Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: dinsdag 10 januari 2012 23:31
Update: woensdag 11 januari 2012 02:25
Dankzij de nationale loterij fietsten de Britten de afgelopen jaren alles aan gruzels op de baan. Goud, goud, en nog meer goud: kunnen ze het opnieuw in Londen?
Terug naar december 2004. Baanwielrenner Bradley Wiggins heeft een paar maanden eerder goud, zilver en brons gewonnen op de Olympische Spelen van Athene en is genomineerd voor de titel van Britse Sportpersoonlijkheid van het Jaar. Hij wordt het niet. Sterker nog: Wiggins krijgt geen seconde aandacht tijdens de BBC-uitzending. En dat terwijl er wel minuten zendtijd worden opgeofferd aan een dood renpaard. Wiggins, na afloop: ‘Nu weet ik waar ik sta in dit land. Achter een dood paard.’
Vier jaar later was alles anders. Het dode paard galoppeert als nooit tevoren; de Britse wielerploeg won acht gouden medailles tijdens de Olympische Spelen van Peking (waarvan zeven op de baan) en sprintgorilla Chris Hoy werd gebombardeerd tot Sportpersoonlijkheid van het Jaar. Ineens was er wel aandacht. Ineens was er wel waardering. Baanwielrennen rook in Groot-Brittannië ineens niet langer naar zweet, maar naar champagne.
Loterij
Sport is soms een loterij. Zeker in Engeland. Alles veranderde daar toen de National Lottery hoofdsponsor werd van de Engelse sport. Vooral het baanwielrennen heeft de afgelopen jaren geprofiteerd van de gokzucht van de Britten: er vloeien miljoenen ponden van de loterij naar de sport. Baanwielrennen is onderdeel van de nationale sportcultuur geworden. Het is een van de belangrijkste redenen dat de nationale wielerploeg zo professioneel is. En dat er zoveel wordt gewonnen. Ieder detail telt. Alles klopt. Van de jonkies tot de grote jongens: alles is onder controle.
Komende zomer zijn de Spelen in Londen. Van de Britse wielerploeg worden weer wonderen verwacht: het moet opnieuw goud regenen. Maar de grote baas van de Britse ploeg, David Brailsford, waarschuwde al voor te veel euforie: ‘We gaan geen acht gouden medailles winnen.’ Hij heeft gelijk. Hoe professioneel en hoe goed de Britse ploeg ook is: een wonder herhaal je niet zomaar. Zeker niet omdat het baanwielrennen de afgelopen vier jaar veranderd is.
Concurrentie
Er is een aantal onderdelen van de olympische kalender geschrapt door het IOC, en daardoor zijn er minder medailles te verdienen op de baan. De concurrentie op de onderdelen die er nog wel zijn is des te groter. Theo Bos, die in Peking op de piste ten onder ging in het Britse geweld: ‘Op sommige onderdelen hebben ze terrein verloren, maar ze gaan wel om alle medailles meedoen. De Britse ploeg is eigenlijk de enige baanploeg die écht tot in de puntjes georganiseerd is. Ze zijn er heel goed in om allerlei kleine voordeeltjes bij elkaar te schrapen. 0,1 procent voordeel is niks, maar als je er tien van hebt zit je al aan één procent. En dat is op de baan heel veel.’
Andere landen hebben de jacht geopend op de Britten. Ook in Australië en Nieuw-Zeeland is de organisatiestructuur van de nationale wielerploegen geprofessionaliseerd: er gaat meer geld in om, de trainers krijgen beter betaald, de jonge talenten krijgen betere begeleiding. En in Frankrijk en Duitsland zijn een paar sprinters opgestaan die gorilla Hoy naar de kroon kunnen steken. Bos: ‘Hoe goed de Britten ook zijn op de Spelen: acht medailles winnen ze niet meer.’
Nederland
Toch blijft de Britse baanploeg het voorbeeld van hoe het moet, ook voor de Nederlandse baanploeg. Bondscoach Robert Slippens: ‘Elk jaar leveren ze in Engeland twee wereldtoppers af. Structureel. En als ze een professionele wegploeg nodig hebben om die jongens beter te begeleiden, dan zetten ze een ProTour-ploeg op poten. Dat is een kwestie van een hoop geld, maar ook van kunde. En bovendien beseffen ze in Engeland heel goed wat de baan kan toevoegen aan de carrières van wielrenners. Jonge renners hoeven niet te kiezen tussen de weg of de baan: ze rijden hard op de weg én de baan. Dat mis ik in Nederland wel eens. We zijn afgelopen zomer een traject begonnen om eenzelfde model in Nederland van de grond te krijgen. Dat gaat stukje bij beetje. Het duurt nog jaren voordat we daar de vruchten van plukken. Dan moet je denken aan de Spelen van Rio. Voorlopig hobbelen we nog wel even achter de Britten aan.’ 2016. Poeh. Als het al lukt om de Britten in te halen, dan duurt het nog jaren.
Er is één troost. Zelfs de Britten hebben niet alles onder controle. In 2008 was alles tiptop geregeld om het goud op de koppelkoers te grijpen met het droomduo Bradley Wiggins en Mark Cavendish. Het liep mis. En goed ook. Wiggins reed geen deuk in een pakje boter omdat hij de hele nacht was gaan zuipen na de Britse overwinning op de ploegenachtervolging en Cavendish vertrok woest naar huis. Te veel champagne is ook niet goed.