kwam wel effe aan’) en werd hij uitgenodigd voor ‘een soort Expeditie Robinson, maar dan van SBS’.
Hij bedankte vriendelijk voor de eer. ‘Zou ik in februari een maand lang op een eiland zitten, ergens in Thailand. Kom op hé, effe serieus... In maart moeten we naar Florida voor een trainingskamp. Niet echt een topvoorbereiding lijkt me. Grappig om naar te kijken, dat soort programma’s, maar ik hoef er niet in te zitten.’
Koeien
En dan was er nog die rondvaart door de grachten van Haarlem. ‘Pas op het eind van de tocht, waar we aanmeerden, stonden een paar mensen. We werden er melig van. Gingen we onze boottocht vergelijken met die van de voetballers. Bij hen was het een gekkenhuis. Wij stonden tegen een paar koeien aan te kijken. Maar goed, wij zijn wereldkampioen, zij niet.’
Bijna iedereen raadde hem na het WK aan om direct te stoppen met honkbal. Mooier dan dit zou het nooit meer worden. Maar die reacties begrijpt hij niet. ‘Ik ben op een leeftijd, waarop alles samenkomt: ervaring, talent, vertrouwen. Waarom zou dit mijn hoogtepunt zijn? Ik denk dat ik nog beter kan.’
Hij neemt de laatste hap van zijn tosti. Rob Cordemans, de wereldkampioen. Hij heeft aangekondigd door te gaan tot de World Baseball Classic in 2013. ‘De teamspirit is zo goed nu. Eens kijken hoe ver we daar kunnen komen. Maar misschien valt het wel heel erg tegen. Wellicht komt dan pas het besef hoe uniek het is geweest wat we hebben gepresteerd. Nu geloof ik het nog steeds niet. Sorry.’